Column

Aan de exodus van vluchtelingen komt niet zomaar een einde; dit blijft bij ons

Het was te voorzien dat het jaar 2015 een grote uitdaging voor Europa zou bevatten: de opvang van vluchtelingen. Terwijl al in 2014 merkbaar werd dat het vluchtelingenbeleid de Europese Unie dreigde te splijten, wees de trend op een verdubbeling van het aantal asielverzoeken in Europa. Die verwachting is in 2015 ruim overtroffen.

Door de ernst en omvang ervan heeft de toestroom naar Europa van dit jaar, bijna één miljoen mensen uit Afrika en Midden-Oosten, gezorgd voor een schok in de Europese rechtsorde en politiek, een wisseling van perspectief voor de Europese burger en een fundamentele bezinning op Europa als politiek project.

Is dit wat ‘we’ willen, heeft de EU hier greep op en hoe gaan we er dan mee om? Op geen van die vragen is al een echt antwoord gegeven. Wel zijn er hoopvolle aanzetten, maar een coherente aanpak is er nog niet.

De Europese Unie was in de beleving van velen vooral een vrije marktproject met politieke uitlopers die de een meer konden bekoren dan de ander. De colonnes migranten die zich over het Kroatische of Hongaarse platteland richting Duitsland verplaatsten, hebben dat beeld veranderd. Europa moet nu echt gaan kiezen tussen ‘fort’ of federatie, zo lijkt het. Na jaren van het optimistisch sluiten van douane- en marechausseekantoren aan de binnengrenzen werd al in 2014 acuut zichtbaar dat er aan de buitengrenzen daarvoor te weinig in de plaats was gekomen.

Vooral de nieuwe EU-lidstaten wisten zich geen raad met de toestroom. Grenzen open, dan weer dicht, doorsturen of hekken bouwen, of toch maar snel de weg wijzen naar Duitsland? Het leidde tot een acute bestuurlijke en politieke desintegratie van de EU, met scherpe onderlinge verwijten. Een verdeelsleutel werd wel afgesproken, maar er kwam nauwelijks iets van terecht. Hetzelfde gold voor opvanglocaties aan de buitengrens.

Eerst was de migratiecrisis vooral een humanitaire ramp, ver weg. Op tv verbeeld door 800 verdronken mensen voor de kust van Libië en het driejarige Syrische jongetje Aylan die aanspoelde op het strand van Bodrum. Dat veranderde al toen er dichtbij, op een Oostenrijkse vluchtstrook, een vrachtwagen met dode migranten werd aangetroffen. En het kwam pas echt ‘binnen’ toen sporthallen, kazernes en lege kantoren steeds meer werden gevuld met klapbedden en vouwstoelen, en de Syrische gezinnen daadwerkelijk arriveerden. Het leidde tot proefballonnen om het Vluchtelingenverdrag (deels) op te zeggen. Of de vluchtelingenstatus te vervangen door een ‘ontheemdenstatus’: zonder uitzicht op een verblijfsstatus in Nederland.

Je hoeft geen ziener te zijn om voor 2016 te voorspellen dat migranten in het nieuws belangrijk zullen blijven. Het vraagstuk van de gedwongen migratie groeit wereldwijd al jaren. De stroom richting Europa is daarbij te beschouwen als een relatief bescheiden overloop van de opvang in de regio, waar nog altijd veruit de meesten verblijven. De UNHCR stelde deze maand vast dat Duitsland intussen de meeste asielverzoeken ter wéreld kreeg. Turkije vangt mondiaal het grootste aantal vluchtelingen op, met 1,84 miljoen.

De oplossing is even eenvoudig als ongrijpbaar: minder conflicten in de wereld. Dit blijft dus bij ons.