Kamerleden, pas op voor politiek proces Stiekem-lek

Kamerleden moeten ervoor waken een van hun gelijken voor de Hoge Raad te brengen, waarschuwt Gerard Spong. Zij handelen dan in strijd met het internationaal recht.

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie in gesprek met minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken tijdens een debat over afluisterpraktijken. Foto Bart Maat / ANP

Een parlementaire onderzoekscommissie moet thans opsporingsonderzoek naar een lek in de commissie-Stiekem verrichten. Dat kan tot een strafproces bij de Hoge Raad leiden. Het is een oneerlijke rechtsgang.

De procedure wordt zelden toegepast. Bekend is de vervolging van minister van Marine, Pels Rijcken, die in 1868 door de Hoge Raad werd veroordeeld wegens het los laten lopen van zijn hond, in strijd met een veterinaire wet. Dat de Hoge Raad er voor zo’n bagatel delict bijgehaald werd, toont aan dat zo’n parlementair geïnitieerde vervolging het resultaat kan zijn van politieke koehandel.

Een ernstiger feit betreft de zaak van Lodewijk Pincoffs. Deze Rotterdamse havenbaron en tevens Eerste Kamer-lid werd in 1879/1880 door de Hoge Raad berecht. Met valse balansen ten name van zijn Afrikaanse Handelsvereniging, waarin fictieve winstcijfers voor bijna twee miljoen gulden waren opgenomen, had hij te hoge dividenduitkeringen geïncasseerd. Pincoffs was echter gevlucht. Lang heeft hij niet van zijn gefraudeerde geld kunnen genieten, want op 50-jarige leeftijd stierf hij naar verluidt in Afrika. Zijn medeverdachte werd echter veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf.

Zoals uit deze zaak blijkt is de Hoge Raad niet alleen belast met vervolging van parlementariërs en bewindspersonen, maar ook met vervolging van medeverdachten. Het begrip medeverdachte is tamelijk ruim: uitlokkers, medeplegers, medeplichtigen. Indien het lek in casu zijn geheimhoudingsplicht schond door dit via via door een derde ter kennis van de betrokken NRC-journalist te brengen, kan die derde – een gewone burger – dus ook direct door de Hoge Raad berecht worden. Niet ondenkbaar is dat ook de NRC-redactie wegens heling wordt vervolgd als bijvoorbeeld de geheime informatie per sms of e-mail aan haar is doorgegeven.

De leden van de commissie-Stiekem, ten tijde van het lek. Vlnr. Alexander Pechtold, Diederik Samsom, Sybrand Buma, Bram van Ojik, Arie Slob, Marianne Thieme, Kees van der Staaij, Geert Wilders, Emile Roemer en Halbe Zijlstra. Foto ANP

Zo’n gelijktijdige vervolging kan praktisch zijn. Door het concentreren van de vervolging bij één rechterlijk college wordt het risico van tegenstrijdige vonnissen verminderd. Weliswaar zal dit een klein risico zijn als de Hoge Raad eerder tegen de hoofddader een veroordeling heeft uitgesproken. De lagere rechter zal in dat geval gauw op het kompas van de Hoge Raad varen. Praktisch strafrecht is dus niet altijd rechtvaardig strafrecht. Niet zonder reden heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de Agusta-affaire (corruptie aankoop gevechtshelikopters) een vergelijkbare Belgische procedure, voor zover het medeverdachten betreft van de beschuldigde minister Willy Claes, onverenigbaar geacht met het recht op een eerlijk proces.

Berechting door de Hoge Raad is verder bijzonder, omdat deze recht doet met tien raadsheren. Bij het staken van de stemmen wordt een uitspraak gewezen ten voordele van de verdachte. Hoezeer de status van dit rechtscollege ook vertrouwen inboezemt, het blijft een dubieuze rechtsgang. Om bij de parlementaire onderzoekscommissie te beginnen valt op dat deze commissie, die getuigen en deskundigen onder ede kan horen, de bevoegdheid mist om de verdachte politicus te verplichten voor haar te verschijnen. Maar wie wegblijft heeft wel de schijn tegen zich.

De commissie toetst verder de feiten waarop de aanklacht betrekking heeft niet alleen aan het recht, maar ook aan billijkheid, zedelijkheid en staatsbelang. Deze vage en ruime criteria openen de weg naar machtspolitiek. Het zijn containerbegrippen, waarmee een hoop kan worden toegedekt, dan wel een onbenulligheid opgeblazen. Zie de ministeriële hond.

Rechtsgang bestaande uit één instantie is bovendien in strijd met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Daarin is bepaald dat eenieder recht heeft op hoger beroep. Een andere achterstelling van de verdachte politicus (en zijn medeverdachte), ligt in het feit dat de gewone burger een bezwaarschrift tegen de dagvaarding in kan dienen. Dat recht is aan de politicus bij de Hoge Raad ontnomen.

Brief van Kamervoorzitter over CIVD-lek

Kortom, het politiek proces aldaar mist belangrijke rechtswaarborgen. Aangezien een proces van een politicus eindigend in een veroordeling tevens het einde van zijn politieke loopbaan betekent en de gewone burger vanwege de publiciteit voor het leven getekend zal zijn, is een rechtsgang in twee instanties geboden. Aan een oneerlijke en discriminatoire rechtsgang die niet aan voormeld verdrag voldoet, louter en alleen om een politicus te hangen, bestaat in een moderne rechtsstaat geen enkele behoefte.

Sterker, het parlement handelt onrechtmatig indien zij voormeld verdrag niet naleeft en de Hoge Raad om vervolging vraagt. Liever dus een eventueel schuldige politicus vrij, dan één onrechtmatig op grond van een stokoude wet veroordeeld.
 

Wat hield het lek precies in?
Op 18 februari 2014 schreef NRC dat de werkelijke herkomst van 1,8 miljoen ‘Nederlandse’ belgegevens in handen van de Amerikaanse afluisterdienst NSA wel degelijk in de Tweede Kamer was besproken, namelijk in de ‘commissie-stiekem’. Daarin worden fractievoorzitters vertrouwelijk ingelicht over inlichtingenzaken. Berichtgeving uit die besloten vergadering lag politiek gevoelig, omdat D66-leider Pechtold de week ervoor een motie van wantrouwen had ingediend tegen minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) wegens het niet informeren van de Kamer (terwijl dat dus wel via de commissie-stiekem was gebeurd). Kort nadat via NRC naar buiten kwam wat in de commissie was besproken, deed commissievoorzitter Halbe Zijlstra (VVD) aangifte van schending geheimhoudingsplicht. Fractievoorzitters kregen bezoek van de recherche. Op 11 november 2015 gaf het OM de behandeling van de aangifte terug aan de Tweede Kamer. Het OM schreef niet bevoegd te zijn verder onderzoek te doen, „aangezien het hier mogelijk om een ambtsmisdrijf door een lid van de Tweede Kamer gaat”.