Bijna kwart helpt (schoon)ouders in huishouden

Van de mensen tussen de 45 en 55 jaar heeft 23 procent (schoon)ouders geholpen bij huishoudelijke taken. Van alle mensen die nog een of twee ouders hebben, heeft bijna 16 procent hen bij het huishouden ondersteund. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze woensdag.

Bij de dagelijkse verzorging heeft 6 procent van de 45- tot 55-jarigen de ouders of schoonouders ondersteund, en 2 procent van de 18- tot 25-jarigen. Voor alle leeftijdscategorieën tezamen is dit ruim 3 procent.

Jongeren vinden vaker dat kinderen verantwoordelijk zijn voor de zorg van hun ouders dan ouderen. Van de mensen tussen de 18 en 25 jaar vindt 80 procent dat volwassen kinderen voor hun ouders moeten zorgen wanneer dat nodig is. Van de 55-plussers vindt nog 34 procent dat. Gemiddeld genomen vindt de helft van de Nederlanders dat kinderen verantwoordelijk zijn voor de zorg van hun ouders.

De verschillen in verleende zorg tussen leeftijdscategorieën hangen samen met de leeftijd van ouders; naarmate die stijgt, is meer hulp nodig. 65-plussers geven het minst vaak zorg, omdat ouders dan vaak al zijn overleden. Als ze nog wel leven, heeft 40 procent van deze groep hen geholpen bij het huishouden.

In de vergrijzende samenleving zal het aantal ouderen dat zorg of steun nodig heeft toenemen. Volgens de CBS Bevolkingsprognose neemt het aantal 65-plussers toe van 2,7 miljoen in 2012 tot 4,7 miljoen in 2041. Tot 2060 blijft het aantal ouderen schommelen rond de 4,7 miljoen, aldus de prognose.

Het CBS gebruikte gegevens uit het Onderzoek Gezinsvorming, dat in 2013 is uitgevoerd.