Column

Gedachten voor het slapen gaan

Wat heb ik dit jaar geleerd? vroeg ik me af. Zo’n vraag voor je gaat slapen die voorkomt dat je gaat slapen. Het is ook nogal een moeilijke vraag. Dus ik schakelde over naar: wat heeft me getroffen? Oef. Een lawine van mensen, films, boeken, maar ook gesprekken, nieuws, gebeurtenissen. Of was het antwoord: ‘niets’? „Je moet ook niet zo in het groot vragen, dat weet je toch”, mopperde een van de vrouwen waaruit ik besta. „Al die gratis filosofie over algemeenheden! Hou daar toch eens mee op.”

Ik staarde het donker in en dacht aan Alfred Kossmann – hij schreef op de achterpagina van deze krant, toen ik daar eind jaren negentig redacteur van was, prachtige stukjes over ‘de mannen waaruit ik besta’. Hij geloofde helemaal niet in een persoonlijkheid uit één stuk – „En persoonlijkheid? ach wat, persoonlijkheid is een prothese” schreef hij nog langer geleden en dat trof me voor altijd.

„Ja, toen trof iets je nog wel eens”, zei de mismoedigste van de vrouwen uit wie ik besta. „Toen ontwikkelde je je nog. Die dingen die je nu zogenaamd treffen ben je over een maand weer vergeten.”

‘Ik mis Fred Kossmann”, zei de dromerigste van ons ineens. „Dat slaat nergens op”, snauwde die zure. „Hij is al zeventien jaar dood, en hoe vaak sprak je hem nu helemaal?” „Toch wel geregeld”, zei de dromerigste terug. „En als we langs zijn huis komen denken we altijd aan hem en aan hoe we daar zaten, met jenever en sigaretten, zijn vrouw Yda maakte van die lekkere gevulde eieren en –”

En daar marcheerden ineens twee andere schrijvers binnen die al evenzeer pijnlijk in de wereld ontbreken: Rutger Kopland en Gerrit Krol. Hoe vaak doe ik hun boeken niet open om ze even te horen, hun schriftelijke stemmen die hun geest weerspiegelen.

„Ja zeg, als we zo gaan beginnen”, zei de ongeduldigste van mij. „Kom op! Een onderwerp! Anders ga ik slapen!”

De dromerigste van ons was al wat weggedreven en zwierf nu rond door de film 45 years, waarin ineens een barst komt in een 45-jarig huwelijk, omdat de vrouw een episode uit het leven van haar man vóór haar tot zich door laat dringen.

Hij was toen op reis met een vrouw en zou met haar getrouwd zijn als ze niet door een ongeluk om het leven was gekomen. Zijn huidige vrouw wist daar al wel iets van, maar pas nu beseft ze het echt, en bekijkt ze foto’s van die andere vrouw en ontdekt dat die zwanger was op het moment dat ze het ongeluk kreeg. Ineens beziet ze haar eigen, kinderloze huwelijk totaal anders.

Probeer dat toch niet te doen, dacht de dromerigste. Probeer toch te zien wat je wel had en hebt, vat zijn herinneringen aan wat inmiddels zo lang geleden is niet op als bedrog!

‘Maar iemand heeft toch ook recht op haar eigen beeld van haar huwelijk,” zei de redelijkste van ons. „Het beeld van je huwelijk is misschien wel je huwelijk.”

„Er is eigenlijk niets waar je geen vragen over kunt stellen”, mompelde één van ons slaperig. „Als we dat nu maar onthouden. Je eigen ervaringen zijn zo bezien heus wel stof tot denken. Het is je leven.”

„We are the stuff that dreams are made on”, zuchtte de dromerigste zonder zich in de moeilijkheden van die regel te willen verdiepen. „And our little life is rounded with a sleep.”