33 jaar lang corruptie bestrijden – en allemaal voor niets

Een van de prominentste rechters van Italië heeft zijn functie neergelegd. „Het had geen zin meer. Als je in mijn land iets wilt veranderen, ben je er niet door de wet toe te passen.”

Op de dag in 2011 dat Berlusconi wordt gehoord voor de rechtbank in Milaan tonen actievoerders beelden van de drie vermoorde rechters. Foto OLIVIER MORIN/AFP/Getty Images

Als iemand de vuile was van Italië heeft gezien, tot in de smerigste vouwen, is het wel Gherardo Colombo.

Drieëndertig jaar was hij magistraat in Milaan, en steeds weer stuitte hij op nieuwe vormen van de duistere belangenverstrengeling van politiek, economie en minder frisse elementen uit de Italiaanse samenleving. In het wereldwijde corruptieoverzicht van Transparency International uit 2014 is het land gedaald naar een beschamende 69ste plaats.

Alleen een aantal maffiabestrijders heeft in Italië zo in de hitte gestaan als Colombo. Als bekroning op zijn loopbaan werd hij in 2005 benoemd in het Hof van Cassatie. Een erebaan, een sleutelpositie binnen het Italiaanse rechtsysteem. Maar twee jaar later, terwijl hij nog veertien jaar van het prestige als opperrechter had kunnen genieten, stapte hij eruit. „Het had geen zin meer”, zegt hij nu, tijdens een kort bezoek aan Den Haag. „Als je in mijn land iets wilt veranderen, ben je er niet door de wet toe te passen.”

Ook eind jaren tachtig had hij al overwogen de toga definitief uit te trekken. Twee sleutelzaken werden uit zijn handen genomen, overgegeven aan collega’s in Rome, waar de zaken verzandden, werden gearchiveerd, of eindigden met een kleine veroordeling op bijzaken. „Ik heb toen geconstateerd dat we als magistraten artikel drie van de grondwet niet kunnen toepassen. Dit zegt dat alle mensen gelijk zijn voor de wet. Dat was niet zo. De belangrijke mensen gingen allemaal vrijuit. Dat ik toch ben doorgegaan, is omdat ik toen, ondanks alles, nog geloofde in mijn werk.”

U leek gelijk te krijgen. In 1992 was u een van de gangmakers van het enorme corruptieonderzoek ‘Schone Handen’. Het recht leek te zegevieren. Corrupte politici en ondernemers werden opgepakt. Italië begon aan een grote schoonmaak.

„Dat leek zo. Er was even een periode dat mensen in de rij stonden voor onze kantoren. Ze vertelden ons dingen die we ons niet eens konden voorstellen. Toen voelden mensen zich schuldig over corruptie, of op z’n minst ongemakkelijk. Uiteindelijk zijn er maar weinig mensen veroordeeld. Het gevoel van straffeloosheid dat al bestond, is teruggekomen en misschien wel groter geworden. Een Siciliaans spreekwoord zegt dat het riet meebuigt bij een vloedgolf en zich daarna weer opricht. Dat is wat er is gebeurd met het corruptieonderzoek. Het heeft weinig tot niets weten te veranderen aan de systematische corruptie.”

Hoe kan dat?

„Aan de ene kant zijn er wetten opgesteld die het ons moeilijk maken de processen tot een einde te brengen. De tijd voor verjaring werd verkort, vaak gehalveerd. Bovendien zijn de regels voor bewijsvoering veranderd. Verklaringen van mensen in het vooronderzoek zijn alleen geldig als ze in de rechtszaal worden herhaald. En toen wilden mensen niet meer praten. Niet per se omdat ze zwijggeld hadden gekregen. Maar omdat ze ook deel uitmaakten van een heel netwerk van corruptie.

Nu hebben te veel mensen te vaak het idee dat het wel oké is de ander te bedriegen

En aan de andere kant?

„Hebben veel burgers afstand genomen van ons. Toen de bewijzen ons op het spoor zetten van hoge personages, was iedereen tevreden. Maar het onderzoek bracht ons ook bij de man van de arbeidsinspectie die een envelop aannam en niet onderzocht of de veiligheidsvoorzieningen in orde waren. Bij de belastinginspecteur die niet goed controleerde, de agent die een oogje dichtdeed. Toen begonnen mensen te vragen: ‘komen ze nu ook bij ons kijken?’ Iedereen had natte voeten. Het probleem van de corruptie is zo wijdverbreid dat het niet op te lossen is langs de weg van het recht.”

