Column

Energieakkoord en Klimaatverdrag: klinkt goed, maar de echte maatregelen blijven achter

Ruim veertig organisaties van uiteenlopende pluimage sloten in 2013 met de overheid het Energieakkoord. Van werkgeversclub VNO-NCW tot actiegroep Greenpeace zetten de organisaties er hun handtekening onder. De polder op zijn best. Gemeenschappelijk doel: terugdringing van het gebruik van fossiele brandstoffen. Door energiebesparingsmaatregelen af te spreken; door ‘groene’ energiewinning een groter aandeel te geven.

Twee jaar later, eerder deze maand, werden 195 landen het in Parijs eens over een mondiaal klimaatverdrag. Het doel is de opwarming van de aarde te temperen, bij voorkeur met een stijging die de 1,5 graden Celsius niet te boven gaat.

De Nederlandse staatssecretaris van Milieu, Dijksma (PvdA), noemde in een brief aan de Tweede Kamer het besluit op de VN-conferentie in de Franse hoofdstad een „cruciale stap” en meende dat het akkoord „met recht historisch” mag worden genoemd. „Goed voor Nederland, goed voor Europa, goed voor de wereld”, reageerde premier Rutte.

Energieakkoord en Klimaatverdrag, die op hoofdlijnen hetzelfde doel hebben, liggen wat hun horizon betreft ongeveer in elkaars verlengde. Het Parijse verdrag gaat met ingang van 2020 in. Volgens het Nederlandse Energieakkoord moeten dat jaar concrete resultaten zijn geboekt op het gebied van energiebesparing (1,5 procent minder, overeenkomstig Europese afspraken) en de inzet van duurzame energie: 14 procent.

Het wordt steeds twijfelachtiger of Nederland dat haalt en in het verlengde daarvan: of het aan zijn internationale verplichtingen weet te voldoen. De Eerste Kamer haalde vorige week helaas een streep door de Elektriciteits- en Gaswet van minister Kamp (Economische Zaken, VVD). Een gevolg daarvan is dat de bouw van een aantal windmolenparken in zee, die moeten bijdragen aan de realisering van de afspraken uit het Energieakkoord, vertraging oploopt.

Terwijl, zo stelde de Borgingscommissie die de uitvoering van dit akkoord controleert, Nederland juist bij de inzet van duurzame energie al achterloopt, op andere landen en op de doelstelling van het akkoord. De kans dat de 14 procent in het jaar 2020 wordt gehaald, is alleen maar kleiner geworden, door toedoen van de Eerste Kamer.

Het is een uiting van de discrepantie tussen papieren akkoorden en feitelijke maatregelen. Nederland is ook het land dat nog jarenlang kolencentrales zal gebruiken. Het land ook, waar windmolens op land een moeizame wordingsgeschiedenis kennen en waar energiebesparing bij bedrijven weinig aandacht krijgt.

Zolang de partijen klimaatbeleid wel met de mond belijden maar terugdeinzen zodra het op concrete stappen aankomt, kan er weinig van terechtkomen.