Eén Rembrandt in plaats van twee

De tentoonstelling Late Rembrandt in het Rijksmuseum werd dit jaar door ruim een half miljoen mensen bezocht. Ook door de ‘portrettendeal’ met Frankrijk was Rembrandt in het nieuws.

De tentoonstelling 'Late Rembrandt' werd unaniem bejubeld.

Dit jaar moet voor Rijksmuseum- directeur Wim Pijbes zowel een triomf als een teleurstelling zijn geweest. De tentoonstelling Late Rembrandt werd door journalisten unaniem bejubeld. En aan het eind van het jaar is het museum (bijna) een Rembrandt-portret rijker: dat van de Amsterdamse koopman Maerten Soolmans. Maar Pijbes had graag ook de andere helft van het portrettenduo uit 1634 willen verwerven. Dat liep mis: een diplomatieke rel gooide roet in het eten. Het portret van Oopjen Coppit, de vrouw van Maerten, komt nu in handen van de Franse staat. Wel zullen de doeken altijd samen worden getoond, afwisselend in beide landen.

Door alle perikelen rondom de aankoop zou je bijna vergeten hoe mooi het jaar voor het museum begon. Een „fabelachtige blockbuster”, noemde Sandra Smallenburg Late Rembrandt in haar recensie in NRC. Ook andere journalisten schreven juichend over de tentoonstelling, die van 12 februari tot en met 17 mei in het Rijksmuseum te zien was, nadat de expo in 2014 al in de National Gallery in Londen was geweest. De negentig voor de tentoonstelling bijeengebrachte werken lieten zien hoe de zeventiende-eeuwse meester in de laatste jaren voor zijn dood radicaal van stijl veranderde en veel vrijer ging schilderen. De tentoonstelling was mogelijk omdat het Rijksmuseum in de tien jaar dat het werd verbouwd veel krediet had opgebouwd bij andere musea, door genereus om te gaan met bruikleenverzoeken. Maar liefst 38 musea en particuliere collecties toonden hun goodwill en leenden werk uit.

Geheim beraad in het Mauritshuis

Museumdirecteur Wim Pijbes zei vooraf dat hij het „een geweldig succes” zou vinden als er 400.000 bezoekers zouden komen. Het werden er 520.698.

De gekte rondom Rembrandt keerde na de zomer terug, maar in een heel andere vorm. Pijbes kondigde in augustus op de radio aan dat hij geld bij particulieren wilde werven om twee Rembrandts te kopen. Het portrettenduo was in bezit van de Franse familie Rothschild en zou volgens geruchten 160 miljoen euro moeten kosten.

Dat nieuwtje zette politiek Den Haag in vuur en vlam. In geheim beraad in het Mauritshuis werd een maand later door de Tweede Kamer besloten dat hier 80 miljoen euro voor vrijgemaakt diende te worden. De rest van het geld zou het museum werven bij rijke geldschieters.

Maar Nederland had gerekend buiten de Fransen. De Louvre- directeur deed zijn beklag bij de Franse minister voor Cultuur, die zich vervolgens bij Nederland beriep op een gezamenlijke brief die de twee landen in de zomer hadden geschreven aan de Rothschilds. De zaak werd binnen enkele dagen een diplomatieke rel tot op het hoogste niveau. Premier Rutte sprak er zelfs over met president Hollande bij de Verenigde Naties. Museumdirecteur Pijbes kon slechts met lede ogen toekijken.

De deal is nu geworden dat Nederland en Frankrijk ieder één portret kopen, maar dat beide portretten altijd bij elkaar blijven. Vragen die nog open liggen zijn wie de werken mag restaureren, hoe de verzekeringen en het transport worden geregeld, en of de tournee door de twaalf Nederlandse provincies, zoals de Tweede Kamer graag wilde, nog doorgaat.