‘Ik ben aan het leren hoe Nederland werkt’

Ahmed (31) werd geïnterviewd door undercoververslaggevers van Studio Powned. Op televisie leek het of hij naar Nederland was gekomen voor seks. Zijn woorden werden uit hun verband gerukt, vond hij. Ahmed stapte naar de rechter.

Foto Anaïs Lopez

De ongemakkelijkste vraag tijdens dit interview is die over zijn ballen. Wat was daar nou precies mee aan de hand? Ahmed (31) antwoordt ontwijkend, vertelt over zijn reis naar Europa. Van zijn vaderland Syrië naar Libanon, door naar Turkije. In een afgeladen rubberbootje voeren ze van Izmir naar een Grieks eiland – Kos, denkt hij. De dag nadat ze de rotsachtige kust beklommen, ging hij naar het ziekenhuis omdat hij zich „heel zwak” voelde. En die ballen, hoe zat het daarmee? „Zijn de details echt zó belangrijk?”

Op 30 september werd Ahmed geïnterviewd door het programma Studio Powned. Twee undercoververslaggevers met een camera bezochten zijn noodopvang in Apeldoorn, waar vierhonderd mannen wonen. De verslaggevers stelden zich voor als studenten die voor een eigen project filmden. Ze ondervroegen Ahmed en twee andere mannen over het kamp, seks, Nederlandse vrouwen en homoseksualiteit. Over Nederlandse normen en waarden.

Een gedeelte van dat interview zond Powned op 1 oktober uit. Een fragment van dertig seconden uit die uitzending kwam apart online. ‘Vluchteling: mijn ballen zijn heel groot’, was de kop. Het is meer dan een miljoen keer bekeken.

Ahmed vertelt in dat filmpje over zijn ballen. Daar was iets mee aan de hand, in Griekenland. „Very big, big, big.” Hij geeft met zijn handen formaat honkbal aan. Ahmed vertelt over het advies van een dokter: „Make sex. With anybody. Or make anything.” Het beeld van de vluchteling als „testosteronbom”, een term die wordt gebruikt door Geert Wilders, lijkt erdoor te worden onderstreept. Een reactie op de Facebookpagina van Powned:

‘De eerste de beste waarvan ik zie dat hij iets probeert bij een vrouw die schop ik persoonlijk de hele straat over.’ (263 likes)

Het filmpje veranderde Ahmeds toch al roerige leven, vertelt hij in een vergaderruimte van advocatenkantoor Prakken d’Oliveira aan de Amsterdamse Keizersgracht. We zitten aan een grote, mahoniehouten tafel. Channa Samkalden is er ook, zij is de mensenrechtenadvocaat die Ahmed eerder deze maand verdedigde. Ahmed stapte op advies van een vriend naar de rechter. Hij vindt dat zijn woorden uit hun verband zijn gerukt, en de rechter gaf Ahmed twee weken geleden gelijk. Powned gaat nog in hoger beroep.

Het Hof heeft omroep PowNed in hoger beroep inmiddels deels in het gelijk gesteld. Fragmenten waarin Ahmed zich afkeurend uitlaat over homoseksualiteit mochten gewoon uitgezonden worden.

Nadat het filmpje in oktober viral ging, begonnen veel mensen uit de noodopvang Ahmed te negeren. Ze waren bang dat Ahmeds interview hun imago zou verpesten. Dat hun procedure er misschien door zou worden vertraagd. Een paar maanden bleef hij alleen maar op het kamp, vooral in zijn kamer. Hij ging niet meer mee voetballen, ’s avonds haalde zijn kamergenoot een bord eten voor hem zodat hij de andere inwoners niet onder ogen hoefde te komen. In afwachting van papieren staat zijn leven al op pauze sinds hij vier maanden geleden aankwam, maar nu voelde hij zich wel heel erg alleen. Een Syrische vriend die ergens anders in Nederland woont, was zo kwaad dat hij hem blokkeerde op Whatsapp. Die vriend is juist een belangrijke reden dat Ahmed naar dit land is gekomen – dan kende hij tenminste alvast iemand.

Ook zijn familie zag het filmpje

Hij had niet alleen de toorn van veel Nederlanders en mede-immigranten over zich afgeroepen, ook zijn familie wilde niets meer met hem te maken hebben. Het filmpje werd ook volop gedeeld op Angelsaksische media (‘Muslim refugee demands sex’) én op veel Arabische sites. „Het kan in Syrië niet, zo openlijk over seks praten. Toen mijn familie die video zag, dachten ze dat ik volledig was veranderd in Nederland.” Naar je kruis wijzen, zoals Ahmed ook deed, is bijvoorbeeld erg ongepast. Voordat Ahmed Syrië ontvluchtte, trouwde hij met een vrouw die hij al veertien jaar kent. Zij is nu in Damascus. Hun huwelijk wankelde, maar herstelt zich nu weer langzaam. Ahmed hoopt dat zij hierheen kan komen.

