De angst dat je kindje bekneld raakt

Vanaf 2016 moet de afstand tussen spijlen van bedjes in crèches vijf millimeter smaller. Wie heeft dat zo bepaald?

Foto Olivier Middendorp

Geruisloos wordt het traliewerk voor kinderen fijnmaziger. Mochten op dagverblijven de spijlen van kinderbedjes in 1990 nog 7,5 centimeter van elkaar af staan, in 1997 was dat 7 centimeter en per 1 januari 2016 nog maximaal 6,5 centimeter.

In de nieuwe Warenwetregeling staan eisen voor hoogte, matras en uitvalbeveiliging beschreven. En dus, belangrijkste wijziging, de spijlafstand: vijf millimeter verschil met de vorige norm. Op het oog nauwelijks zichtbaar maar voor de kinderopvang een enorme verandering. 6.200 vestigingen, met elk soms tientallen bedjes. Flink wat zijn er de laatste jaren al vervangen, maar bij vele vestigingen komt nog snel een leverancier met nieuwe exemplaren langs.

700 euro per bedje

„We leveren op dit moment meer bedjes dan in de laatste jaren bij elkaar”, zegt Bart Pompe van Schilte, meubelfabrikant voor dagopvang en onderwijs. Zo’n achthonderd stuks verkocht hij er de afgelopen twee maanden, tegen normaal enkele tientallen. Ook leveranciers De Tol en de Rolf groep zagen de aantallen dezer dagen „verdubbelen” en „exponentieel” groeien. Voor fabrikanten die nieuwe bedjes leveren geldt de nieuwe norm al sinds 2008. Dagverblijven kregen tot 2016 de tijd alle exemplaren te vervangen.

Velen hebben de aanschaf uitgesteld. Uit onwetendheid, of omdat de investering, al gauw 700 euro per bed niet uitkwam. Al met al een hele operatie, waarvoor, zoals vaker met nieuwe normen, één tragisch incident bepalend is geweest.

Bekneld

11 augustus 2003 was de dag. Een vader wilde zijn dochter van zes maanden ophalen bij een crèche in Rotterdam. Hij trof haar buiten bewusteloos aan in de armen van een leidster die net op weg was naar de buurman voor eerste hulp. Het meisje was even daarvoor bekneld geraakt in haar stapelbedje tussen de bodem en het spijlenrekje. Enkele dagen later overleed ze in het ziekenhuis. Ze had ernstige hersenschade opgelopen.

Letselschadeadvocaat Peter Langstraat, die de nabestaanden bijstond, kan zich de zaak nog levendig herinneren. De ouders, zegt hij, waren aardige, ingetogen mensen die aanvankelijk helemaal niet uit waren op een zaak. Ze zagen het overlijden van hun kind als een noodlottig ongeval. Totdat plots werd gedraaid met de feiten. „Iemand van het dagverblijf had eens de woorden ‘kapot bedje’ in de mond genomen. Toen dachten de ouders: wacht even.”

Reconstructie dodelijk incident

In de rechtszaak die in 2005 volgde werd het overlijden gereconstrueerd met een pop en het gebruikte bedje. Aan de voorkant, een spijlenrekje, bleken twee van de vier knoppen te ontbreken die het op zijn plaats hadden moeten houden. Het meisje was erdoorheen geglipt en een groepsleidster vond haar hangend buiten het bedje, het hoofd geklemd tussen bed en spijlenrek.

Een stapeling van menselijke fouten ging daar volgens de rechter aan vooraf: een leidster die wist van het defect stelde het bedje buiten gebruik door er een reiswieg in te plaatsen. Een andere leidster verwijderde de reiswieg. Weer een andere legde het kindje erin te slapen, ondanks het zichtbare defect. De rechter veroordeelde het kinderdagverblijf in 2005 tot het betalen van een boete.

Het schokeffect van de zaak was groot, weet Langstraat nog. „Zelfs de schaderegelaar checkte meteen bij het dagverblijf van haar eigen kinderen hoe het daar met de veiligheid zat. De zaak appelleerde aan basis-angstgevoelens van ouders: een hulpeloos kind dat je afgeeft en dat overlijdt, dat is een schrikbeeld.”

Maar hoe moet het dan wél?

Ook voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit werd de zaak bepalend. Die nam het incident hoog op en begon een onderzoek naar de veiligheid van kinderbedden op dagverblijven.

Er bleken vaker ongelukken te gebeuren en relatief veel bedden voldeden niet aan de toenmalige normen: te grote spijlafstand, te lage bedrand. Sommige waren zelfgemaakt.

„Heel wat bedjes zijn na dat rapport al vervangen”, zegt Langstraat. De ouders van het overleden kindje waren er dankbaar voor en later kreeg Langstraat van hen, uit de wijnkelder van hun vader, een fles Chateau Margaux uit 1970. De fles heeft hij – inmiddels leeg – nog altijd bewaard.

Na het rapport volgde overleg. Hoe moet een nieuwe norm eruitzien? Daarover boog zich zoals gebruikelijk een werkgroep van belanghebbenden: leveranciers, de NVWA, certificatie-instellingen, Stichting Consument en Veiligheid.

„En dan is het altijd zoeken naar consensus”, zegt certificatiemanager Rogier den Dekker van het Keurmerkinstituut. „Elke leverancier wil graag dat zijn huidige product de norm wordt. Dat levert marktvoordeel op. Maar dat kan conflicteren met Europese regelgeving, of met de wensen van anderen.”

Verstikking

Dat de toegestane spijlafstand voor kinderbedden op dagverblijven nu 5 millimeter naar beneden is bijgesteld heeft te maken met antropometrische data. „Lichaamsafmetingen”, zegt Den Dekker. „Je wilt niet dat een lichaam wel door spijlen kan, maar een hoofd niet. Dan dreigt verstikking.”

Bij de vaststelling van grenswaarden wordt daarom altijd gekeken of 95 tot 99 procent van de lichamen er niet doorheen past. „Honderd procent is onhaalbaar, er zijn altijd lichamen met extreme afmetingen.”

Wat er met de oude bedjes gebeurt? Een flink deel zal volgens de fabrikanten gaan naar landen in Oost-Europa, waar de norm (vooralsnog) niet geldt.