Dierenpark Emmen verhuist. Alleen de sexy dieren mogen mee

De apen, olifanten en leeuwen worden ingepakt, de haaien en tijgers zijn al weg. Per 1 januari sluit de dierentuin. „Ik zal de strontexpres missen.”

Dierenpark Emmen gaat na tachtig jaar sluiten. Van de ruim driehonderd diersoorten mogen er honderd mee naar de nieuwe locatie, aan de andere kant van Emmen. Zoals de olifanten, die verhuizen mee. De flamingo’s vertrekken. Dat zijn volgens de manager „geen sexy dieren”. Foto’s Sake Elzinga

Op safari in je achtertuin – Reina Lubbers uit Emmen weet niet anders. ‘Klein Afrika’ ligt achter haar huis, al sinds ze in 1947 geboren werd. Olifanten hoor je trompetteren. Neushoorns stampen over de savanne. In de bomen blaffen bavianen. En afgelopen zomer sprongen er weer ringstaartmaki’s in de dakgoot. Ontsnapt, zegt Reina Lubbers en haar ogen glinsteren ondeugend.

Dat gebeurt als je naast een dierentuin woont. Zwemmen er zingende kikkers in de vijver. Is er een slang kwijt die zich tegoed heeft gedaan aan de vogels uit de volière van de buurman. Of staat er een uitgebroken zwarte panter in de tuin – „we dachten dat-ie zwanger was, maar hij had net een ezel achter de kiezen.”

Na tachtig jaar sluit Dierenpark Emmen op 1 januari de poorten. De attractie verhuist het dorpshart uit. Aan de andere kant van de ringweg opent in maart Wildlands Adventure Zoo, met tweemaal zoveel ruimte. We willen niet langer „een postzegelverzameling van dieren zijn”, zegt ‘manager plant en dier’ Lisette de Ruigh, maar „een avonturenpark met dieren in de hoofdrol”. Geïnspireerd op Animal Kingdom Park, een Disneyattractie in Florida. Kosten, inclusief theater: 200 miljoen euro. 

De flamingo's verhuizen niet mee.

Truckritjes en een boottour

De nieuwe dierentuin wordt veel meer een pretpark. Er komen gethematiseerde dierenwerelden: Jungola (tropische jungle), Seranga (Savanne) en Nortica (Poolgebied). Elk gebied trakteert bezoekers op een „educatieve show en een eigen attractie”: een truckrit, een boottour en een ‘4D-ride’. Allemaal CO2-neutraal. Een „veelbelovende mix van duurzaamheid, beleving en commercie”, vindt Goof Lukken, docent aan de hogeschool voor toerisme in Breda: „Eigentijds en gedurfd.”

Lukken is gespecialiseerd in dierentuinen. Hij zegt dat met een traditionele dierentuin geen droog brood meer valt te verdienen. Wie wil overleven in dierentuinland, specialiseert zich of biedt tegelijkertijd entertainment en een meerdaags arrangement, zoals het Drentse park van plan is. Maar of Wildlands met de toegangsprijs van 29 euro de beloofde 1,3 miljoen bezoekers zal trekken, blijft de vraag. Dat is maar een paar euro goedkoper dan de Efteling.

Lukken: „De kans bestaat dat abonnementhouders met een minder volle beurs afhaken. Dat vind ik een risico, want nu moet Emmen het juist hebben van deze groep. En intussen zitten de concurrenten niet stil. Ouwehands dierenpark heeft de slag om de panda’s gewonnen, eigenaar Marcel Boekhoorn least ze voor zo’n miljoen euro per jaar. Ik verwacht dat de panda’s nog voor de herfstvakantie naar Rhenen komen.”

Voor de Emmenaren, de buren voorop, is de verhuizing wennen. Ons dierenpark verdwijnt, zeggen ze, met de nadruk op ‘ons’. Dat werd in 1935 opgericht, dierenrechten moesten nog bevochten worden. Eigenaar Sjuck Oosting liet olifant Annabel voetballen, chimpansee Tommy pap eten en een eenzame brilbeer masturberen. Zijn dochter Aleid en haar man Jaap Rensen maakten daar rigoureus een eind aan door vanaf 1970 louter verantwoorde dierverblijven te bouwen. Educatie en dierenwelzijn stonden voortaan voorop, circuskunstjes waren passé.

Het park groeide uit tot een van de best bezochte attracties van Nederland, met uitschieters tot 1,7 miljoen bezoekers – tegenover 700.000 nu. Regelmatig waren de dierentuindieren op televisie bij Willem Duys. Het afgelegen veendorp stond op de kaart. Noorder Dierenpark Emmen won als enige dierentuin ooit de European Museum of the Year Award.

De buren beschouwen de dieren als „familie”, vertellen ze. Ze gingen op kraambezoek na de geboorte van een roze olifantenjong – er werden er 27 geboren. We praten met de kangoeroes, zegt Co Patist, „die over onze heg de tuin inkijken”. We voerden slingeraap Spinnie meelkoekjes op schoot, zegt Reina Lubbers. „Zolang je ’m maar niet omarmt. Dan gaat-ie bijten.” En we rouwen met de dieren, vertelt Ali Zingstra. Met de bavianen die om onverklaarbare reden hun rots niet afkwamen, medium Jomanda kwam er speciaal voor naar Emmen. En na de dood van Annabel, de olifant die kon voetballen. Ze is 45 jaar geworden.

