‘Lezer gelooft de waarheid niet meer’

Een journaliste van The Washington Post vocht anderhalf jaar tegen nepnieuws op internet. Nu zet ze er gedesillusioneerd een punt achter.

Man neemt ‘selfie’, in 2014, op gebouw in Moskou in Oekraïense kleuren. Foto Reuters

‘Oh, gosh’, zegt Caitlin Dewey als het over de selfie-doden gaat (zie deze check). „Mashable is nog best betrouwbaar, ik lees het dagelijks. Maar hierbij werd data verkeerd gebruikt en haastig naar buiten geslingerd. Iedereen wil het linkje zijn waar mensen op klikken.”

Dewey schrijft voor The Washington Post over digitale cultuur. Ze begon anderhalf jaar geleden met een wekelijkse rubriek over dingen die op internet waren verschenen en niet klopten. Onder de vaste kop ‘What was fake on the internet this week’ ging het aanvankelijk over lichtvoetige, relatief onschuldige zaken. Zoals die selfies, of Oreo-koekjes met kipsmaak, of een vrouw met drie borsten.

Maar vorige week stopte Dewey ermee. Na 82 afleveringen, elk met vijf tot tien onderwerpen, nam ze afscheid met een cynische ondertoon: in die 18 maanden heeft ze de teneur van het nepnieuws radicaal zien veranderen. Meer en meer zag ze zich genoodzaakt nieuwsverhalen te corrigeren die inspeelden op onze angsten, antipathieën en vooroordelen. De koekjes en borsten maakten plaats voor Donald Trump, vluchtelingen en IS. Nepnieuws wordt niet honderdduizenden keren gedeeld op sociale media uit onwetendheid of door een misverstand, maar omdat het de vooroordelen bevestigt van degenen die het delen.

Of ze er inderdaad cynisch van is geworden? „Ja, absoluut”, zegt ze een paar dagen later aan de telefoon. „Als mensen mijn column op Facebook deelden als reactie op iemand die een of ander gek bericht voor waarheid had aangenomen, dan sloeg daarmee de mening niet om. Dan was het: maar dat komt van The Washington Post, dat is een liberaal gedrocht, die zijn niet te vertrouwen.”

Er is een economische reden voor de toename aan nepnieuws, zegt ze. In de afgelopen tijd zijn er allerlei sites bijgekomen die nieuws verzinnen met het specifieke doel om sluimerende angst en woede bij lezers te voeden. Dat klikt lekker. Maar er is meer aan de hand, zeggen ook de mediaonderzoekers met wie Dewey sprak. „Het werkt mee dat de Amerikaanse politiek meer dan ooit gepolariseerd is. Uit onderzoek blijkt dat mensen geneigd zijn zich bij een groep eensgezinden te voegen, en als ze eenmaal in dat kamp zitten, willen ze niets meer geloven wat van de andere kant komt.”

Strijd tegen desinformatie

Zo moest ze de gekste berichten over zowel Trump (dat hij z’n ‘Make America great again’-petjes in China liet maken) als Obama (dat hij van plan was Texas binnen te vallen) ontkrachten. Of, veelal tevergeefs, hard maken dat die foto van ‘IS-aanhangers’ in werkelijkheid van een vreedzame bijeenkomst was.

Hoewel ze met de rubriek is gestopt – het voelde „zinloos”, schreef ze – wil Dewey haar strijd tegen desinformatie niet staken. Met enkele van de onderzoekers wil ze het nu op een andere manier aanpakken. Leren begrijpen hoe het mechanisme werkt waarin mensen onjuiste informatie verspreiden, en hoe ze alsnog kunnen worden overtuigd dat iets niet klopt. Want dat blijft een rol van traditionele media, vindt ze. „Het was altijd onze taak om de waarheid te brengen. Klaar, uit. Nu doen we dat ook, maar mensen geloven het simpelweg niet meer. Dus daar moeten we iets aan doen. Hoe maken we ons weer een geloofwaardige nieuwsbron voor zij die geneigd zijn mee te gaan in nepnieuws en complottheorieën?

Ze zegt het nog maar eens: ja, het is deprimerend. Maar toch: die laatste column werd het best gelezen van allemaal, en ze kreeg er veel reacties op. „Dus er is meer hoop dan je misschien denkt.”

De vijf gekste voorbeelden van nepnieuws:

  1. Honderdduizenden mensen plaatsten in het najaar van 2014 een bericht op Twitter of Facebook waarin de NASA aankondigde dat een zonnestorm in tussen 16 en 22 december voor ‘zes dagen duisternis’ zou zorgen. Het bericht stond op huzlers.com, een site met nepnieuws.
  2. Onder meer Mashable en The Daily Mail namen rond de vorige jaarwisseling een vaag gerucht over van niet bij naam genoemde Iraakse media dat IS-strijders ebola zouden hebben. De Wereldgezondheidsorganisatie moest eraan te pas komen om te zeggen dat dat niet waar was. Maar toen was het artikel van The Daily Mail al 35.000 keer gedeeld.
  3. Een van de vreemdste gevallen, volgens Dewey, was de wijdverbreide complottheorie dat Obama deze zomer een militaire oefening in een Texaans dorp als dekmantel gebruikte voor het ‘binnenvallen’ van Texas om vervolgens de noodtoestand af te kondigen en alle wapens af te pakken. Michelle Obama zou het brein achter dit plan zijn. Facebookgroepen erover hadden tienduizenden leden.
  4. In oktober schreef een site met nepnieuws dat een 14-jarig meisje zwanger was geraakt van een griepprik. 300.000 mensen deelden het bericht op sociale media.
  5. Na de aanslagen in Parijs in november tweette een parodie-account dat de lichten van de Eiffeltoren “voor het eerst sinds 1889” uit waren gegaan. De tweet werd bijna 30.000 keer geretweet, en overgenomen door andere populaire accounts. De lichten gaan elke avond om 1.00 uur uit.