Column

Deegroller met inkeping

Kenners worden overschat, terwijl de menigte een onterecht slechte naam heeft. Dat is de centrale stelling uit het boek The Wisdom of Crowds, van de Amerikaan James Surowiecki. De invloedrijke bestseller verscheen al in 2004, maar een paar dagen geleden dook misschien wel de mooiste illustratie op van Surowiecki’s stelling, in een bericht van internationaal persbureau AP.

Plaats van handeling: ergens op een begraafplaats in Jeruzalem. De politie vindt er een verguld en glanzend massief stalen ding. Het weegt 8 kilo en is zo’n veertig centimeter lang. Niemand weet wat het is. Het lijkt op twee door midden gehakte bowlingkegels die van onderen aan elkaar zijn geplakt. De symmetrische vorm heeft iets weg van een deegroller met zeven diepe inkepingen.

Voor wie deze beschrijving of de afbeelding hierboven niet goed genoeg zijn: zoek even via google-afbeeldingen op de woordencombinatie: ‘ancient relic jerusalem’. Dan zie je het ding.

Toen duidelijk was dat het niet om een bom ging, overhandigde de politie het vergulde artefact aan de ‘antiquiteitenautoriteit’. Het vermoeden bestond – of de hoop – dat het om een religieus object gaat, gebruikt in antieke joodse tempels.

De geleerden bestuderen het ding zes maanden lang. Ze komen er niet uit. Dan zetten ze een foto op Facebook en vragen ze om suggesties. 300 mensen reageren binnen een paar uur. Een van hen, een Italiaan, kraakt het raadsel. De vergulde massieve staaf, plus rondingen en inkepingen, is een ‘Weber Isis Beamer’. In new-agekringen wordt het een geneeskrachtige werking toegedicht. De ‘beamer’ zou bescherming bieden tegen straling.

Religieus is het ding dus wel te noemen, antiek zeker niet. De leider van het onderzoeksteam bedankt de Italiaan en verklaart: „De wijsheid van de menigte heeft zijn werk gedaan.”

Bravo Surowiecki! Maar... hopelijk weet deze journalist ook dat er honderden tegenvoorbeelden van zijn massatheorie bestaan. Gelukkig heb ik nog een paar regels om er een te geven, want het is tegelijk een van de mooiste roofkunstverhalen die ik in 2015 heb gehoord. Het gaat, toevallig, ook nog eens over een object dat wél duizend jaar geleden in gebruik was in de joodse gemeenschap.

Het is een klein kommetje, afkomstig uit de zesde eeuw na Christus, gevonden in Irak en met een inscriptie in het Aramees: een joodse magische tekst ter bescherming van personen. In de jaren dertig kocht een fervent verzamelaar van judaïca het kommetje, de industrieel Samuel van den Bergh (1864-1941).

Toen de Wehrmacht Nederland binnentrok, niet gedreven door de wijsheid maar door de waanzin van de massa’s, confisqueerde Wehrmachtsbefehlhaber Friedrich Christiansen de Wassenaarse villa van Van den Bergh. Hij stuurde de kunst naar Duitsland en gooide de judaïca in de sloot voor het huis. Toen een kleindochter van Van den Bergh, Bep Sturm, in de zomer van 1941 een kijkje kwam nemen met haar vader George van den Bergh, wist zij, een betrekkelijke leek, wat haar te doen stond. Ze redde juist dit ene kommetje. In de jaren zeventig schonk de familie het aan het Allard Pierson Museum, dat het opnam in de permanente collectie.