Column

Doordraaien

Op het moment dat ik dit schrijf, ben ik vanwege een zware verkoudheid niet aanwezig bij een begrafenis. De dode in kwestie maakt het waarschijnlijk niets uit. Die zit allang stomdronken op een wolk.

Stiekem ben ik blij dat ik de uitvaart mis. Niet dat de overledene me niet dierbaar was, maar na een overlijden duurt het een hele tijd voor het tot me doordringt dat hij of zij er niet meer is. Bij verlies ervaar ik een incubatietijd van minstens vijf maanden. Helaas komt het verdriet na die vijf maanden altijd opzetten op momenten dat er geen tijd is voor rouw. Er zijn deadlines te halen, boodschappen te doen, kinderen te corrigeren. De begrafenis is geweest, je hebt je moment om te treuren gehad. Toch?

Soms zou ik willen dat ik in de Victoriaanse tijd in Engeland leefde. De tandheelkunde was om te janken, maar je kreeg tenminste de tijd om het verlies te verwerken. Toen kon rouw wel vier jaar duren. Er was verplichte treurmode, waarvoor in de krant uitgebreid werd geadverteerd. Bediendes hadden rouwbanden om de arm, de luiken werden gesloten, het vuur ging uit. Je kreeg de ruimte om in alle rust te wennen aan een leven zonder die persoon. De Victorianen (die het zich konden permitteren) namen de tijd. Daar kan ik jaloers op zijn.

Echt verdriet vindt meestal niet ‘hier’ plaats maar ‘daar’, waar je het het minst verwacht. Niet bij de uitvaart, maar pas maanden later tijdens de première van de nieuwe Star Wars, zodat je de hele (overigens fantastische) film lang je tranen moet inhouden. Omdat een van de acteurs een jasje draagt dat je doet denken aan het jasje van iemand die er niet meer is. Vaker nog begint het verdriet vanuit het niets. Ik stond een paar jaar terug bij een bushalte, de zon scheen, ik had net mijn belastingen gedaan en opeens dacht ik: ‘Maarten komt nooit meer terug.’

Vorig jaar mocht ik speechen op een bruiloft. Net voor ik het podium betrad, drong vanuit het niets het verlies van mijn grootmoeder, nog geen half jaar daarvoor, pas echt tot me door. Als ik met mijn eigen vijf maanden incubatietijd van het verdriet rekening had gehouden, was ik niet eens naar die bruiloft geweest maar, en daar zat hem denk ik de crux: ik pakte mijn leven een week na haar overlijden meteen weer op. Ik wilde niet zwak overkomen. Iedereen was een week na haar dood weer aan het werk. Dan moest ik ook maar sterk zijn. Want zo hoort het. Het leven gaat door, hoor je dan. Maar het klinkt soms als: het leven draait door.