Fikse groei bij de musea: 3 trends

Musea melden opnieuw stijgende bezoekersaantallen. Eerst zorgden heropeningen voor records, nu doen blockbusters dat. Maar die zitten vol risico’s. Musea zijn op zoek naar duurzame groei.

Aan de groei van bezoekersaantallen van musea lijkt maar geen einde te komen. Negentien musea meldden dat ze in 2015 hun eigen record verbreken. Het totale bezoekeraantal van 53 grote en middelgrote musea stijgt in 2015 met ruim 4 procent van 16,9 miljoen naar 17,6 miljoen bezoekers, blijkt uit een inventarisatie van NRC. Een lichtere stijging dan voorgaande jaren, maar wel een vierde jaar van groei achtereen. Van de 53 musea laten 44 een stijging zien sinds 2012, hun bezoekeraantal steeg met 5 miljoen.

1 Het verbouwingseffect

In 2012 begon een openingshausse van musea die ingrijpende verbouwingen hadden uitgevoerd. Direct daarna zagen zij de bezoekersaantallen zeer fors toenemen. In 2015 is naast het Mauritshuis De Fundatie het enige van die verbouwde musea dat doorgroeit, naar 310.000 bezoekers. „De laatste maanden is het bij ons zelfs drukker dan in de maanden na de heropening”, zegt directeur Ralph Keuning van De Fundatie. „Dat komt door onze brede programmering, zoals nu met tegelijkertijd de Turner-tentoonstelling en de expositie van Nick & Simon.” De andere musea kunnen hun piek niet vasthouden, een bekend patroon bij verbouwde musea. Neem het Noordbrabants Museum dat in 2014 een record haalde van 215.000 en nu tot de grootste dalers behoort, maar niet ongelukkig is met 177.000 bezoekers. „Ons streven is om jaarlijks tussen de 150.000 en de 200.000 bezoekers uit te komen. In 2016 verwachten we met de grote Bosch-tentoonstelling zelfs 390.000 bezoekers”, zegt zakelijk directeur Leo van Rozendaal.

2 Blockbusterdwang

Het Rijksmuseum en het Stedelijk boekten in 2015 tentoonstellingsrecords met Late Rembrandt (520.698 bezoekers) en De oase van Matisse (360.000 bezoekers), maar bereikten niet meer het piekniveau van na hun heropening. Toch zijn het juist de kunstmusea die in 2015 dankzij blockbusters voor de groei zorgen. De historische, wetenschappelijke en volkenkundige musea bleven gezamenlijk op gelijk niveau.

Het grootste succesnummer was het Gemeentemuseum in Den Haag dankzij de kaskrakers met Rothko en Anton Corbijn. Maar elk jaar zo’n groei vasthouden lijkt onhaalbaar. De twee sterkste dalers – de Kunsthal en het Instituut voor Beeld en Geluid – hadden vorig jaar nog een recordjaar. Fluctuerende bezoekcijfers zullen vaker te zien zijn. Met blockbusters lopen musea bovendien meer risico door de hogere kosten. Sponsoren vinden voor blockbusters is lastig. De hoge bezoekeraantallen zijn noodzaak om de kosten terug te verdienen.

3 De ratrace

Maar liefst acht kleinere musea melden dit jaar een recordaantal bezoekers. Drie breken door de ‘magische grens’ van 100.000 bezoekers: het Catharijneconvent in Utrecht, het Verzetsmuseum in Amsterdam en Boerhaave in Leiden. Directeur Dirk van Delft over de groei van dit wetenschapsmuseum: „Omdat we stap voor stap in de laatste zeven jaar gegroeid zijn, zien we dit als duurzame groei. We knallen niet met een tentoonstelling om het jaar daarop weer terug te zakken, maar zien het als het succes van een beleid van publieksverbreding.”

Eerder deze maand constateerde de Museumvereniging dat veel kleinere musea het moeilijk hebben. Zij zijn het zwaarst getroffen door overheidsbezuinigingen en hebben daardoor ook minder middelen om publiekstrekkende tentoonstellingen te organiseren. Daardoor dreigt een tweedeling, constateert Arnoud Odding die bij het Rijksmuseum Twenthe in twee jaar tijd het bezoekeraantal van 87.000 naar 115.000 kreeg: „Een beperkte groep weet voldoende tentoonstellingen te maken, die leiden tot groei in het aantal bezoekers. Een grotere groep musea blijft achter. We zijn met z’n allen met een ratrace bezig, ons museum doet er ook aan mee. En wat zie je: gemeentebesturen zeggen: hé, zij kunnen wel groeien, waarom jullie dan niet? Het is niet gezegd dat die aantallen duurzaam zijn.”