‘Decentrale zorg botst met recht’

De decentralisatie van de zorg naar gemeenten, sinds 1 januari, druist in tegen het in Nederland heersende gelijkheidsidee. Dat zeggen drie kenners van het staatsrecht, hoogleraren Douwe Jan Elzinga en Paul Bovend’eert en universitair hoofddocent Wytze van der Woude.

De lokale vrijheid zelf te beslissen over de zorg voor jongeren en thuiswonende ouderen en zieken leidt tot intergemeentelijke verschillen. De ene gemeente is scheutiger met het toekennen van een traplift of scootmobiel dan een andere.

Volgens Groninger hoogleraar Elzinga is in Nederland de „diepgewortelde” gedachte echter dat het basisniveau van de zorg juist voor iedereen gelijk is – ongeacht inkomen, ongeacht woonplaats. Van der Woude, universitair hoofddocent in Utrecht: „De communis opinio is dat bij de zorg gelijkheid belangrijker is dan maatwerk – zeker als iemand onder het mom van maatwerk ineens minder krijgt dan de buurman.” Nijmeegs hoogleraar staatsrecht Bovend’Eert: „Het onderscheid in zorg tussen gemeenten is niet te rechtvaardigen.”