Rampjaar EU? ‘Geen paniek’

Gebrek aan politieke moed draagt bij aan de malaise.

Een vrouw op een vernielde brug in Donetsk, Oekraïne. Foto Vadim Ghirda/AP

Je zou 2015 voor Europa het jaar van de voortdurende rinkelende alarmbellen kunnen noemen. Het slepende conflict in Oekraïne. De Griekse crisis. Het vluchtelingendrama. Tegen een decor van de verdere opmars van populistische, anti-Europese sentimenten en alarmerend hoge werkloosheid onder jongeren. Niet eerder is in één jaar zo vaak gewaarschuwd dat de toekomst van Europa op het spel staat.

Geen paniek, zegt de Britse historicus Mark Mazower. Hij heeft veel gepubliceerd over de geschiedenis van Europa. Tegen die achtergrond zet hij tijdens een bezoek aan Den Haag drie kanttekeningen bij het heersende gevoel van malaise.

Europa moet in crises strategischer denken

De drie grote crises van 2015 (Oekraïne, Griekenland, migratie) hebben iets gemeenschappelijks, zegt Mazower. „De EU heeft een enorm probleem om strategisch te denken. Ze zoekt quick fix-oplossingen. Dat is een terugkerend probleem. Europa denkt te veel in termen van het reguleren van markten. Strategisch denken en marktdenken gaan niet goed samen.”

Over Oekraïne is hij kort, dat is niet zijn specialiteit. Hij proeft in de Europese opstelling te veel een Koude Oorlogmentaliteit. Is Poetin Europa aan het uitdagen? „Zal best, maar dan nog moet je er geen worstelwedstrijd van maken. Rusland is een belangrijke handelspartner. Zijn plaats in de internationale machtsverhoudingen is een realiteit. Je kunt over de relatie tussen Rusland en Europa denken op een antagonistische manier, maar er zijn creatievere benaderingen.”

Dan Griekenland, wel zijn specialiteit. In Mazowers ogen heeft Brussel niet, of onvoldoende, onderkend dat serieuze schuldvermindering de enige echte uitweg is. „Dat is het eerste wat moet gebeuren.” Hij wil daar niet mee zeggen dat de Griekse regeringen zelf geen blaam treft. De Griekse politici hebben „een gruwelijk onvermogen laten zien om samen te werken tijdens een nationale noodtoestand.” Dat na de kookhitte van deze zomer de crisis nu minder urgent lijkt, komt „doordat er nu een regering zit die zich heeft gecommitteerd aan de internationale afspraken, vrijwel dezelfde regering als die zich eerder niet wilde committeren.”

Het debat in Brussel heeft wel blootgelegd hoe „dun” het idee van Europa eigenlijk is, zegt Mazower. De discussie is gedomineerd door karikaturale stereotypen. Alsof Grieken lui zouden zijn. Alsof de Duitsers die er wonen, wél belasting betalen. „Europa heeft ook niet kunnen uitleggen waarom het zo betrekkelijk makkelijk was hulp te bieden aan banken in nood, maar niet aan landen in nood.” Bovendien zijn de ontwikkelingen in de Griekse politiek een waarschuwing voor andere EU-landen: „In tijden van crisis kan het politieke landschap met verbijsterende snelheid veranderen. De (socialistische partij) Pasok had 40 procent en is bijna weggevaagd. Zulke instabiliteit kan ook in andere landen problemen geven. Als we in andere landen de opkomst zouden zien van een neonazipartij als Gouden Dageraad, zouden mensen de radicaliserende gevolgen van het huidige EU-beleid serieuzer nemen.”

En de Syrische vluchtelingen? „Eerder een bedreiging voor Syrië. Dit zijn slimme en goed opgeleide mensen uit de middenklasse die niet teruggaan, denk ik. Bekijk het niet in termen van veiligheid en grenscontrole, of als een culturele bedreiging die geneutraliseerd moet worden. Als je Europa in een fort verandert, voed je alleen extreem-rechts. Je moet terug naar de oorsprong: een gemeenschap gevestigd op oorlog en vluchtelingen. Merkel heeft dat begrepen. Zij heeft eraan herinnerd dat een van de fundamenten onder Europa solidariteit is.” Heeft ze onbezonnen de deur geopend voor meer vluchtelingen dan Duitsland aankan? „Waar. We moeten kijken hoe dit gedeeld kan worden. Maar het is een gebaar van grote historische betekenis.”

