Column

Truttig nieuw jaar!

Nog twee nachtjes slapen (of wakker blijven) en dan is het weer tijd voor het beroemdste evenement uit de klassieke muziek. Een concert dat in negentig landen wordt uitgezonden en waarvoor tientallen miljoenen mensen iedere ochtend op Nieuwjaarsdag klaarzitten: het Neujahrskonzert van de Wiener Philharmoniker. In de ‘gouden zaal’ van de Weense Musikverein speelt het orkest traditiegetrouw een programma met walsjes en polka’s, voornamelijk van de familie Strauss. Altijd zijn de laatste toegiften dezelfde: eerst An der schönen blauen Donau van Johann Strauss junior (1825-1899), gevolgd door de Radetzkymars van Johann Strauss senior (1804-1849).

Bij mij roept het gemengde gevoelens op. En dat heeft niets te maken met het feit dat aan deze traditie een associatie met de nazi’s kleeft: de eerste editie (toen eigenlijk een oudjaarsconcert, want op 31 december) werd in 1939 gehouden en de opbrengst werd gedoneerd aan het nationaal-socialistische ‘goede doel’: het Kriegswinterhilfswerk. In de oorlogsjaren was het concert een propagandamiddel. Terwijl de nazi’s hun terreur uitoefenden, speelde het orkest uitgerekend deze vrolijke niets-aan-de-handmuziek.

Het is om een andere reden dat ik het Neujahrskonzert niet zo goed trek. Het is niet alleen het beroemdste klassieke concert ter wereld, het is ook het truttigste.

De Weense wals (vlotte driekwartsmaat met wat langgerekte eerste tel) was ooit bedoeld om op te dansen, maar een stijver publiek krijg je niet snel te zien. De zaal is met tuttige bloemstukken opgesierd, het publiek is gestoken in dure jurken en kostuums. De regisseur doet zijn best om in te zoomen op de paar vrouwen bij de Wiener, want het orkest is nog altijd een mannenbolwerk.

Tussendoor zien de kijkers thuis beelden van de sprookjesachtige Oostenrijkse paleizen en berglandschappen, een knap staaltje Oostenrijk-marketing. Altijd zijn er van die flauwe ingestudeerde grapjes, tijdens de Radetzkymars mag het publiek in de maat meeklappen.

Maar hé, hoor ik je denken, je hoeft toch niet te kijken? Klopt. En ik ben blij dat zo veel mensen zich aan de Strauss-klanken warmen. Miljoenen vinden dit prachtig, niet voor niets heeft André Rieu zich door dit evenement laten inspireren voor zijn shows, waarin hij er nog een extra laag entertainment aan toevoegt. Waar ik moeite mee heb, is het beeld dat dit Nieuwjaarsconcert uitstraalt: dat klassieke muziek wordt omgeven door oubolligheid en conservatisme, en dat je er ook nog eens chic voor uit moet zien. Die presentatie zal veel potentiële klassiekemuziekliefhebbers afschrikken.

Vrees niet: dit is niet representatief. Dat is het repertoire overigens ook niet: eigenlijk zijn de concertwalsen van de Strauss-familie alleen in Oostenrijk salonfähig, bij de Nederlandse orkesten hoor je ze zelden. Dat is dan wel weer een reden om te luisteren, als Mariss Jansons vrijdag de Wiener dirigeert.