Als kroonjuweel La Place maar blijft

V&D kreeg vorige week uitstel van betaling. Wat gebeurt er achter de schermen? Hoe groot is de kans op een doorstart? En wat gebeurt er met La Place?

Restaurantketen La Place is, in tegenstelling tot de warenhuizen van V&D, wel winstgevend. Foto Koen Suyk / ANP

V&D weet precies welke winkels goed presteren en welke dramatisch slecht. Aan het begin van dit jaar, toen V&D op de rand van faillissement stond, had de keten graag een stel van de slechtlopende warenhuizen willen sluiten. Toen kon dat niet, simpelweg omdat het bedrijf niet omviel. Saneren zonder faillissement is veel moeilijker dan bij een bankroet.

Nu ziet V&D een nieuwe kans. Het concern, dat vorige week uitstel van betaling vroeg en kreeg, hoopt een doorstart te maken met aanzienlijk minder winkels. Van de 62 vestigingen zou grofweg de helft overblijven en dat zijn vanzelfsprekend de succesvolste, zeggen bronnen die nauw betrokken zijn bij de gesprekken over een mogelijke doorstart. De vier belangrijkste V&D-vestigingen zijn gevestigd in Amsterdam, Den Haag, Maastricht en Utrecht, zei een advocaat van de warenhuisketen eerder dit jaar. De slecht presterende filialen zijn veelal te vinden in (verouderde winkelcentra in) provinciesteden. Denk aan Den Helder, Meppel, Weert, Hengelo, Zeist.

Schone lei

Het ligt voor de hand dat de bewindvoerders van V&D de rechtbank verzoeken de surseance eerst in een faillissement laten omzetten. De kans op een doorstart is bij een faillissement groter, aangezien een koper graag begint met een schone lei – schuldenvrij en met zo min mogelijk contracten en verplichtingen.

Waarschijnlijk wordt V&D op Oudejaarsdag failliet verklaard. Het bedrijf heeft de decembersalarissen voor zijn tienduizend werknemers in de week voor Kerst, voor de surseance, betaald. Het lijkt niet realistisch dat het de lonen over januari nog gaat betalen. De loonkosten bedragen maandelijks zo’n 9 miljoen euro.

Als V&D definitief failliet wordt verklaard, betaalt het UWV de salarissen van het personeel maximaal zes weken door. Op die manier kunnen de 62 winkels openblijven en hun voorraden verkopen, zoals de bewindvoerders graag willen – draaiende winkels verkopen beter dan dichte.

De bewindvoerders van V&D, Kees van de Meent van Höcker Advocaten en Hanneke de Coninck-Smolders van Blix Advocaten, hebben vorige week hun intrek genomen in het hoofdkantoor in Amsterdam. Zij inventariseren wie de potentiële kopers zijn. Er zouden zich tientallen belangstellenden hebben gemeld, zowel voor de warenhuizen als voor La Place. Dat lijkt veel, maar er valt meteen een aantal gegadigden af aangezien ook handelaren meetellen die alleen de voorraad willen opkopen. Van de serieuze belangstellenden zou ongeveer de helft een strategische partij zijn, dus een detailhandelsbedrijf. De andere helft bestaat uit financiële partijen, zoals private-equityfondsen. De huidige eigenaar van V&D is Sun Capital, een investeringsmaatschappij uit Florida.

La Place brengt geld in de boedel

De komende weken krijgen potentiële kopers toegang tot de ‘dataroom’, zodat zij boekenonderzoek kunnen doen. Geïnteresseerden die een bod uitbrengen, moeten duidelijk maken welke onderdelen ze willen overnemen en wat ze daarmee van plan zijn. Volgens ingewijden is het de bedoeling dat de lijst van mogelijke kopers binnen twee weken wordt teruggebracht tot „vier à vijf kansrijke kandidaten”, die vervolgens doorgaan naar de tweede ronde. In de tweede helft van januari zou er meer duidelijkheid moeten zijn over de toekomst van V&D.

La Place is op meer plaatsen te vinden dan bij V&D-filialen. Hier vind je de keten dus ook:

De huidige directie zou de voorkeur geven aan een scenario waarbij La Place onderdeel van de warenhuisketen blijft. Dat is niet zo gek, want La Place is winstgevend, in tegenstelling tot de warenhuizen die al decennialang verlies maken. Circa een kwart van de totale omzet van V&D (604 miljoen euro in 2014) wordt in de 120 La Place-filialen verdiend. Zolang de restaurantketen iedere dag à 250.000 euro zijn verse ingrediënten inkoopt, wordt er voor ongeveer 600.000 euro verkocht, zegt een betrokkene. Zo stroomt er veel geld in de boedel. Daarmee kunnen de winkels openblijven, ook al leveren verschillende leveranciers niet meer. Aangezien de magazijnen vol liggen en leveranciers reeds geleverde producten niet kunnen terugvorderen, zijn lege schappen vooralsnog niet aan de orde.

Garantstelling van de overheid

Ondertussen staat de voorjaarscollectie die V&D al had besteld, „op de kade in Shanghai”, zoals de advocaat van de warenhuisketen, Willem Jan van Andel, vorige week tegen NRC zei. De artikelen, met een geschatte waarde van 30 miljoen euro, zouden normaliter in februari in de winkel liggen. Als het nieuws over een doorstart te lang op zich laat wachten, dreigen de leveranciers de spullen door te verkopen.

 

Dat wil V&D zien te voorkomen. Een koper die met het warenhuis doorstart heeft immers ook niet een-twee-drie een voorjaarscollectie achter de hand. De bewindvoerders en directie proberen steun te krijgen van de Nederlandse overheid bij het alsnog binnenhalen van de spullen. V&D hoopt dat de overheid tijdelijk garant wil staan en de leveranciers zo meer zekerheid kan bieden. De voorjaarscollectie zou in de winkel 60 tot 70 miljoen euro moeten opleveren. Het ministerie van Economische Zaken en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, dat Nederlandse bedrijven en ondernemers steunt met subsidies en garantieregelingen, konden dinsdag niet reageren.