Aan exodus van vluchtelingen komt niet zomaar een einde; dit blijft bij ons

‘Als Europa in 2015 voor één uitdaging staat, dan is het wel de humanitaire ramp aan de zuidgrens”, zo schreef NRC op 2 januari in een commentaarserie over de trends en thema’s uit 2014. Onder de kop ‘Vluchtelingen blijven komen’ werd vastgesteld dat het EU-vluchtelingenbeleid „zachtjes uiteenviel”, terwijl de trend wees op een ‘verdubbeling’ van het aantal asielverzoeken in Europa. Die verwachting is dus royaal overtroffen, in elk opzicht.

In ernst en omvang was (en is) de toestroom van 2015, ruim één miljoen mensen uit Afrika en het Midden-Oosten naar Europa, het best te vergelijken met de val van de Muur in Berlijn in 1989. Het zorgde voor een schok in de Europese rechtsorde en politiek, een wisseling van perspectief voor de Europese burger en een fundamentele bezinning op Europa als politiek project. Is dit wat ‘we’ willen, heeft de EU hier greep op en hoe gaan we er dan mee om? Op geen van die vragen is al een echt antwoord gegeven. Wel zijn er hoopvolle aanzetten, maar een coherente aanpak is er nog niet.

De Europese Unie was in de beleving van velen vooral een vrijemarktproject met politieke uitlopers, die de een meer konden bekoren dan de ander. De colonnes migranten die zich over het Kroatische of Hongaarse platteland richting Duitsland verplaatsten, hebben dat beeld veranderd. Europa moet nu echt gaan kiezen tussen ‘fort’ of federatie, zo lijkt het. Na jaren van het optimistisch sluiten van douane- en marechausseekantoren aan de binnengrenzen werd in 2014 acuut zichtbaar dat er aan de buitengrenzen daarvoor te weinig in de plaats was gekomen.

Vooral de jongere EU-lidstaten wisten zich geen raad. Grenzen open, dan weer dicht, doorsturen, of hekken bouwen, of toch maar snel de weg wijzen naar Duitsland? Het ‘zachtjes uiteenvallen’ van de EU werd een acute bestuurlijke en politieke desintegratie, met scherpe onderlinge verwijten. Een verdeelsleutel werd wel afgesproken, maar er kwam nauwelijks iets van terecht. Hetzelfde gold voor opvanglocaties aan de buitengrens.

Aanvankelijk was de migratiecrisis vooral een humanitaire ramp, ver weg. Op tv verbeeld door 800 verdronken mensen voor de kust van Libië en het driejarige Syrische jongetje Aylan die aanspoelde op het strand van Bodrum. Dat veranderde al toen er dichtbij, op een Oostenrijkse vluchtstrook, een vrachtwagen met dode migranten werd aangetroffen. En het kwam pas echt ‘binnen’ toen sporthallen, kazernes en lege kantoren steeds meer werden gevuld met opklapbedden en vouwstoelen, en de Syrische gezinnen daadwerkelijk arriveerden, in Oranje, Crailo, Deventer en elders. In aantallen die Nederland sinds midden jaren negentig niet meer zag. Het leidde al tot proefballonnen om het Vluchtelingenverdrag (deels) op te zeggen. Of de vluchtelingenstatus te vervangen door een tijdelijke ‘ontheemdenstatus’: zonder uitzicht op een verblijfsstatus in Nederland.

Je hoeft geen ziener te zijn om voor 2016 te voorspellen dat migranten in het nieuws belangrijk zullen blijven. Het vraagstuk van de gedwongen migratie groeit wereldwijd al jaren – en in 2015 in een alarmerende omvang. Ook zonder de oorlog in Syrië is er sprake van groei. De stroom richting Europa is te beschouwen als een relatief bescheiden overloop van de opvang in de regio, waar nog altijd veruit de meesten verblijven. De UNHCR stelde deze maand vast dat Duitsland intussen de meeste asielverzoeken ter wereld kreeg, gevolgd door Rusland (vanuit Oekraïne). Turkije vangt het grootste aantal vluchtelingen ter wereld op, met 1,84 miljoen.

De oplossing is even eenvoudig als ongrijpbaar: minder conflicten in de wereld. Dit blijft dus bij ons.