Hij voert oorlog tegen Afrikaanse Al Capones

Veel landen in Afrika zijn in greep van maffiose kartels. Corruptie holt de staat uit. „We moeten ze bestrijden tot het bittere eind.”

Keniaanse militairen bij opslagterreinen voor houtskool in de Somalische havensteden Buur Gaabo (links) en Kismayo. Ze beschermen sinds 2011 de strategische plaatsen tegen terreurgroep Al-Shahaab. Foto’s Stuart Price/AFP, Carl de Souza/AFP

Afrika is in oorlog met zijn kartels. Heeft in Kenia een agent een automobilist smeergeld afgeperst, dan moet hij die buit delen met het hoofd van zijn politiebureau, het politiehoofd in de regio, tot aan het hoofd van de politie in de hoofdstad toe. „Dat kartel int dagelijks miljoenen”, zegt Willy Mutunga, de hoogste rechter van Kenia.

Afrika heeft maffia-achtige criminelen, gelijk de bijna oppermachtige Al Capone in Amerika in de jaren twintig. Sommige van die kartels worden superrijk door afpersing, zoals door de verkeersagent. Grotere kartels verdienen door handel in migranten, vals geld, wapens, drugs en allerlei consumptiegoederen. Onderzoeksjournalisten en soms ook kritische ambtenaren proberen deze kartels en hun onaanraakbare magnaten te ontmaskeren.

Opperrechter Willy Mutunga (68), lid van de vorig jaar in Nederland opgerichte Justice Leadership Group, is een van hen. Zijn bijnaam: de Robin Hood van de Keniaanse rechtspraak. „De invloed van de kartels is overweldigend”, zegt Mutunga in een gesprek met NRC. „Ze doen illegaal zaken met politici. Als we de kartels niet bestrijden, worden we hun slaven. Leiders die het tegen de kartels opnemen moeten erop zijn voorbereid te worden vermoord of verbannen”.

Eind 2007, begin 2008 werd Kenia overspoeld door etnisch verkiezingsgeweld. Er vielen toen meer dan duizend doden. In de nasleep van deze donkere episode werd de internationaal gelauwerde Mutunga aangesteld om het gerechtelijke apparaat te reorganiseren. In 2011 werd hij voorzitter van het Hooggerechtshof. Na zijn benoeming begonnen de hoofden van de corrupte rechters te rollen.

De net als zijn Kambavolk wat klein uitgevallen Mutunga is één brok energie. In openbare debatten valt hij op door zijn grote kennis van zaken. Hij is wars van de pracht en praal die een Afrikaanse politicus doorgaans toevalt. Zijn verdediging van homorechten leidden tot politieke opwinding, net als het spirituele sierknopje in zijn oorlel. „We willen geen Opperrechter met een sierknopje om met onzichtbare geesten te communiceren”, schimpte de huidige vicepresident William Ruto enkele jaren geleden.

Hoewel hij nu behoort tot het establishment, schroomt Mutunga niet om regering en parlement te bekritiseren. „Ja, ik sta nu aan de top. Ik zit nu óp een tijger, hopend dat het monster me niet verslindt. Want zelfs in mijn positie kan ik geen kartels bestrijden als het onderzoekssysteem, de anticorruptieorganisatie en de rechtspraak corrupt zijn. Zou de clausule over corruptie in onze grondwet worden toegepast, is 80 procent van onze politici ongeschikt voor hun baan.”

Afrikaanse landen kampen met zwakke staatsstructuren. Dat schept ruimte voor criminele netwerken. Vooral als deze kartels op basis van tribale loyaliteit opereren, blijken ze moeilijk te kraken. Ze werken samen met politici en legerleiders; soms overschaduwt hun invloed die van de overheid.

„Volgens het World Economic Forum heeft deze illegale economie wereldwijd een waarde van 3,5 biljoen dollar, in Kenia op jaarbasis 1,2 miljard dollar”, vertelt Mutunga. „Geld uit deze illegale economie spekt op grote schaal politici.”

Politici willen de strijdkas vullen

Mutunga geeft een voorbeeld uit eigen land. In een wolk van corruptie tekende de Keniaanse overheid een contract van 3,8 miljard dollar met een Chinese staatsonderneming voor de aanleg van een nieuwe spoorlijn van Mombasa naar Nairobi. Alleen het Chinese bedrijf mocht een offerte doen. „De deal was gebaseerd op commissieloon. Er waren politici die net miljoenen spendeerden aan dure verkiezingscampagnes en ze wilden dat geld ‘terugverdienen’. Of ze wilden hun strijdkas voor de volgende verkiezingen vullen. Al dat zakkenvullen... we zijn een bandieteneconomie geworden. Na een halve eeuw onafhankelijkheid is Afrika vastgelopen door dat stelen van onze hulpbronnen.”

Het Keniaanse leger vecht sinds 2011 in Zuid-Somalië tegen de terreurgroep Al-Shabaab. Niet zonder eigenbelang. Volgens een rapport van de VN smokkelen handelaren onder bescherming van het Keniaanse leger en sommigen met connecties met Al-Shabaab, via de Somalische havenstad Kismayo Aziatische elektronica, drugs, suiker en spaghetti Kenia binnen. Die zwendel levert iedere maand 1 tot 2 miljoen dollar op. „Wanneer een dergelijke ontwikkeling als in Kismayo de overhand krijgt,” vraagt Mutunga zich af, „wat is dan nog de rol van de staat?”

Hebben in sommige landen deze schaduwnetwerken de staatsmacht overgenomen? Mutunga slaakt een zucht. „Dat debat woedt al een tijdje in Afrika”, antwoordt hij. „In Mali verloor de overheid de controle. Boko Haram in Nigeria en Al-Shabaab in Somalië hebben grote delen van de staat overgenomen. Daar verloor de staat zijn legitimiteit. In Kenia bereikten we dat breekpunt bijna met Mungiki”.

De in de jaren negentig opgerichte Mungiki-sekte bestond uit landloze en werkloze jongeren van de Kikuyustam en groeide uit tot een maffia-achtige militie die hele sloppenwijken in bezit nam. „De staat, en in het bijzonder de Kikuyu-elite, liet de Mungiki jarenlang hun gang gaan, en zetten het kartel in als hun paramilitaire hulptroepen. Mungiki werd gebruikt door politici. Tot er een ruzie met de staat uitbrak en de militieleden als ratten werden afgeslacht.”

Er is moed voor nodig

Om de kartels te bestrijden heeft Mutunga zijn hoop gevestigd op een nieuwe generatie politici. Zij moeten de moed kunnen opbrengen. „De verbintenis tussen kartels en politici moet worden doorbroken. Ik put hoop uit de nieuw gekozen president Muhammadu Buhari van Nigeria, die het in zijn land opneemt tegen vele kartels, zoals het oliekartel. De status-quo is diep verankerd. Maar er komt een moment dat de leiders zullen moeten zeggen: ‘En nu vechten we door tot het bittere eind.’”

In Kenia lijkt een nieuwe kans geschapen na het bezoek van paus Franciscus vorige maand. President Uhuru Kenyatta vroeg hem om voor hem te bidden in zijn strijd tegen corruptie. Was deze plechtige verklaring van Kenyatta oprecht? „Iedere keer als ik de president over corruptiekartels spreek, raakt hij geagiteerd”, zegt Mutunga. „Misschien omdat de kartels zijn politieke programma dwarsbomen, of omdat hij ze werkelijk wil ontmantelen. Maar zijn woede is gemeend.”