Politiek theaterjaar vol gruwelijke getallen

Toneelstuk van het jaar De actualiteit was in 2015 alomtegenwoordig op de planken. Dat leverde goede voorstellingen op, met Nobody Home als hoogtepunt.

De drie acteurs uitNobody Home. Foto Casper Koster

We smokkelen, want stiekem ging-ie al in december 2014 in première, maar Nobody Home is ontegenzeggelijk dé voorstelling van 2015.

Juist dit jaar, nu we onze ogen niet meer kunnen sluiten voor de vlucht van miljoenen mensen, en politici en burgers worstelen met de uitdagingen omtrent hun opvang, zet regisseur Daria Bukvic drie aansprekende jonge acteurs op het toneel wier leven in Nederland als asielzoeker begon.

De onthutsende verhalen van Vanja Rukavina (uit Bosnië), Saman Amini (Iran) en Majd Mardo (Syrië) over de Hollandse desinteresse, argwaan en bureaucratie houden het publiek van nu een schokkende spiegel voor. Net zoals hun – schaarse – ervaringen met hulpvaardige Nederlanders ons positief tot voorbeeld strekken.

Bukvic legt juist nu de vinger stevig op de zere plek, ook bij een goedbedoelend, linksig theaterpubliek, dat onverschilligheid soms nog verwart met tolerantie. Toch vergeet ze niet om ons ook te kietelen of zelfs liefdevol te strelen: de lichte toon en cabareteske vorm waarin de acteurs als zichzelf op toneel staan, maken de voorstelling bij vlagen hilarisch. Maar die lach verandert snel genoeg weer in een snik. Nobody Home is inhoudelijk uiterst relevant en raak, en in de vorm volmaakt.

En dat werd gezien: avond aan avond was de voorstelling dit jaar uitverkocht. Nobody Home werd geselecteerd voor het Theaterfestival, vertoond in tv-serie De Fractie en Bukvic ontving meerdere prijzen. Arnon Grunberg schreef in de Volkskrant: „Iedereen in Nederland die zich met vluchtelingenproblematiek en migratie bezighoudt – en wie doet dat niet? – zou dit stuk moeten zien.” Goed nieuws: in april kan dat weer.

Geniale grappen en rake klappen

De Nederlandse omgang met vluchtelingen – soms lomp, soms lachwekkend – vond een artistieke vertaling in meer voorstellingen, zoals het hilarische La Isla Bonita – de afstudeervoorstelling van vijf performers van de Toneelacademie Maastricht, die onder leiding van Jeroen de Man een plek in de lijsten behaalde. Om La Isla Bonita, waarin vijf naïef-enthousiaste beoefenaars van ‘ritmische gymnastiek’ hun voorstelling – met glitterpak en al – willen spelen voor vluchtelingen, mag gelachen worden.

Maar tussen de geniale kolder door slaan de spelers hun publiek om de oren met gruwelijke getallen en anekdotes: het aantal verdronken vluchtelingen, de trauma’s die kustwacht en grenspolitie oplopen, de cynische mechanismen achter mensensmokkel. Zo incasseert het publiek ook hier rake, en noodzakelijke, klappen.

De (politieke) actualiteit was dit jaar verheugend alomtegenwoordig in het theater, en dat zie je terug, met de uitverkiezing van Kings of War (over machinaties van de macht), de Wijksafari (hoogstaand communitytheater), en het geestig-venijnige Kunsthart (zelfs drie keer genoemd), waarin de relatie tussen politiek en kunst in Nederland wordt ontleed.

Fijn: politiek theater mag weer, en het levert fantastische voorstellingen op.