Meisjes, drugs en rock-’n-roll

Groupies hoorden vanaf eind jaren zestig onlosmakelijk bij het muziekleven. Hun meest begeerde muzikant, Jimi Hendrix, zei: ‘I only remember a city by it’s chicks’.

Pamela des Barres, op wie de film Almost Famous is gebaseerd.

Het fenomeen ontstond eind jaren zestig. Zoals ooit soldaten in dorpen werden onthaald met lekkernijen en aandacht van jonge vrouwen, waren het nu verwaten rocksterren met lange krullen en fluwelen jasjes die in steden als Los Angeles en San Francisco werden opgewacht door jonge schoonheden met de drugs ‘du jour’ en een rijk menu aan seksuele attenties. Het was de tijd van de Summer of Love, patchouli, hippies, het succes van Jimi Hendrix, Frank Zappa en The Doors.

Bekende groupies als Pamela Des Barres en Miss Sunshine hadden een assertieve benadering. Voor en na concerten drongen ze kleedkamers binnen, verzamelden telefoonnummers, kochten bewakers om, speurden naar de slaapplaats van hun prooi. In de popmuziek van die jaren waren de rollen omgedraaid: mannen hoefden niet achter vrouwen aan, de vrouwen jaagden op hen.

Het onlangs verschenen fotoboek Groupies and Other Electric Ladies van de Amerikaanse fotograaf Baron Wolman (78) laat uitgebreid zien hoe de groupies zich presenteerden: met vele lagen fluweel en ruches, hoeden, boa’s, franje en bontjasjes. Sjiek van de vlooienmarkt.

Wolmans portretten zijn om verschillende redenen adembenemend. Om de onbevangenheid van de jonge vrouwen, trots over het verwerven van hun seksuele vrijheid. Om de onschuld die de jonge (vaak rond de twintig, maar soms nog maar veertien) meisjes uitstralen. En uiteindelijk ook om het fanatisme en de overgave waarmee ze zich in de rockscene stortten. Ze stopten met school en liepen weg van huis. Samen met gelijkgezinden achtervolgden ze de muzikanten tijdens hun tournees - vandaar de dubbele betekenis van ‘groupie’: in groepjes achter de groepen aan. De bands waren The Yardbirds, Steve Miller Band, Cream, Led Zeppelin of Jimi Hendrix Experience.

De foto’s in Groupies and Other Electric Ladies zijn een uitgebreide versie van de reportage die in 1969 gemaakt werd voor het toen pas opgerichte muziekblad Rolling Stone, aangevuld met artikelen uit dat blad. De geïnterviewden – groupies en muzikanten – zijn opvallend openhartig. Ze maakten zich duidelijk geen zorgen om hun publieke imago – of vonden hun ontboezemingen juist gunstig.

Het begon met liefde voor muziek, bij de groupies – blijkt uit de interviews. Eind jaren zestig was de periode van ‘teeny-boppers’ achter de rug: popzangers voor wie de meisjes stonden te gillen. Nu was het de tijd van de rockgod: ruige, harde, opzwepende klanken van mannen met wapperend haar en strakke broeken. Jonge vrouwen stonden niet zomaar te gillen. Ze bestudeerden de platenhoezen, lazen tijdschriften en verzamelden zoveel mogelijk informatie over de muzikant.

Tot bloedens toe vechten bij kleedkamers

Die liefde leidde tot veroveringsdrang. In de kleedkamers van ultieme helden als Eric Clapton, Jim Morrison, Frank Zappa of Steve Miller kwam het soms tot handgemeen tussen de groupies. Tot bloedens toe vochten twee vrouwen in een kleedkamer in New York om Jimmy Page, die op dat moment zelf niet aanwezig was.

De muzikanten lieten zich de aandacht welgevallen. Al was Eric Clapton teleurgesteld toen hij ontdekte dat het de vrouwen niet ging om zijn uiterlijk of lichaam, maar om zijn naam. En de Amerikaanse gitarist Steve Miller ergerde zich weleens aan de meisjes die voor de show met grote ogen zwijgend in de kleedkamer op hem zaten de wachten. Maar de groupies werden zelden afgewezen. Of zoals Jimi Hendrix het samenvatte: „I only remember a city by it’s chicks.”

Naast muziek was er een gedeelde interesse in drugs. Voor de muzikanten was het riskant te reizen met drugs in de bagage. Zodra ze aankwamen in de rockclubs, arriveerden de meisjes met de joints en andere middelen. De drugs werden zo belangrijk dat een deel van de groupies uiteindelijk ook als dealer zou gaan werken.

De scene in Los Angeles was in alle opzichten het meest expliciet, daar draaide het de meisjes vooral om seks en drugs. In San Francisco ging het eerder om vriendschap tussen ster en groupie. In Los Angeles was de commune van Frank Zappa en zijn band, The Mothers of Invention, de spil van veel feestjes en uitspattingen. Zappa zag alleen maar voordelen in het groupie-fenomeen: „Die meisjes leren veel, op seksueel gebied. En dat is gunstig. Uiteindelijk zullen ze trouwen met gewone jongens, kantoorklerken en fabrieksarbeiders. De jongens zijn gebaat bij hun seksuele avontuurlijkheid. Ze zijn gelukkiger en doen hun werk beter, dat geeft het land een economische impuls. Iedereen blij.”

Trouwen met een groupie

Bij de meisjes waren de Britten favoriet. Mick Jagger, Noel Redding (bassist van Hendrix), Eric Clapton, en later Jimmy Page, Robert Plant en andere leden van Led Zeppelin. In een tijd dat veel Amerikanen zich kleedden als cowboys, waren de Britten verrassend vrouwelijk, met golvende krullen, brokaten jasjes en fluwelen broeken. Daarbij waren ze attenter. „Amerikanen hebben altijd haast”, zegt een van de vrouwen in het boek. „Engelsen zorgen dat je werkelijk geniet.”

Sommige groupies trouwden met een Britse popster, en verhuisden - tijdelijk - naar Engeland. Anderen waren goed met kinderen en belandden als - onbezoldigde - huishoudster in het gezin van hun ster.

Groupies werden gewaardeerd en bezongen, onder meer in Zappa’s ‘Groupie Bang Bang’. Maar begin jaren zeventig was het gouden tijdperk voorbij. De Summer of Love was gedoofd, Hendrix, Morrison en Janis Joplin waren overleden.

Volgens supergroupie Pamela Des Barres hing de verandering samen met het grote succes van Led Zeppelin. Plotseling draaide de rockscene om geld. En jonge(re) meisjes drongen zich naar voren, nu gekleed in lurex en glitter.

Pamela Des Barres zou in de jaren tachtig opnieuw bekend worden, met haar memoires over de jaren zestig, I’m With The Band, over ontbijten met Zappa en nachtenlang doorhalen met David Crosby - en vele anderen. Op haar verhaal is Penny Lane in de film Almost Famous (Cameron Crowe, 2000), gebaseerd.

Het is de vraag of de groupies nog bestaan. De omstandigheden zijn anders dan in de jaren zestig. De beveiliging is toegenomen, bij concertzalen kun je niet meer zeggen ‘Ik ben bevriend met de band’ en doorlopen. Volgens Kors Eijkelboom, productieleider van Paradiso, Amsterdam, staan er geen meisjes meer te wachten bij de kleedkamer. „De enige keer dat ik me zoiets herinner was zo’n tien jaar geleden, toevallig ook bij Robert Plant. Het leek alsof het dezelfde vrouwen waren als in zijn gloriejaren. Wat ouder, maar nog altijd trouw.”