Column

Nooit meer slapen in de noodopvang

De Syrische leraar uit Damascus staat bij de apotheek in de Utrechtse wijk Oog in Al. Hij bestelt tabletten tegen maagzuur. Zijn vrouw heeft zwartomrande ogen. „We zitten met alle diersoorten in de ark van Noach’’, zegt hij over de noodopvang waar 500 vluchtelingen zijn ondergebracht. „Dan slaap je nooit meer.”

Op zijn afdeling in de noodopvang ontmoet ik de oude Syriër Jaber, die grappen maakt en later op de middag zegt dat hij aan depressies lijdt. En de lange Taleb uit Damascus. Zijn familie woont naast een Palestijns vluchtelingenkamp dat is gebombardeerd. Daarbij is zijn moeder omgekomen. Grote tranen druppelen op zijn roze trainingspak. „Sorry’’, zegt hij. „Zenuwen.’’ „Hij is een drama-queen’’, zegt de Syrische leraar.

Laat Taleb een drama-queen zijn, dat neemt niet weg dat de Utrechtse Syriërs niet weten hoe lang ze moeten wachten op hun eerste gesprek met de IND. Tot die tijd moeten ze zich behelpen met de verpleegkundige die elke vrijdagochtend recepten uitschrijft voor kalmeringsmiddelen. Psychiater Kees Laban onderzocht de effecten van de asielprocedure op een groep Irakese vluchtelingen en constateerde dat de onzekerheid over hun verblijfstatus de vluchtelingen zieker maakt dan de trauma’s die ze zijn ontvlucht.

Intussen gaat alle energie van IND en COA naar wáár de kleine 50 duizend vluchtelingen die dit jaar over de grens kwamen, moeten worden ondergebracht. Naar de voorwaarden waaronder zij contracten afsluiten met cateraars en of de vluchtelingen al of niet leefgeld wordt uitgekeerd.

De nadruk ligt op de ruimte en niet op de tijd. Dus wél op het overtuigen van gemeenten om een sportzaal of een leeg kantoor in te richten en níet op het inzetten van meer ambtenaren om de procedure te versnellen. Integendeel, na de aanslagen in Parijs is de procedure verder verscherpt en dus alleen maar langduriger geworden.

De Syrische leraar en zijn vrouw worden niet gek van het gebrek aan leefgeld, ze worden gek van het gebrek aan zekerheid. Ze hebben tijdelijk hun intrek genomen in een huisje op het erf van een boerderij in het Friese Oosternijkerk. De ene dag zegt het COA: ga je gang, de volgende dag zegt het COA: we weten van niks.

„Er zit een geluksfactor in de procedure’’, zegt de Syrische leraar. Een landgenoot die tegelijk met hen in Ter Apel aankwam, kon de volgende dag de eerste stap in de procedure zetten en zat tien dagen later in een AZC. Hij en zijn vrouw kunnen zich in Friesland wel eindelijk ontspannen. Ze hebben de afgelopen drie dagen en drie nachten geslapen.