Dat is een verrassende en onthutsende uitspraak voor een magistraat.

„Ik gebruik vaak de metafoor van de loodgieter. Die wordt gebeld omdat er in een appartement in een flat geen water uit de kraan komt. Hij gaat in de keuken met zijn tang in de weer, vervangt wat. Nog steeds geen water. Dan volgt hij de leidingen en komt hij uit bij de centrale installatie die het hele gebouw van water voorziet. Pas als hij daaraan gaat werken, komt er weer water uit de kraan. Ik voel me alsof ik 33 jaar bezig ben geweest met die kraan in de keuken. Hoe ik me ook heb ingespannen, wat ik ook heb geprobeerd, er kwam geen water. De justitie werkt niet. Er moet iets gebeuren aan dat hele samenstel van wetten, magistraten, advocaten. De verhouding tussen de burgers en de regels moet veranderen.”

Het klinkt abstract, en om dit toe te lichten verwijst Colombo naar zijn boek Sulle regole (Over regels), onlangs in het Engels vertaald. Daarin constateert hij dat Italië een verticaal georganiseerde samenleving is, hiërarchisch ingesteld. De wet, dat is het instrument van de macht, om onderdanen onder controle te houden. Iets van anderen. Daartegenover stelt Colombo de horizontale samenleving, waar de wet fungeert als een ordeningsmechanisme tussen gelijkwaardige burgers. In een verticale samenleving is democratie een instrument dat wie 50 procent plus één van de stemmen haalt, de kans biedt anderen zijn wil op te leggen omdat ‘het volk heeft gesproken’ – de interpretatie van onder anderen oud-premier Silvio Berlusconi. In een horizontale samenleving is democratie een essentieel onderdeel van een op regels gebaseerd samenleven van burgers die nooit met één stem spreken. Extreem gezegd: in een verticale democratie biedt een verkiezingsoverwinning de mogelijkheid democratie af te schaffen, in een horizontale samenleving zijn democratie en wet – lees: de rechtsstaat – onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Vrijwel iedere Italiaan zal dit schema herkennen. Zei oud-premier Giolitti al ruim een eeuw geleden niet dat je de wet toepast op je vijanden, maar die interpreteert voor vrienden? Daar verandering in brengen, is het doel dat Colombo zich sinds 2007 heeft gesteld. Hij reist stad en land af om hier met jongeren over te praten, om die verbondenheid van wetsregels, democratie en burgerschap te onderstrepen. In de hoop dat dit uiteindelijk een medicijn biedt voor een ander chronisch probleem van Italië: de slecht ontwikkelde notie van een algemeen belang.

„De burger moet volwassener worden. In Italië neemt nooit iemand verantwoordelijkheid ergens voor – en dan heb ik het niet over straf, maar om het verband tussen wat iemand doet en wat er gebeurt. Je rol erkennen.”

Uw collega Raffaele Cantone, president van het Anticorruptiebureau, zegt dat het Italië ontbreekt aan antilichamen tegen corruptie. Hebben uw inspanningen dan wel zin?

„Sommigen noemen het een utopie te denken dat je iets kunt doen aan de corruptie in Italië. Maar utopieën kunnen uitkomen. Als je in de zeventiende eeuw had gezegd dat iedereen stemrecht zou krijgen, zou dat zijn weggezet als een utopie. En toch is het gebeurd.”

De huidige premier Renzi is volgens zijn aanhangers echt iets aan het veranderen. Er is ook een nieuwe corruptiewet.

„Er gebeurt zeker wel iets positiefs. Maar de wetten tegen witteboordenmisdaden, bijvoorbeeld boekhoudfraude, zijn niet scherp genoeg. En nog steeds ligt veel nadruk op repressie, zeg maar op het werk dat rechters doen. Dat haalt weinig tot niets uit. Mijn vrouw is rechter en ik houd nog contact met sommigen met wie ik die 33 jaar heb gewerkt, maar het is geen gemakkelijk gesprek om magistraten te vertellen dat het werken aan die ene kraan in dat ene appartement geen zin heeft. We moeten de manier waarop Italianen zich tot elkaar verhouden, veranderen. Nu hebben te veel mensen te vaak het idee dat het wel oké is de ander te bedriegen.”