Legendarische rocker die net even harder speelde dan de rest

Als voorman van Motörhead, de ‘hardste band op aarde’, was Lemmy Kilmister van immense invloed op het metalgenre.

Lemmy in 2010, tijdens een optreden van Motörhead op het Roskilde Festival in DenemarkenFoto EPA/Anders Birch / ROCKPHOTO DENMARK

Om zijn niet te onderschatten invloed op heavy metal in de afgelopen veertig jaar en zijn taaie vermogen om keihard te blijven rocken, zeggen fans graag dat Lemmy God is. Maar maandag bleek de zanger en bassist van Motörhead dan toch een sterveling. Krap vier dagen na zijn zeventigste verjaardag overleed hij in zijn woonplaats Los Angeles. Lemmy, op 24 december 1945 in Stoke-on-Trent geboren als Ian Kilmister, bezweek aan een agressieve vorm van kanker, die pas op Tweede Kerstdag werd geconstateerd.

Lemmy werd op handen gedragen en gezien als een van de invloedrijkste muzikanten in heavy metal. Hij leerde de muziekwereld en geestverruimende middelen kennen als roadie voor Jimi Hendrix in de jaren zestig, en later als bassist van spacerockband Hawkwind - tot hij daar werd uitgetrapt nadat hij in Canada werd opgepakt om drugsbezit. Dan begon hij maar een eigen band: Motörhead.

Het is rock-’n-roll, hield Lemmy altijd vol, maar de muziek van de band werd de voorloper van zo’n beetje alle metalgenres die volgden. Lemmy nam de vroege, uitgesponnen en zware metal van bands als Black Sabbath, geënt op psychedelische rock, en voegde daar punkelementen aan toe. Dat gaf de muziek van Motörhead een tot dan toe ongekende snelheid en agressie. Zijn zware basgeluid en omhoog gerichte rochelzang maakten het geluid van de band af. Niet voor niets stond Motörhead bekend als de ‘hardste band op aarde’.

Motörhead brak door met de albums Overkill (1979), Bomber (ook 1979) en vooral Ace of Spades (1980). De songs van Kilmister inspireerden tijdgenoten als Iron Maiden en Saxon om een tandje bij te zetten, en zette jonge fans ertoe aan zelf heavy metal te maken, met bands als Metallica, Slayer en Megadeth als gevolg.

Kilmister werd zo boegbeeld en protagonist van het rock-’n-rollbestaan. De Engelsman met de twee opvallende wratten in zijn gezicht schepte graag op over de ruim duizend vrouwen met wie hij het gedaan had. „I’ve had my share… and yours too!” grapte hij. Berucht was ook zijn voorliefde voor drugs en sterke drank, waar hij nauwelijks af te brengen was. Niet in de jaren negentig, toen hij type-2 diabetes kreeg, en ook niet toen hij in 2013 een defibrillator in zijn borst kreeg geïmplanteerd.

Lemmy stond ook bekend als scherpe denker, hij had een grote interesse voor geschiedenis. Zijn verzameling nazimemorabilia, waaronder zelfs een tank, deed wenkbrauwen fronsen. Maar hij heeft altijd volgehouden slechts een voorliefde voor de esthetiek te hebben, niet voor de politiek. De reden voor zijn notoire pesthekel aan religie had hij te danken aan zijn vader, die dominee was bij de Britse luchtmacht en de benen nam toen de kleine Lemmy drie maanden oud was. Zijn haat zette hij om in muziek, onder meer in het veel gecoverde Orgasmatron.

Met Motörhead maakte hij 23 albums. Dit jaar nog brachten ze Bad Magic uit. Hun laatste show in Nederland was in de IJsselhallen vorig jaar. Lemmy bleek fragiel en was eigenlijk al geen schim meer van de rockgod die hij decennia was geweest. Afgelopen zomer moest hij een concert in Texas afbreken, omdat hij zich niet goed voelde. „I can’t do it”, zei hij terwijl hij gebroken het podium afliep.

Niet veel eerder zei hij: „Ik heb een goed leven gehad, het was een goeie rit. Ik zal ergens onderweg wel sterven, op de een of andere manier.”