Verkopers vuurwerk: de consument verpest het

Bonafide vuurwerkhandelaren werken aan hun imago. Illegaal vuurwerk uit Oost-Europa en gevaarlijk gedrag van consumenten maken dat lastig.

„De inspecteurs komen eraan, ik voel het.” Mustafa Turgut is druk aan het werk in zijn ijzerhandel, die voor de laatste drie dagen van het jaar omgetoverd is tot vuurwerkwinkel. Vaders met zonen en hele Turkse families komen bij zijn winkel in de Amsterdamse Baarsjes vuurwerkpakketten ophalen en pijlen inslaan.

Een kleine minuut nadat Turgut hun komst heeft aangekondigd, stappen de inspecteurs van de Omgevingsdienst naar binnen. Elke toegestane verkoopdag (29, 30 en 31 december) gaan de inspecteurs langs verkooppunten om te kijken of alles volgens de regels verloopt. Turgut overhandigt de inspecteurs elk een plastic bekertje koffie en begeleidt ze naar zijn vuurwerkopslag. De inspecteurs zijn tevreden: meestal krijgen ze pas achteraf koffie.

Handelaars moeten voldoen aan regels die zijn opgenomen in het zogeheten Vuurwerkbesluit. Het opslaan van vuurwerk moet op een brandveilige manier gebeuren: er moeten voldoende sprinklers aanwezig zijn, de dozen met vuurwerk mogen niet te dicht bij de muur staan. Ook de winkel moet zijn uitgerust met sprinklerinstallaties, waarvan minstens één zich boven de toonbank moet bevinden.

Over de winkel en de opslag van Turgut zijn de inspecteurs tevreden. Eén van hen verschuift een doos met pijlen in de opslag een paar centimeter naar voren. „Die staat nét iets te dicht bij de muur”, zegt hij.

Leren vuurwerk te verkopen

In de Tweede Kamer zijn zorgen over de vuurwerkverkoop. PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch heeft de vuurwerkbranche meermaals aangespoord in de winkel voorlichting te geven over de risico's van vuurwerk. Zijn collega’s Carla Dik-Faber van de ChristenUnie en Kees van der Staaij van de SGP zijn voorstander van het uitdelen van vuurwerkbrillen in de vuurwerkwinkel.

Om gehoor te geven aan de wensen van politici heeft vuurwerkbrancheorganisatie Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland (BPN) dit jaar meegewerkt aan het oprichten van VuurwerkCheck, een digitaal ‘leerplatform’ waarmee verkopers kunnen leren hoe ze vuurwerk op een veilige en verantwoorde manier kunnen verkopen. Winkels die zich bij VuurwerkCheck hebben aangesloten krijgen een groene sticker op het raam. Zij zijn verplicht hun klanten voor te lichten over het gevaar van vuurwerk en ze aan te raden een vuurwerkbril te dragen.

Het is de eerste keer dat de brancheorganisatie vuurwerkwinkels extra regels oplegt. Volgens voorzitter Leo Groeneveld is dat omdat het onderwerp van veiligheid in de vuurwerkwinkel de afgelopen tijd „erg leeft” in Den Haag: „BPN heeft van Kamerleden nadrukkelijk de vraag gekregen iets te doen aan de veiligheid in de vuurwerkwinkels.”

Om te controleren of VuurwerkCheck-winkels inderdaad voorlichting geven en vuurwerkbrillen uitdelen, gaan tijdens de verkoopperiode mystery guests langs bij de winkels.

Ook Turgut is met zijn winkel aangesloten bij VuurwerkCheck. „Ik doe alles zo veilig mogelijk”, zegt hij. „Ik deel folders uit over veiligheid, ik bied vuurwerkbrillen aan.” Alleen, Turgut vindt eigenlijk dat dit weinig zin heeft. „Dat vuurwerk zo’n slechte reputatie heeft, komt doordat consumenten er onvoorzichtig mee omgaan.” En daar lijden de vuurwerkwinkels onder. „Als iemand besluit een pijl uit zijn hand weg te schieten, wat kan ik daar dan aan doen? En het is dat soort ongelukken dat altijd weer de media bereikt.”

Terwijl de inspecteurs naar buiten lopen, roept Turgut hard naar zijn klanten: „Voorzichtig doen hè!”

Steeds meer regels

„Elk jaar een regeltje erbij”, verzucht Fred van Stegeren. Hij is eigenaar van ijzerhandel De Vijl aan de Admiraal de Ruyterweg, verderop in De Baarsjes: de volgende stop van de inspecteurs. Volgens Van Stegeren blijf je als vuurwerkverkoper alsmaar investeren. „In de juiste sprinklerinstallatie bijvoorbeeld. Die moet om de zeven jaar vervangen worden. Dat kost 6 duizend euro per keer.” Van Stegeren volgt de regels braaf op. „Je hebt geen keus”, zegt hij. „Anders ben je je vergunning kwijt.”

De inspecteurs zijn zeer tevreden over de opslag van Van Stegeren. Eén van hen noemt de opslagruimte „top”, de ander zegt: „Zo moet het.”

Toch is Van Stegeren, net als Turgut, ontstemd. Volgens hem worden de officiële vuurwerkwinkels zo kort gehouden als reactie op de overlast door illegaal vuurwerk. „Dat illegale spul veroorzaakt de harde knallen waar mensen altijd over klagen. Maar dat soort vuurwerk verkopen wij helemaal niet. Dat komt allemaal uit Italië en Polen en wordt vervolgens via internet vanuit appartementen driehoog achter doorverkocht.” Bij Van Stegeren krijgen de inspecteurs pas na de inspectie koffie. „Ik laat ze er eerst voor werken”, zegt hij.

Staaroperaties

Bij vuurwerkwinkel Lauts in de Bethaniënstraat, vlakbij de Amsterdamse Nieuwmarkt, zijn de inspecteurs nog niet aangekomen. Eigenares Sylvia Lautenbach maakt zich geen zorgen. „Het zijn altijd vriendelijke mannen”, zegt ze. En bovendien: de vuurwerkwinkel van Lautenbach, gevestigd in het magazijn van de souvenirshop van de familie Lautenbach, voldoet aan alle eisen.

Wat Lautenbach jammer vindt, net als Van Stegeren, is dat consumentenvuurwerk steeds meer wordt verdrongen door de illegale handel. „Wij worden heel streng gecontroleerd”, zegt Lautenbach. „Maar pak dat illegale vuurwerk eens aan.”

Ook vindt ze het, net als Turgut, jammer dat media alleen de negatieve kanten van vuurwerk belichten. „Laatst las ik bijvoorbeeld weer zo’n statement van oogartsen, over dat staarpatiënten door vuurwerkslachtoffers langer op hun operatie moeten wachten. Alsof door ongelukken met alcohol niemand op een operatie moet wachten. Daar hoor je niemand over.”