Zo’n groeifeest is 2015 niet geworden

De economie groeide in het derde kwartaal nauwelijks. Haalt Nederland de alom voorspelde 2 procent groei voor 2015 nog wel?

Foto ANP / Remko de Waal

Veel optimisme was er dit jaar over de Nederlandse economie. In het voorjaar verscheen de ene positieve raming na de andere. Het Centraal Planbureau (CPB), De Nederlandsche Bank, commerciële banken: allemaal voorspelden ze een groei van het bruto binnenlands product (bbp) van 2 procent of meer – twee keer zo veel als in 2014.

Het herstel doet zich op alle fronten voor, klonk het steeds vaker: de export floreert, consumenten geven geld uit, de huizenmarkt raakt uit het slop.

Maar aan het einde van het jaar blijkt het beeld minder rooskleurig. De sfeerbederver is het derde kwartaal. Daarin viel de groei praktisch stil: slechts 0,1 procent was het bbp groter dan in het voorgaande kwartaal, zo bevestigde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week. Het tweede kwartaal was de groei net zo laag, maar dit had één duidelijke en eenmalige oorzaak: het kabinet verlaagde de gasproductie in Groningen. Alom werd verwacht dat in het derde kwartaal het groeitempo van de vier kwartalen daarvoor zou terugkeren: 0,5 procent of meer.

Dat is niet gebeurd. Tim Legierse, econoom bij Rabobank, noemt het derde kwartaal „ronduit zwak”. Het is de vraag of de alom voorspelde 2 procent groei in het hele jaar 2015 wel gehaald zal worden. Dan moet de groei in het vierde kwartaal, waarover nog geen gegevens bekend zijn, 0,33 procent of meer bedragen, zegt Legierse. Rabo houdt vooralsnog vast aan zijn raming van 2 procent groei.

Op basis van het zwakke derde kwartaal stelde ABN Amro zijn raming voor 2015 naar beneden bij, van 2,3 naar 2,1 procent. „We gaan uit van ruim een half procent groei in het vierde kwartaal”, zegt Nico Klene, econoom bij ABN. De vertrouwensindicatoren (consumentenvertrouwen, producentenvertrouwen) zijn nog steeds erg gunstig, aldus Klene.

Maar dan moet het wel beter gaan met de afzonderlijke factoren die in het derde kwartaal zorgden voor een groeivertraging. Welke zijn dat?

Export valt terug

De export, een van de pijlers van de economie, krijgt het moeilijker. In het derde kwartaal steeg alleen de dienstenexport, de stijging van de goederenexport viel stil. Dat heeft alles te maken met de kwakkelende wereldhandel, zegt Raoul Leering, handelsonderzoeker bij ING. Opkomende landen in Azië en Zuid-Amerika presteren economisch zwak. „Dat treft de Nederlandse export van eigen makelij”, zegt Leering. De maakindustrie merkt dat: de industriële productie daalde in het derde kwartaal met 0,9 procent. De ‘wederuitvoer’ (de doorvoer van goederen) stijgt wel, omdat deze vooral naar de buurlanden gaat. In Europa gaat het goed.

De vooruitzichten voor de export zijn niet erg gunstig. In oktober is het volume van de wereldhandel gedaald, zo bleek vorige week uit de Wereldhandelsmonitor van het CPB.

Consumenten maken zich zorgen

In de eerste helft van 2015 kwam het goede nieuws vooral van de binnenlandse consumptie. De stijging daarvan maakte Nederland minder afhankelijk van de grillen van de wereldeconomie. Maar in het derde kwartaal steeg de consumptie van huishoudens helemaal niet meer. De consumptieve uitgaven van de overheid (waaronder de zorg en de uitkeringen vallen) namen wel toe.

Consumenten blijven voorzichtig, zegt Legierse. „In een deel van het land staan hypotheken nog onder water. En mensen maken zich zorgen over de zorg en over hun pensioenen. Ze sparen daar nu zelf voor”. Of de stijging van de consumptieve uitgaven aantrekt in het vierde kwartaal is maar de vraag, zegt Klene van ABN. Door het extreem zachte geven mensen minder uit aan energie. Dit valt onder consumptieve uitgaven.

Investeringen stijgen minder

De investeringen van bedrijven en huishoudens stegen in het derde kwartaal, met 1,1 procent. Legierse: „Het duidt op een gezonde marktdynamiek.” Wel zijn particuliere investeringen minder gestegen dan in de vorige kwartalen. Ook daalden de overheidsinvesteringen (onder meer infrastructuur), waardoor de totale investeringsstijging een magere 0,3 procent was. Voor de investeringen zijn de vooruitzichten relatief gunstig. De huizenmarkt ontwikkelt zich goed en dat zorgt voor woninginvesteringen. En de overheid moet investeren in de vluchtelingenopvang.