Ook laatste schilderij van Bob is bijzonder

Altijd gebeurt er ‘iets’ als hij rijdt, zo ook in zijn laatste tien kilometer in Thialf: hij werd gediskwalificeerd. Toch kijkt Bob de Jong na 22 seizoenen tevreden terug. „Het is klaar.” Of?

Bob de Jong na waarschijnlijk zijn laatste 10 kilometer in Thialf. Hij werd gediskwalificeerd na het weggooien van zijn armband. Foto VINCENT JANNINK/ANP

Het lullige boeketje dat voor hem op tafel ligt? „Van de plaatselijke Jumbo uit Joure”, zegt Bob de Jong lachend. Dat kon er ook nog wel bij, na wat waarschijnlijk zijn laatste tien kilometer is in een vol Thialf. Dapper gestreden, vooral tegen zichzelf dit keer. Op de klanken van The Final Countdown nog één keer die ouderwets snelle slotronde. Maar Bob de Jong zou Bob de Jong niet zijn als er ook niet iets bijzonders gebeurde. Diskwalificatie, omdat hij zijn armbandje tijdens de race weggooide. „Nederland op zijnsmalst”, oordeelde winnaar Sven Kramer.

Dus stond De Jong (39) dinsdag na de laatste grote wedstrijd op ‘zijn’ afstand niet eens op de uitslagenlijst, waarop hij de afgelopen tweeëntwintig seizoenen zo vaak bovenaan prijkte op de vijf of tien kilometer. Olympisch goud, zilver en twee keer brons. Zeven keer goud bij de WK afstanden, 20 medailles in totaal. Acht nationale titels, 31 NK-medailles, de laatste van zilver vorig jaar nog. Maar in zijn afscheidsjaar stond een slepende rugblessure nieuw succes in de weg. Wat hem nu rest? „Het mooie gevoel dat je klaar bent.”

Wie is dat net achttien jaar geworden junioortje, dat op de Haagse Uithof een week voor Kerst 1994 zomaar ineens vierde wordt op de vijf en derde op de tien kilometer, vlak achter de toenmalige matadoren Rintje Ritsma en Falko Zandstra? Bob de Jong, gonst het over de tribune. ‘Diesel uit Leimuiden’, luidt al snel zijn bijnaam. Eerst rustig op gang komen en dan steeds sneller schaatsen. ‘Op de twintig kilometer schijnt hij nog beter te zijn’, gaat de grap. Nog geen twee jaar later concludeert de grote Johann Olav Koss in Thialf dat hij naar zijn opvolger zit te kijken. Als junior is De Jong al sneller dan de Noorse heerser op de lange afstanden. „Schitterend”, prijst Koss.

Grootse race van de dan 21-jarige De Jong in Nagano op de olympische tien kilometer in 1998. Maar wie ziet het? Ver voor hem schittert Gianni Romme, ongenaakbaar in zijn eigen klasse. Foute keuze om Romme te volgen in een commercieel avontuur bij SpaarSelect, vindt vertrouwensman Herman Nota, in Haarlem al zijn trainer sinds de jeugd. ‘Woodie’ heet De Jong in de ploeg van Peter Mueller. „Het lactaat liep net zo makkelijk weg uit zijn benen als water door een boom”, aldus de Amerikaanse coach. En De Jong heeft een houten hoofd bij ‘kopspelletjes’, waartoe dollende ploeggenoten hem uitdagen.

De Jong moet niet nummer één Romme volgen maar zelf nummer één worden, vindt Nota. Bij TVM gaat hij in 2002 als topfavoriet naar de Spelen van Salt Lake City. Om ongenadig hard te falen: dertigste op de vijf, voorlaatste op de tien. Bart Schouten, vriend van de Haarlemse ijsbaan en dan coach van de Amerikanen, treft de familie De Jong in tranen. „Die mensen waren ontroostbaar”, vertelde hij onlangs. En Bob? Hij laat lucratieve contracten voor wat ze zijn en kiest voor ‘basic’ in het gewest Zuid-Holland: slaapzaal en zelf koken, maar onder het timmermansoog van coach Wim den Elsen keert hij wel terug naar de top.

En zie: vier jaar na zijn diepste dieptepunt is daar de parel in de kroon van een ongeëvenaard oeuvre: olympisch goud op ‘zijn’ tien kilometer in Turijn. Eindelijk eeuwige roem, erkenning, geld? Niet voor Bob de Jong. Coach Ingrid Paul gooit de ‘einzelgänger’ uit de ploeg bij Telfort. „Respectloos”, vindt De Jong, altijd en overal juist zeer geliefd bij ploeggenoten. Hij reist in de zomer naar Beijing voor een tv-programma, raakt kilo’s spierweefsel kwijt en strandt ‘down and out’ in Erfurt. Of hij mag meetrainen met Schouten, inmiddels coach van de Duitsers? De olympisch kampioen vestigt zich jarenlang in Berlijn, vecht zich vanuit een diep dal terug en gaat blijmoedig de strijd aan met de nieuwe heerser, Sven Kramer.

„Gekke Bob”, noemt Kramer hem in Hamar 2009, een benaming die aan hem dreigt te gaan kleven. „Zonder verkeerde keuzes maak je de goede ook niet”, counterde De Jong na zijn laatste tien kilometer in Thialf. Gewoon is het zelden. Van een baldadig joch dat op een dienblad van hellingen suist tot Dancing with the Stars in 2007. Of zoals hij afgelopen zomer voor het eerst in zijn carrière overtraind raakt door in Kenia „twaalf kilometer per uur” te gaan hardlopen op twee kilometer hoogte met een talentvolle atleet, als ambassadeur van de stichting Blessed Generation, die kinderen in het ontwikkelingsland kansen wil bieden.

In plaats van altijd weer linksom nu eens rechtsom de baan rond, tegen de rijrichting in? Bob de Jong doet het, vlak voor zijn olympische tien kilometer van Vancouver, waar hij halverwege het toernooi onderduikt in Seattle en ondanks een rugblessure brons haalt. Een jaar later, als Kramer fysiek en mentaal in de kreukels ligt, heerst hij ouderwets: twee keer goud bij de WK afstanden in Inzell, met supertijden.

„Bob is net een darter”, zegt Jillert Anema, dan zijn coach. Hij ‘raakt’ zijn afzet precies goed, bedoelt de Fries. De Jong maakt de BAM-ploeg van Anema groot, maar wordt een paar jaar later ondanks olympisch brons in Sotsji bij het oud vuil gezet. „Anema wil op de bovenste tree van de apenrots staan”, zegt vertrouwensman Nota. De Jong een darter? „Bob is een groot kunstenaar. Hij weet op elk moment tijdens een tien kilometer precies wat hij moet doen. Ja, dat kun je vergelijken met het maken van een mooi schilderij.”

Als geen ander gaat het De Jong aan het hart dat ‘zijn’ tien kilometer onder druk staat. Nog maar één wereldbekerwedstrijd per seizoen, bijnummer op WK-afstanden, mogelijk vanaf volgend jaar niet meer bij het EK. Saai? Tweeëntwintig seizoenen bracht hij het publiek op de banken. In zijn slotjaar ging hij naar Calgary, om weer met Schouten te trainen. Hij liet zijn biografie optekenen, maar is nog niet klaar. Op 21 februari, op zijn thuisbaan in Haarlem, rijdt hij een erewedstrijd. En is het uitgesloten dat hij ooit nog een ‘echte’ tien rijdt? „Nee, dat niet.” Bob blijft Bob.