Column

Kerstmis

Voor de baby was het de eerste Kerstmis. Ze trokken gekke gezichten, daarna ging ze van hand tot hand. We zeiden desgevraagd meerdere keren dat de autorit goed was verlopen. Het goede nieuws was dat mijn moeder weer niet had gekookt. Ze had besteld, het eten stond al twee dagen op de tafeltennistafel in de schuur. Ze had wel soep met zelfgedraaide balletjes gemaakt, die was mislukt. Wilden we toch die soep?

Ik had al koffie, rode wijn en thee en cake en pepernoten, dus ik wachtte nog even. Mijn broer had een baard en ging boven roken, mijn zus die had gewerkt zei dat veel patiënten in het ziekenhuis met Kerst extra chagrijnig waren en mijn nichtje liet een rapport met allemaal voldoendes zien. Ik had geen kleingeld, de vriendin verwisselde een luier op de gang en mijn moeder bracht toch soep die ze omdat die zo dun was maar in een wijnglas had gedaan.

We hadden het over Heumensoord bij Nijmegen waar onder de vluchtelingen schurft was uitgebroken, over een ingegroeide nagel en over het klimaat en, toen de vriendin terug was, weer over de baby die maar bleef groeien. Mijn moeder bracht een glas cola en zei dat er ook witte wijn was.

Iemand stelde voor om de Top 2000 op te zetten, mijn broer begon aan de transistorradio te draaien, maar die ziet bijna niets dus dat schoot niet op. We vielen er uiteindelijk in bij Neil Diamond. Mijn moeder hoorde vanwege haar gehoorapparaat alleen nog maar muziek, dus die radio moest weer uit. Daarna werd er een tijd niets gezegd.

Een half uur later werd het eten uit de schuur gehaald. We aten mayonaise van slager Delgijer, want zo viel de ‘vlees- en vegakerstschotel’ toch wel samen te vatten.

Mijn moeder zei wat of mijn vader, die ons vanaf de muur wat ongemakkelijk aankeek, zoal zou hebben gezegd. ‘Dat er weer een jaar voorbij was’, bijvoorbeeld, en verder zou hij beslist extra hebben opgeschept.

We waren snel klaar. Mijn moeder stelde voor om de wijn snel op te drinken zodat ze ijs in de wijnglazen kon scheppen, maar uiteindelijk pakten we toch schaaltjes uit de kast.

Na de afwas deden we Monopoly, mijn moeder kwam nog een paar keer langs met alles wat ze maar aan eetbaars kon vinden. Daarna viel ze van uitputting in slaap op de bank.

Het spel werd afgebroken, mijn broer ging boven roken, wij maakten de baby wakker.

De volgende dag belde mijn moeder. Ze snapte niet waarom haar tomatensoep zo dun was geweest.