Annabel was in de gracht om het olifantenverblijf gevallen en had haar halswervel gebroken. De dierenarts moest haar laten inslapen. Alle olifanten waren er kapot van. Ze weigerden hun ondergrondse stal binnen te gaan. Urenlang stonden ze naast elkaar op een rij aan de rand van de gracht.

Co Patist: „Ze schopten met hun voorpoten zand naar beneden.”

Ali Zingstra: „Met hun slurf maakten ze een zoekende beweging, Terwijl Annabel allang weg was. Dat was heel aangrijpend.”

Alleen kinderboekendieren

Op het dierenpark is het intussen alle hens aan dek. Van de ruim driehonderd diersoorten verhuizen er maar honderd mee naar de overkant. Dat zijn vooral ‘kinderboekendieren’. In de woorden van Lisette de Ruigh: „We verhuizen alleen de groepsdieren. Die hebben interactie onderling en passen bij het belevingspark.” De rest wordt overgeplaatst naar dierentuinen elders, na overleg met de coördinator van het betrokken stamboek.

De olifanten, leeuwen en bavianen blijven. De tijgers, panters en servals zijn vertrokken. De ijsberen, zeeleeuwen en pelsrobben gaan mee naar het avonturenpark, de haaien verhuisden naar Engeland en ook de degenkrabben moeten weg. Dat zijn, zegt de Ruigh, „geen sexy dieren”. Net als veel vogelsoorten. Ook voor de flamingo’s is geen plek meer. Maar die zijn „makkelijk uitplaatsbaar”, weet De Ruigh. „Zij zijn geleewiekt, hun buitenste vleugel is geamputeerd toen dat nog niet verboden was. Dierentuinen kunnen ze ook houden als ze geen grote vliegkooi hebben.”

De dierenparkmanager verwacht de dierentuin op 1 april bezemschoon op te leveren. „Ik ben opgelucht dat ik nu kan zeggen dat we gelukkig geen dieren hoeven te euthanaseren. Op twee soorten na zijn ze allemaal ondergebracht. Een pecari varkentje heeft nog geen onderdak. En voor de zeven Colobusapen zoeken we nog een thuis. En als dat niet op tijd lukt hebben we nog stallen achter de hand in het nieuwe park.”

De drie neushoorns in Emmen nemen regelmatig een modderbad.

Nieuwe bestemming vergeten

Na de verhuizing krijgen de mensen het park terug van de dieren – de gemeente kocht de grond voor 65 miljoen euro. Maar wat doe je met elf hectare dorpshart vol oude dierverblijven met een hek eromheen? Een besluit daarover heeft de gemeente nog niet genomen. Stadsvilla’s, camping, theetuin, een zwembad – veel plannen passeerden de revue. Muzikanten claimen ondergrondse hokken als oefenruimte. Het Centrum voor Beeldende Kunst hoopt op expositieruimte in het oude evolutiemuseum.

Maar wat als het gapende gat een zwerende puist wordt? Henk Klaver, voorzitter van de ondernemersvereniging Emmen Vlinderstad, kent daarvan genoeg voorbeelden. Dat heb je in een krimpregio. Klaver: „Het centrum van Emmen is opgepimpt, maar het stadsbestuur is vergeten de oude dierentuin een nieuwe bestemming te geven. Terwijl in Emmen eenvijfde van 75.000 vierkante meters aan winkelvloer leegstaat. De gemeente moet de stad compacter maken.” Ton Greving van de tegenovergelegen brillenzaak heeft wel een idee hoe. Al een paar jaar vraagt de opticien om weer auto’s toe te laten in de straat voor de dierentuin: „We hebben reuring nodig. Ik ben zo langzamerhand de enig overgebleven ondernemer hier.” Klaver: „Als er niks gebeurt, raakt de loop eruit. Wordt deze kant van Emmen een vergeten gebied.”

De buren zijn verdeeld. Co Patist en Ali Zingstra zetten in op een park met een stadsstrand en (Drentse) cultuur. Dat zal Emmen, verwacht Zingstra, samen met het avonturenpark „laten bruisen”. Onmogelijk, zoals dorpelingen somberen? „Welnee. Da’s de Drentse mentaliteit: eerst kiek’n wat het wordt.”

Ze zullen erover schrijven op hun reisblog. „En vergeet niet: de Chinezen kwamen ook naar Giethoorn omdat het in de gidsen stond.”

Reina Lubbers is zover nog niet. Ze gaat het dierenpark missen. En ze zal „de strontexpres ook missen. Ik ruik liever olifantenpoep en apenstront dan uitlaatgassen. Ik ben geboren met dierentuingeluiden en was ook graag doodgegaan met dierentuingeluiden. Het was ons dierenpark, het is mijn tuin. Het wordt stil, donker en duister achter het huis.”

En slingeraap Spinnie?

Lubbers: „Hij kwam met zijn staart onder de trein. Toen was hij slingeraap af. We hebben hem nog een paar keer opgezocht. En daarna was-ie weg. We zijn er dagen stuk van geweest.”