Daar zijn (weer) de Japanse excuses – helaas te laat voor veel seksslavinnen

Troostmeisjes, een verhullend begrip omdat het om meisjes en vrouwen ging die tot prostitutie werden gedwongen, vormen een schandvlek in de geschiedenis van Japan. De seksslavinnen, die in de Tweede Wereldoorlog in afgesloten bordelen werden misbruikt door Japanse militairen, waren ook nadien slachtoffer, als pionnen van treurigstemmend diplomatiek geschipper en van kwetsende ontkenningen. Ongeveer 200.000 jonge vrouwen uit onder meer China, Korea, Maleisië, Nederlands-Indië en, aanvankelijk, Japan zelf.

Er lijkt nu heus sprake van een kentering omdat de Japanse premier Shinzo Abe de ontkenning voorbij is en maandag „oprechte excuses en berouw” liet blijken, zoals zijn minister van Buitenlandse Zaken meldde. Dat was nadat hij met zijn ambtgenoot uit Zuid-Korea een akkoord had bekendgemaakt over een schaderegeling. Misschien is dit een historisch akkoord.

Er is wel nog reden om argwanend te zijn over de oprechtheid van Abe’s spijtbetuiging, want de nabije en iets minder nabije geschiedenis heeft getoond dat hij niet terugdeinst voor een ommezwaai.

Vier maanden geleden liet de premier, geboortejaar 1954, weten dat het maar eens afgelopen moest zijn met die verontschuldigingen, omdat de jongere en toekomstige generaties tenslotte niets valt te verwijten. Waarmee overbuur Zuid-Korea, van 1910 tot 1945 een kolonie van Japan, hard op de tenen werd getrapt (opnieuw) een diplomatieke rel was geboren.

In 2007 riep de toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, de Japanse ambassadeur boos bij zich toen Abe, tijdens diens eerste periode als premier, openlijk zijn twijfel liet blijken over de juistheid van de beweringen omtrent de betrokkenheid van de Japanse krijgsmacht bij de gedwongen prostitutie. Dat was dan weer in strijd met het officiële Japanse standpunt uit 1993, de zogenoemde Kono-verklaring, waarin het leed dat de vrouwen was aangedaan, werd erkend.

Als de Japanse excuses ditmaal niet alleen oprecht maar ook duurzaam zijn, is dat van betekenis. Voor de geopolitieke verhoudingen in Azië, voor de relatie van Japan met de Verenigde Staten. Voor het eerst komt er nu een schadefonds dat door de Japanse overheid wordt gevuld. Maar het is pijnlijk dat de excuses, in de mate waarin Abe ze maandag aanbood, zo laat komen. Te laat bijvoorbeeld voor de meesten van de circa 400 Nederlandse vrouwen die als seksslavinnen werden misbruikt, omdat ze niet meer leven.

Het bewijst opnieuw hoe moeizaam staten soms omgaan met hun eigen geschiedenis, voorzover die niet alleen uit heldendom of slachtofferschap bestaat, maar ook zwarte kanten bevat. Ten minste moet er de bereidheid bestaan om daar oprecht en onafhankelijk onderzoek naar te laten doen, de resultaten ervan bekend te maken en te aanvaarden.

Recent drongen Tweede Kamerleden van SP en D66 weer eens bij het kabinet aan op een hoorzitting, als opmaat naar historisch onderzoek, over het optreden van Nederlandse militairen in Indonesië in de tweede helft van de jaren veertig. Onder meer tijdens de ‘politionele acties’ – ook zo’n verhullend begrip.

Het kabinet heeft tot nu geweigerd wetenschappelijk onderzoek – dat de gedragingen van beide partijen zou moeten omvatten – financieel te steunen. Een houding die eerder dan op geldgebrek duidt op onwil om de waarheid te leren kennen. Er waren meer landen dan Japan die fout waren in een oorlog.