Geef het dagboek van Anne Frank nu eens echt vrij

Het auteursrecht op Het Achterhuis eindigt op 31 december middernacht, maar het Anne Frank Fonds wil dit ‘monopolie’ kunstmatig nog jaren laten voortduren. Dat is immoreel, vindt Caspar van Woensel.

Cursisten van een inburgering op excursie in het Anne Frank Huis. Foto Evelyne Jacq

Op 1 januari komt het dagboek van Anne Frank officieel in het publieke domein. Natuurlijk is het allang beschikbaar voor het publiek, via boekhandels en bibliotheken. Maar juridisch gezien mogen er geen nieuwe uitgaven of bewerkingen, toneelstukken of films worden gemaakt zonder toestemming – een licentie – van het Zwitserse Anne Frank Fonds.

Dit ‘monopolie’ op het dagboek eindigt bij wet om middernacht op 31 december 2015. In heel Europa zijn nieuwe edities van het dagboek in voorbereiding met actueel commentaar, nieuwe wetenschappelijke inzichten of weergaven van de perceptie van Anne Frank in de moderne tijd, zonder bemoeienis van het Anne Frank Fonds. Maar deze organisatie is op een missie: de wereld moet weten dat de auteursrechten op Het Achterhuis helemaal niet aflopen.

Wie een boek schrijft, bezit het auteursrecht. Dit recht omvat het morele recht te worden gerespecteerd als de auteur, en een commercieel recht om te beslissen over de exploitatie – het op de markt brengen van het boek. Het Anne Frank Fonds in Basel verkreeg in 1963 het recht het dagboek te exploiteren.

De Zwitserse goededoelenorganisatie kon stabiele inkomsten uit de boekverkoop genereren en met die inkomsten haar doelen ondersteunen. Zij staat nu op het punt deze prettige inkomstenstroom te verliezen. Daarnaast maakte het auteursrecht zeggenschap mogelijk over de wijze waarop door licentienemers invulling wordt gegeven aan de nagedachtenis van Anne Frank. Het ene project steun je wel, het andere niet.

Het Anne Frank Fonds beweert nu dat, achteraf gezien, Anne Franks vader zijn eigen auteursrecht had vanwege zijn werkzaamheden voor de publicatie van Het Achterhuis. Otto Frank combineerde twee delen van het dagboek die na de oorlog aan hem werden toevertrouwd in één versie, met behoud van zoveel mogelijk van de oorspronkelijke tekst. Door deze inspanningen is hij volgens de liefdadigheidsorganisatie co-auteur geworden onder het auteursrecht. In het geval van co-auteurs eindigt het auteursrecht pas nadat een periode van 70 jaar is verstreken na de dood van de langstlevende auteur – in dit geval Otto Frank en niet zijn dochter.

Dit is duidelijk een juridische constructie die in de laatste paar jaar is bedacht door adviseurs van het Anne Frank Fonds. Of er juridische waarde schuilt in deze redenering, zal moeten worden uitgemaakt door nog meer juristen; waarschijnlijk in rechtszaken tegen mensen en organisaties die zich met dezelfde doelen bezighouden. Dit waait niet over, als je de reacties beluistert van mensen die nieuwe uitgaven in voorbereiding hebben.

Maar hoe zit het met de morele waarde van zo’n koers? De antagonistische houding van het Anne Frank Fonds wekt de wrevel van mensen die toegang willen tot de beroemde dagboektekst om de kennisontwikkeling te bevorderen en hun eigen publiek te bereiken. Gezien de impopulariteit van het Anne Frank Fonds, is de gedachte dat deze organisatie nog tientallen jaren zal optreden als de hoeder van Het Achterhuis frustrerend. Het helpt het verhaal van de Holocaustslachtoffers natuurlijk niet.

Er is niets mis met het definiëren, en het verdedigen van een bepaalde visie op Anne Frank als Holocaustslachtoffer; of een visie op een andere belangrijke persoon of gebeurtenis in de recente geschiedenis. Het wordt een probleem, tergend, als anderen soortgelijke doelen nastreven maar buitenspel gezet worden door strategische licentieverlening. Het Anne Frank Fonds slaat een verkeerde toon aan. De nieuwste copyrightclaim is twijfelachtig.

Voor de geplaagde Zwitserse liefdadigheidsorganisatie is er geen betere zet denkbaar dan publiekelijk afstand doen van ieder auteursrecht dat zij ten aanzien van Het Achterhuis nog denkt te hebben. Zo kunnen de gespannen relaties met uitgeverijen, wetenschappers, schrijvers en filmmakers in één klap worden verbeterd.