Ahmed kwam naar Nederland voor „veiligheid, vrede, een comfortabel en rustig leven”. Hij ontvluchtte zijn stad Deir ez-Zor omdat het Vrije Syrische Leger en het regeringsleger er met elkaar vochten. Later kwam IS er nog bij. Ahmed verloor vijf neefjes en nichtjes. En vrienden, hij zegt niet hoeveel. „Ik wil niet bagatelliseren, maar het wordt op een gegeven moment een normale aanblik om dode mensen op straat te zien, mensen die in stukjes zijn gespat.”

Hij spreekt net genoeg Engels om moeizaam over koetjes en kalfjes te praten, daarom is er ook een tolk bij het gesprek. Als hij zijn woorden kracht bij wil zetten, vouwt hij zijn handen in een driehoek, de vingertoppen tegen elkaar, en beweegt hij mee in het ritme van zijn monoloog. Soms is hij wel twee minuten onafgebroken aan het woord. Hij herhaalt veel, zegt de tolk, hij wil dat we het echt begrijpen.

Het hele gesprek met Powned, waar ongeveer een uur beeld van is, is warrig en er is veel miscommunicatie. Het Engels van de geïnterviewden is slecht, dat van de verslaggever ook. In de ruwe opnames kun je zien dat Ahmeds uitspraak over zijn ballen volgt op een gesprek over masturberen in de noodopvang, waar een van de andere mannen het hoogste woord in voert. Die vertelt lachend dat je de bedden kunt horen kraken.

Na nog eens aandringen vertelt Ahmed, hier aan tafel in het advocatenkantoor, wat er nou met zijn ballen was. Dat hij een stekende pijn in zijn onderbuik had. Ze waren erg opgezet. Hij heeft ontstekingsremmers gekregen. En ja, de dokter zei toen dat hij misschien zou moeten aftrekken of seks zou moeten hebben. Kunnen we het nu weer ergens anders over hebben?

In een ander fragment, dat ook werd vertoond in Studio Powned en Ahmed op kritiek kwam te staan, spreekt hij met ongenoegen over homo’s. „Wat als er hier twee mannen hand in hand langs zouden langslopen?” vraagt een verslaggever. Ahmed steekt zijn vinger in zijn keel. Ze vraagt nog een paar keer wat de mannen van homo’s vinden. Een andere keer antwoordt Ahmed dat hij weg zou kijken, weer een andere keer maakt hij een beweging met zijn vuist, alsof hij iemand een stoot geeft – dit zond Powned later apart uit in reactie op het kort geding dat was aangespannen. Alle andere keren dat het hem wordt gevraagd, zegt Ahmed iets als: dit is Nederland, hier mag dat en ik accepteer dat. „Het is niet mijn overtuiging. Ik geloof niet dat God mensen heeft geschapen om ze homoseksueel te laten zijn. De man en de vrouw zijn geschapen om voort te planten.”

Ahmed wil tegen de afkeurende reacties die dit fragment uitlokte nog iets inbrengen. „Nederlanders denken heus niet compleet anders over homo’s dan Syriërs”, denkt hij. „Als een Nederlander met zijn kind door de stad rijdt en twee homo’s iets met elkaar ziet doen, vindt hij het ook niet prettig. Maar omdat jullie absolute vrijheid hebben, zeggen jullie er niets van.”

Wennen aan Nederland

Tijdens de wandeling van het advocatenkantoor naar de parkeergarage waar de auto staat, passeren we een stoet mensen, ze demonstreren met spandoeken voor vrede en gelijkheid. Er loopt iemand mee met een regenboogvlag. „Wat doen deze mensen?” vraagt Ahmed. Ik vertel hem wat ik zie. „Dit zou in Syrië nooit kunnen, zegt hij. „Omdat deze mensen homo’s goedkeuren?” vraag ik. „Omdat ze met een groep door de stad lopen.”

In de auto terug naar Apeldoorn is Ahmed ontspannen. Hij is misschien opgelucht dat het interview voorbij is. Met z’n tweeën zetten we het gesprek voort, voor zover de taalbarrière het toelaat. Ahmed vraagt hoeveel dagen ik per week werk, en hoeveel uur. Hij vraagt waar ik woon, ik vertel hem dat ik met mijn vriend samenwoon in Utrecht. Ahmed moet lachen. Samenwonen zonder trouwen verbaast hem nog steeds. We hebben het over mijn vriend, die voor werk in het buitenland is. Ahmed kijkt bedenkelijk. „Ben je niet bang om alleen thuis te zijn?” Nu moet ik lachen. We hebben het over uitgaan, Ahmed vraagt of ik drink en naar cafés of clubs ga. „Moslims drinken vaak geen alcohol, toch?” vraag ik. „Ik doe dat af en toe”, zegt Ahmed. Hij vindt het een grappige vraag. „Je bent vrouwelijk, maar je bent ook stoer”, constateert hij na een korte stilte. „I like that.

Ahmed probeert het al de hele tijd duidelijk te maken: er zijn cultuurverschillen die hij intrinsiek afkeurt, omdat hij het zelf niet op die manier zou doen. „Maar ik vind ze ook interessant. Ik ben aan het leren hoe Nederland werkt.”