Rechter wijst staat terecht om schending persvrijheid

De staat mocht Vrij Nederland geen voorwaarden stellen aan het verspreiden van foto’s uit detentiecentra, zegt de rechter

Gewraakte foto van isoleercel Foto Robert Glas/HH

De Nederlandse staat heeft zich schuldig gemaakt aan het schenden van zowel de Grondwet als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens door contractuele voorwaarden op te leggen aan de verspreiding van foto’s van detentiecentra. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag dinsdag bepaald.

De zaak was aangespannen door fotograaf Robert Glas, die voor het opinieblad Vrij Nederland een fotoserie maakte waarin beelden voorkwamen van detentiecentra, waarin illegalen die hun uitzetting afwachten worden vastgehouden. Het ministerie van Veiligheid en Justitie stond Glas pas na een kort geding toe de serie te maken. Hij mocht de beelden pas publiceren nadat zowel hijzelf als Vrij Nederland een contract had gesloten met de staat. In die overeenkomst stond dat de serie alleen mocht worden gepubliceerd na toestemming van het ministerie.

Grondwet

Dat contract is volgens het hof strijdig met de Nederlandse Grondwet. Die verbiedt namelijk zogeheten „preventieve censuur”. Het hof wijst op artikel 7 van de Grondwet. Daarin staat dat „niemand voorafgaand verlof nodig heeft om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren”. Volgens het hof mogen aan de verspreiding van foto’s wel beperkingen worden gesteld, maar „deze mogen in geen geval zo ver gaan dat de overheid de verspreiding van de foto’s in het algemeen verbiedt of de inhoud ervan preventief beoordeelt”.

Daar houden de overtredingen volgens het gerechtshof niet op. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 10) schrijft voor dat bij het aan banden leggen van het recht op persvrijheid een wettelijke grondslag is vereist. Volgens het hof was van dit laatste geen sprake.

Glas maakte foto’s van isoleercellen en luchtkooien, waar geïsoleerde gedetineerden één uur per etmaal worden „gelucht”. De fotograaf schoot geen foto’s van mensen. De serie werd in mei gepubliceerd in VN. Het hof bepaalde dinsdag dat Glas de foto’s opnieuw mag publiceren, waarmee een uitspraak in een eerder kort geding werd vernietigd.

Frans Willem Verbaas, de advocaat van Glas, laat per e-mail weten: „Afbeeldingen van dergelijke plaatsen hoeven op geen enkele manier geheim te blijven voor de publieke opinie. De staat heeft ook geen legitiem belang om de verspreiding van dergelijk fotomateriaal aan een voorafgaande toestemming te onderwerpen, en heeft ook geen recht op redactionele inbreng (zij pretendeert dat wel te hebben).”

Fotograaf Glas is „heel blij” met de uitspraak, zegt hij per telefoon: „Dit is precies waarop ik had gehoopt. (..) Dit is goed voor mij, maar ook voor de persvrijheid.” Er loopt nog een bodemprocedure. Glas zegt te hopen dat hierin het contract met het ministerie nietig zal worden verklaard.

Censuur

Zowel in binnen- als buitenland beschuldigden belangenverenigingen voor journalisten de Nederlandse staat van censuur. De Nederlandse Vereniging van Journalist (NVJ) sprak van een principiële zaak en de internationale organisatie Verslaggevers Zonder Grenzen beschuldigde het ministerie van censuur. Maandblad Wordt Vervolgd besloot vorige maand drie foto’s van Glas te publiceren zonder vooraf toestemming te vragen bij Justitie.

Hoogleraar mediarecht in Leiden en Amsterdam Wouter Hins reageerde tegenover NRC op de uitspraak: „Dit is een duidelijke oorvijg aan Dijkhoff en het mediabeleid van het ministerie. Het komt niet vaak voor dat de rechtbank spreekt van het schenden van de Grondwet. Er was wel degelijk sprake van censuur en het heeft mij indertijd dan ook verbaasd dat de voorzieningsrechter dit in de eerdere uitspraak met de mantel der liefde probeerde te bedekken.”

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) ontkende in november tegenover Amnesty dat er sprake was van censuur.