Column

Is V&D de schuld van private equity?

Menno Tamminga schrijft elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie

Het dreigende bankroet van V&D en het verlies van 10.000 banen roepen de vraag op: zijn private-equityfinanciers wel zo goed als ze zeggen? Zij beroepen zich op twee vaardigheden. Nummer één: zij zorgen voor sterk management. Goeie managers zijn de sleutel tot succes en dat betekent meer opbrengst bij verkoop van het bedrijf. Topmanagers worden soepel vervangen totdat zij het ideale team hebben samengesteld – al lukt dat soms ook niet.

Tweede vaardigheid is de financiering van de overname van een bedrijf. Die komt erop neer dat een private-equityfinancier makkelijk hoge schulden aangaat. Deze schulden lost het bedrijf af dat is overgenomen. Klinkt gek, is essentieel in de private-equitystijl.

Op basis van hun extra klasse claimen private-equitybazen bij hún geldschieters, zoals pensioenfondsen en rijke families, hoge beloningen. Hoe hoog? Zij publiceren soms glossy-achtige rapporten vol informatie over hoe goed het gaat, maar doorgaans geen openbare financiële verslagen waarin je kunt zien hoe het écht gaat.

Als de economie in crisis raakt en de managers toch niet zo capabel blijken, worden schulden molenstenen. Reorganisaties volgen, nieuwe bazen komen, zoals bij Hema. Soms is er grote uitverkoop, zoals bij afvalverwerker Van Gansewinkel. Soms volgt bankroet, zoals bij Estro (kinderopvang) en Heijploeg (garnalenpeller). V&D, eigendom van Sun Capital uit Florida, dreigt ook in dit rijtje te komen.

Succesverhalen? De uitgever van NRC, waar private-equityfinancier Egeria vijf jaar grootaandeelhouder was. Of de Action-winkelketen van de Britse financier 3i.

In reactie op de debacles schreven de PvdA-Tweede Kamerleden Henk Nijboer en Ed Groot afgelopen zomer een actiemanifest. Fiscale mazen in de wet moeten gedicht. Ondernemingsraden moeten een sterkere medezeggenschapspositie krijgen. Bestuurders van bedrijven met private-equity-eigenaren moeten hun wettelijk taak uitvoeren: het belang van de onderneming vooropstellen, niet het aandeelhoudersbelang.

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) reageerde vorige week in een brief aan de Kamer welwillend op de fiscale klachten. Hij remt verdere actie af door meer onderzoek voor te stellen. Vanuit de private-equitywereld zag ik twee reacties. Een heel slimme van brancheorganisatie NVP, die ondernemingsraden wil helpen, wat ongevaarlijke toezeggingen doet en ‘met interesse’ de onderzoeken afwacht. De andere reactie gaf Egeria-directeur Peter Visser in weekblad Elsevier. Over Nijboer: „Hij zou hier geen dag mogen werken.”

Wat me meer zorgen baart, is dat Dijsselbloem in zijn brief klakkeloos twee pretenties van de private-equitywereld overneemt. De eerste is dat die investeringen doen zoals in de bewering ‘in totaal investeerden participatiemaatschappijen in 2014 ruim 3 miljard euro in Nederlandse bedrijven’. Nee, zij kóchten misschien voor dat bedrag bedrijven, het investeren doen die bedrijven echt zelf. Als we dit taalgebruik zouden toestaan bij de aankoop van aandelen in beursgenoteerde bedrijven zouden de investeringen in de duizenden miljarden lopen. Niet dus.

Tweede misvatting: private-equityfinanciers zijn zo ongeveer opgericht om bij te dragen „aan het pensioen van miljoenen Nederlandse werknemers”. Nee, zij zijn ondernemers met winstbejag. Niks mis mee. Maar doe niet alsof zij in het algemeen belang handelen. Dat vertroebelt de discussie.