Het is oogsttijd voor Kjeld Nuis

Kjeld Nuis won zowel de 1.000 als de 1.500 meter. „Ik verbaas mezelf enorm.”

Foto Vincent Jannink/ANP

Eindelijk voelt hij zich volwassen. Kjeld Nuis, de krachtpatser die de NK afstanden kleur gaf met goud op de 1.000 en 1.500 meter, had een lange aanloop nodig. Nu is de nieuwigheid eraf, de twijfels zijn weg. Opkijken tegen anderen is niet meer nodig. De tijd is aangebroken om te oogsten. Zo voelt hij het tenminste.

Met een triomfantelijke kreet en twee juichende armen toonde Nuis (26) dinsdag het publiek zijn spierballen en die enorme tatoeage op de binnenkant van zijn linkerarm. Niet zonder reden: hij was zojuist over het ijs van Thialf geraasd en miste op de 1.000 meter (1.08,24) maar net het baanrecord dat de Rus Pavel Koelizjnikov onlangs reed (1.08,16).

Een dag eerder won Nuis al de 1.500 meter. „Ik noem het een gouden weekend”, zei hij. „Ik verbaas mezelf enorm.” De NK waren een experiment geweest. Door zijn goede voorseizoen, met wereldbekerzeges op beide afstanden in Salt Lake City en Inzell, was Nuis al verzekerd van de WK afstanden in februari in het Russische Kolomna. „Daardoor heb ik voor de NK gewoon nog een paar zware blokken getraind. En dan rijd ik zó hard. Ik werd helemaal gek.”

Nuis beseft steeds meer dat de grenzen van zijn groei nog altijd niet in zicht zijn. Misschien is dat zijn belangrijkste conclusie in het voorseizoen. „Dat ik gewoon kan doortrainen en zulke tijden kan rijden, zegt dat ik nog niet aan mijn top zit.”

Nog veel te bewijzen

Hij hoort al jaren bij de favorieten. Aanvankelijk alleen op de 1.000 meter, nu ook op de 1.500 meter. Niet voor niets won hij onlangs op het superijs van Salt Lake City de World Cup in een nationaal record (1.42,14).

Maar Nuis weet als geen ander dat hij nog veel te bewijzen heeft op internationale toernooien. Na al die nationale titels – zes – wordt het tijd dat hij zijn vleugels uitspreidt buiten de landsgrenzen. Daar zit het pijnpunt: grote internationale titels ontbreken. Tot zijn eigen verbazing miste hij tweemaal de Spelen. Misschien was hij voor Vancouver (2010) nog wat jong, voor Sotsji (2014) was hij favoriet. Het kwam er niet van. Op de WK’s kwam hij niet verder dan brons en twee keer zilver op de 1.000 m.

Met die traditie wil hij breken. „Ik voel me volwassen.” Dat was een kwestie van tijd. „In het begin is alles nieuw, de banen, de grote tegenstanders. Dat is allemaal opzij geschoven. Nu kijk ik lekker op mijn hotelkamer mijn serietje en ik zorg dat ik zo uitgerust mogelijk aan de start sta. Niet meer: whoa, Shani Davis! Nu denk ik steeds meer: ik vreet je op.”