EU doet te krampachtig over ‘verworvenheden’

Veel eurofielen hebben moeite met een discussie over het acquis communautaire, het geheel aan afspraken en regels, constateert Mazower. „Dat wordt altijd beschouwd als een grote prestatie die nooit bevraagd mag worden. Je mag er alleen iets aan toevoegen, niet iets van af nemen. Want als je dat doet, open je de doos van Pandora, en voor je het weet valt Europa uit elkaar. Die manier van denken is problematisch. Het laat geen serieus debat toe over hoe de diverse onderdelen tot stand zijn gekomen, en of ze werken. ”

Het debat over de Schengenzone zou een voorbeeld kunnen zijn, maar Mazower wil het breder trekken. Hij stelt bijvoorbeeld de dominante rol van het Europese Hof van Justitie ter discussie. Of punten uit het Verdrag van Maastricht. Deels gebeurt wat Mazower bepleit al, in het debat over een mogelijke Brexit. Maar hij wil het juist los daarvan trekken. „In de context van een Brexit versterk je de angst dat er door zo’n discussie iets uit elkaar valt. Ik bepleit iets anders. Europa moet de gewoonte ontwikkelen om te bezien of de gang van zaken nog beantwoordt aan de huidige doelstellingen. En om als dat niet zo is, om zaken te kunnen veranderen zonder het verwijt dat je Europa wilt afbreken. Niet elk terugdraaien betekent een falen, niet alles wat we hebben gedaan is een stap vooruit. Europa stort niet zomaar in. Het is tijd te erkennen dat een steeds hechtere unie niet het doel hoeft te zijn voor alle lidstaten.”

Politici in EU tonen te weinig ambitie

Mazowers belangrijkste boodschap, vindt hij zelf, is dat de politici meer in zichzelf moeten geloven. Meer ambitie moeten tonen, minder laissez faire, nadrukkelijk doelen voor de langere termijn moeten durven stellen. „Europa is in de jaren 40 en 50 opgebouwd door politici die zelf wilden regeren en strategische doelen voor ogen hadden. Maar sinds 2009 is de Europese politiek gereduceerd tot een vorm van financieel management. In 2008 riep de Duitse president Horst Köhler nog dat de financiële markten een monster zijn dat moet worden beteugeld. Dat idee, dat je geldmarkten kunt en moet reguleren, is verdwenen. Bij de IMF-oprichting bestond het besef dat er verschil is tussen goede, gezonde kapitaalstromen en speculatie. Dit onderscheid heeft nu geen betekenis meer. De politieke orthodoxie is dat de kapitaalcontroles zo veel mogelijk moeten worden afgeschaft.”

„Vanuit die gedachte heeft de gezondheid van de financiële sector bij de aanpak van de crisis prioriteit gekregen. De mensen die nu aan de macht zijn, hebben geen vertrouwen in hun vermogen de economie op een andere wijze aan te zwengelen dan met monetair beleid. De inflatie loopt tegen de nul procent, ruim onder de doelstelling. Tegelijker is er een jeugdwerkloosheid van 20 procent. Gemiddeld, in sommige lidstaten veel hoger. Zo lijkt Europa er te zijn om het spaargeld van ouderen te beschermen, niet om jongeren met banen een toekomst te bieden.”

„Er zijn genoeg argumenten aan te voeren waarom Europa belangrijk is. We kunnen praten over democratie, over een bepaalde manier van samenleven. Maar de politieke articulatie van een gemeenschappelijk doel is de afgelopen veertig jaar enorm geërodeerd. We moeten iets van de langetermijnvisie van die vroegere generatie politici terugwinnen. De blijvend hoge werkloosheid ondermijnt de legitimiteit van Europa en de traditionele partijen. Kleine landen als Nederland zullen daar het meest onder lijden.”

Hij zegt het een paar keer: waarom niet een groots programma van openbare werken opzetten? „Er ligt nu wel een Europees investeringsplan, maar wat erin wordt voorgesteld, is vooral andere partijen stimuleren om te investeren. Er zit geen echt geld achter. Terwijl er heel veel goede investeringen te bedenken zijn die een positieve impact zouden hebben op de economie. Of het geld daarvoor nu uit Brussel komt of uit de nationale begrotingen, maakt niet uit. Het belangrijkste is dat het gebeurt. Het zou het beeld van Europa zeer ten goede komen.”