Zonder luchtmacht minder soevereiniteit

Het idee om de luchtmacht af te schaffen zal ons macht en invloed kosten, menen Tom de Bok en Jouke Eikelboom.

‘Weg met de Luchtmacht, leve de marine’, luidde de kop boven een opiniestuk van Frits Bolkestein en Meindert Fennema (19/12). „Wij zijn voor rationalisering”, schreven ze. „Doen waar wij goed in zijn. (..) Bombarderen in het Midden-Oosten, dat moeten anderen maar doen. ”

Dat de Europese lidstaten hun krijgsmachten zouden moeten rationaliseren (efficiënter maken, doen waar ze goed in zijn) lijkt een uitstekend idee. Geen enkel Europees land is echter bereid (vermeende) soevereiniteit in te leveren. Laat nou de krijgsmacht de ultieme uitdrukking van soevereiniteit zijn. Rationalisatie, in de zin van ‘krijgsmachtonderdelen afschaffen’, is dus hoogst onwaarschijnlijk. Hiermee zou de reactie op het opiniestuk kunnen volstaan.

Maar de lezer verdient het om goed geïnformeerd te zijn over een onderwerp dat iedereen aangaat: veiligheid. De wereld om Europa is redelijk instabiel. Een geloofwaardige en effectieve defensie is dus cruciaal.

Eerst het strategische belang van een full spectrum krijgsmacht, inclusief marine, landmacht en luchtmacht. Politieke invloed en macht staat of valt met de militaire capaciteiten die een land heeft en bereid is in te zetten. Nederland is een mini ‘super power’: de zestiende economie van de wereld, het vijfde exportland. Invloed krijgt een land als het bereid en in staat is bij een crisis militaire slagkracht te leveren. De afgelopen vijfentwintig jaar heeft Nederland daarin zijn steentje behoorlijk bijgedragen. De luchtmacht was daarbij actief betrokken. In veel gevallen was de luchtmacht zelfs het enige krijgsmachtonderdeel dat aan gevechtshandelingen deelman. In andere missies was de luchtmacht randvoorwaardelijk voor de inzet van landmacht en marine, want na Srebrenica is Nederland zich ervan bewust dat er geen troepen ingezet moeten worden zonder luchtsteun.

Dan het andere argument: doen waar we goed in zijn. Alle drie de krijgsmachtonderdelen doen het internationaal gezien erg goed. Denk aan de landmacht in Afghanistan, de marinemissies tegen piraten, de luchtmacht in Irak en ook in Afghanistan. Als Nederland moet kiezen waarin ze goed is, dan wordt die keuze behoorlijk arbitrair.

Waar is dan in Europees verband behoefte aan? Bekijk je het vanuit politiek-strategisch belang, lever dan iets waar Europe tekort aan heeft. De NAVO heeft daar een lijstje van: special forces (commando’s, mariniers) en hun transport, gevechtshelikopters, inlichtingen vanuit lucht en ruimte, onbemande luchtsystemen, luchttankers, raketverdediging, F-35’s, strategisch luchttransport, vliegdekschepen, onderdrukking van vijandelijke luchtverdediging, precisiebewapening lange afstand en cyber defense. Bijna alle tekortkomingen zitten dus in de derde dimensie, ofwel bij de luchtstrijdkrachten. Als Nederland wil bijdragen aan de ‘rationalisatie’ van de Europese defensie, dan moet het investeren in special forces en helikopters, F-35’s (JSF), kruisvluchtwapens vanaf schepen, ballistische raketverdediging, onderscheppingscapaciteit op marinefregatten en luchtverkenning met onbemande systemen.

Ten slotte de economische argumenten. Investeren in de marine zou volgens Bolkestein en Fennema goed zijn voor de Nederlandse scheepsbouw. Maar er is in Europees verband helemaal geen tekort aan schepen (waarvan de rompen overigens niet in Nederland worden gebouwd). Er is een tekort aan wapensystemen op die schepen, die worden maar zeer beperkt in ons land gemaakt. Over investeren gesproken: de provincie Noord-Brabant stelde reeds vast dat onze investering van 4,5 miljard in de F-35 (waarvan 800 miljoen euro aan ontwikkelingskosten) al een economische meerwaarde oplevert van 20 miljard. Dus hoezo zou ‘van de plank afnemen’ beter zijn?

De F-35, voortgekomen uit het JSF-programma, kan dus niet zomaar weggezet worden als peperduur. In de jaren dat Nederland de toestellen aanschaft is de stuksprijs 70 miljoen dollar, goedkoper dan elk ander jachtvliegtuig.