Column

De Top 2000 dient nog steeds een doel

Van Nieuwkerk en Blokhuis bij 'Top 2000 a gogo' (NTR).

Zo ga je dus te werk als je een kus van Matthijs van Nieuwkerk wil. Betoog dat zijn muzikale held Charles Aznavour met Hier encore bovenaan de Top 2000 moet en breng daarna je eigen, naar het Nederlands vertaalde versie te berde. Paul de Munnik deed het bij Top 2000 a gogo, Matthijs kwam met uitgestrekte handen uit zijn stoeltje en drukte de helft van het dit jaar gestopte duo Acda en de Munnik dolgelukkig een smakkerd op de wang, als een oma die het rapport van een kleinkind onder ogen kreeg.

Waren het niet de dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw geweest, dan had zo’n programma als dit vermoedelijk niet lang overleefd. Zelfs nu schuurt het al gevaarlijk dicht langs een kritiekloze o-wat-hebben-we-het-fijn-show, waarin Van Nieuwkerk zich met zijn microfoon langs allerhande gezelligerds van middelbare leeftijd wurmt, elk verhaal even prachtig vindt en de Bekende Nederlanders die de muziekquiz doen elkaar liever een handje helpen dan dat ze op dat belletje slaan.

En toch is het een prettig, warm uurtje televisie. De mini-documentaires tussendoor (de meesten door Dirk Jan Roeleven) zijn met liefde gemaakt, Van Nieuwkerk houdt de vaart erin en de chemie tussen hem en Leo Blokhuis is stukken beter dan een paar jaar geleden, toen laatstgenoemde zich met enige gêne voortdurend moest laten introduceren als de ‘popprofessor’ bij wie we ‘in de leer’ gingen. Inmiddels is er ruimte voor onderling gedol en breekt Blokhuis regelmatig even in om iets interessants te roepen. Ze zijn, om in vaktermen te blijven, iets meer Lennon & McCartney en iets minder Lennon & Ringo.

Ongeveer hetzelfde geldt voor het radio-evenement zelf: ja, het is oubollig, maar het evolueert elk jaar nét genoeg. Belangrijke artiesten missen, de top-10 is – een enkele verschuiving daargelaten – een voorspelbare janboel van middle of the road en we hebben de radio sowieso niet meer nodig om dat ene nummer nog eens te horen. De slogan van dit jaar, ‘De Top 2000 is aan’, lijkt een matige poging om aan te sluiten bij de taal van een jonger publiek.

En toch – voor de uitwerking ervan ben ook ik niet immuun. De kerstboom staat in de hoek, de kat slaapt bij de verwarming, en voor die ene keer in het jaar hoor ik Casser la voix van Patrick Bruel. Dan gaat, oh cliché, de radio even wat harder.

Dat moet betekenen dat de Top 2000 een doel dient, ook in een tijd dat je Bruel of Aznavour op elk denkbaar moment op Spotify of YouTube kunt aanzetten. Dat we dat niet doen op 8 februari, 6 september of 17 december komt doordat er een verschil is tussen wat je kiest te luisteren en wat je wil luisteren. Ook Spotify bestaat bij de gratie van wat ze je voorschotelen zonder dat je er zelf om hoefde te vragen.

Anders gezegd: niet de beschikbaarheid van muziek heeft waarde, maar op het juiste moment met het juiste liedje komen. Zolang dat in de laatste week van het jaar meerdere keren per uur lukt, hebben we de Top 2000 nodig.