Wat is grappig? Onderzoekers vinden geen serieuze definitie

Nu is het toch al bijna 2016 en het is nog steeds niet bekend wat iets nou precies grappig maakt. Ook een theorie waar twee Amerikaanse psychologen al een paar jaar voor pleiten, dat humor ontstaat als een regel of norm wordt geschonden én als dat op goedaardige manier gebeurt, blijkt weer niet álles te kunnen verklaren. Dat tonen ze zelf aan in een reeks experimenten in Journal of Personality and Social Psychology.

Onderzoek doen naar humor is sowieso geen lolletje. Zo is er geen algemeen geaccepteerde definitie van het begrip humor. De Amerikanen noemen het „een psychologische respons die gekarakteriseerd wordt door de positieve emotie amusement, de inschatting dat iets grappig is en de neiging om te lachen”.

Volgens de gangbaarste theorieën, schrijven ze, ontstaat humor als je ervan uitgaat dat iets zal gebeuren, maar vervolgens gebeurt er iets anders. Iets onverwachts, ongepasts, abnormaals, iets wat niet hoort. Maar dat is niet genoeg, vinden ze. Want veel verrassende gebeurtenissen – loterij winnen, beroofd worden – zijn niet grappig. En kunstenaars zetten ook vaak dingen bij elkaar die niet bij elkaar passen, maar dat roept eerder ontzag of ontroering op dan humor.

De Amerikanen denken nu dat er voor humor sprake moet zijn van een goedaardige overtreding: „fout maar oké”. Maar verrassing is niet eens een voorwaarde, laten ze zien: mensen lachen méér om een filmpje van een polsstokhoogspringer wiens stok breekt als ze al weten dat dat gaat gebeuren. Het idee van de goedaardige overtreding (hier: die man had wel dood kunnen vallen, maar hij was in orde) kwam als sterkere verklaring uit het onderzoek. Maar ook die kan nog steeds niet perfect de grappige van de neutrale situaties onderscheiden. Heel scherp eten kan bijvoorbeeld best „eng maar veilig zijn”, maar grappig is dat meestal niet.