brieven

Kerken stromen vol

Over het artikel van Paul Visser (21/12), predikant van de Amsterdamse Noorderkerk, wil ik graag het volgende opmerken:

1. God is niet passé; wij die klaar zijn met de god uit verleden tijden,

moeten alleen leren het voor ons Onbegrijpelijke een nieuwe betekenis te geven. Tweeduizend jaar christendom zit in onze hersens ingeprent.

2. Als Heidegger zegt: alleen een god kan ons nog redden, is de vraag ‘Welke god’?

Denk dan aan Spinoza, onze grootste verlichte geest ooit,

met zijn God is de natuur, God is alles wat ons omgeeft, onze aarde, onze zon, ons heelal.

3. Dagelijks verliezen in Nederland twee kerken hun oorspronkelijke bestemming omdat wij klaar zijn met de traditionele heilsboodschap. Toch willen wij graag blijven genieten van ons christelijk-culturele erfgoed, de prachtige kerken en kathedralen, de muziek en de liederen die ons emotioneren.

4. ‘Die Ene die ooit geboren werd’ (Jezus) zal voor ons een oriëntatiepunt blijven, ook al is hij geen ‘zoon van ...’ meer of ‘door de hemel gegeven’, maar een mens die ons inspireert om liefde, verzoening en vrede tussen ons mensen te brengen.

5. Waar blijven moedige voorgangers die gestalte kunnen geven aan ons postchristelijk tijdperk? Wij, de ex-gelovigen, staan er klaar voor. De kerken zullen weer bevolkt raken.

Niqaab

’t Gaat om identificatie

Mevrouw Lakbiach verwart in haar opiniestuk tegen een verbod op gezichtsbedekkende kleding de begrippen discriminatie en identificatie (19/12). De speciale weerstand tegen het dragen van een gezichtssluier komt niet voort uit kledingvoorschriften of religie, maar uit de opvatting van het gezicht als een belangrijk identificatiemiddel.

Om dezelfde reden is het in sommige steden verboden om met carnaval op straat een masker te dragen. Ze vraagt: En als ik dit wil dragen, wat ben ik dan?

Mijn antwoord is: u bent dan een onherkenbaar mens. Dat is het probleem; het zou enigszins ondervangen kunnen worden door een geheel gesluierde vrouw te verplichten zich te laten vergezellen door iemand met onbedekt gezicht, maar ook dat zou de vrijheid beperken. Het lijkt me onjuist om de toch al beladen discussie over discriminatie hiermee te belasten, al kan ik begrip opbrengen voor haar ongenoegen.

Anna Backerra, Deventer

Geldermalsen

Dit treft Wilders zelf

Is Wilders’ onverschrokken Krijg de rambam een boodschap van superieure onverschilligheid jegens politiek en pers (22/12)? Ongetwijfeld zou hij graag zien dat het zo overkwam, maar in werkelijkheid is het eerder een wanhoopskreet. Zijn volgelingen uit Geldermalsen hebben Wilders in een onmogelijk parket gebracht. Een lose-lose situatie waaruit hij zich niet zonder kleerscheuren kan bevrijden.

Politiek geweld is een eenduidig fenomeen: je keurt het goed of je keurt het af. Een beetje goed- of afkeuren kan niet, de keuze is digitaal. Beide opties zijn voor Wilders onaantrekkelijk. Keurt hij het af, dan zwicht hij voor de druk vanuit de gevestigde politiek, waar hij voor geen goud mee wil worden geassocieerd. Dansen naar de pijpen van Pechtold – dat nooit!

Maar keurt hij het goed, dan loopt een deel van zijn kiezers weg. Herhaaldelijk is uit onderzoek gebleken dat Wilders’ electoraat maar voor een klein deel uit echte vreemdelingenhaters bestaat. Daarnaast bestaat een aanzienlijk deel uit mensen die net als hij liever ‘minder Marokkanen’ zouden zien in ons land. Maar zeker onder de recente aanwas van zijn aanhang zijn ook veel proteststemmers die het niet met al z’n ideeën eens zijn en die hem ook niet als premier zouden willen. Mensen die de politici waar ze vroeger op stemden eens flink aan het schrikken willen maken in de hoop dat ze minder softe standpunten zullen innemen op punten als Europa, immigratie en integratie. Dit zijn burgers die niets op hebben met geweld jegens vluchtelingen. Wilders’ ‘krijg de rambam’ is een poging om zich te onttrekken aan de onmogelijke keuze waarvoor Geldermalsen hem heeft gesteld. Heel hard roepen dat-ie er niks mee te maken wil hebben en daarna als de wiedeweerga ervandoor, op kerstreces. Maar aan ieder reces komt een eind en als de Kamer weer bijeenkomt, krijgt Wilders de gevolgen gepresenteerd. Keer op keer, bij iedere nieuwe geweldsuitbarsting, zal hij door zijn collega’s worden gefileerd. Terugkrabbelen zal steeds moeilijker worden. Dan zou hij zich alsnog laten piepelen door de Gutmenschen. Geldermalsen heeft hem een koekje van eigen deeg opgeleverd. Hij bevindt zich nu in precies dezelfde situatie als de Nederlandse moslims, die keer op keer worden geconfronteerd met de eis afstand te nemen van de wandaden die worden gepleegd door een lunatic fringe van hun geloofsgenoten. Wilders behoort tot degenen die niet moe worden de moslims om de oren te slaan met het ‘wie zwijgt stemt toe’ argument. Nu zit hij in hetzelfde schuitje. Steeds opnieuw zal hij worden opgeroepen de lunatic fringe van zijn eigen aanhang te veroordelen. Doet hij dat niet, dan slaat het ‘wie zwijgt stemt toe’ op hemzelf terug. In dat opzicht zullen de gevestigde politici die Wilders met zijn stoere kreet wilde treffen, die lui uit Steenbergen en Geldermalsen misschien dankbaar zijn.

Herman Vuijsje, Amsterdam