Canada breit 25.000 mutsen voor Syriërs

Het besluit om tienduizenden Syrische vluchtelingen uit Libanon en Jordanië over te vliegen, heeft brede steun onder de bevolking.

In afwachting van de aankomst van Syrische vluchtelingen poseert de Canadese premier Justin Trudeau voor een selfie met personeel van de luchthaven van Toronto. Foto’s Mark Blinch/Reuters

Met een bos bloemen staan Nicolas Altawil en zijn twee dochters laat op de avond te wachten voor de deur van een tijdelijk welkomstcentrum voor Syrische vluchtelingen bij het vliegveld van Montreal. Een Canadees regeringsvliegtuig uit Libanon is zojuist geland, met 161 vluchtelingen aan boord, onder wie de zwager van Altawil en zijn jonge gezin.

„Ze hebben alles achtergelaten in Damascus, ze zoeken veiligheid”, zegt Altawil, die zelf 21 jaar geleden uit de Syrische hoofdstad naar Canada emigreerde.

„Ze hebben bombardementen overleefd. Wij zullen ze laten weten dat ze hier thuis zijn.”

De familieleden van Altawil zijn onder de eerste Syrische vluchtelingen die zijn overgebracht naar Canada als deel van een ambitieus plan: maar liefst 25.000 vluchtelingen wil de nieuwe Canadese regering opnemen, en dat binnen drie maanden. De kosten van de operatie worden voor 2016 geraamd op bijna 880 miljoen Canadese dollar (ongeveer 580 miljoen euro).

Roze donsjas

De pas aangetreden premier Justin Trudeau beloofde tijdens zijn campagne de deuren van Canada te openen voor Syrische vluchtelingen. Aanleiding was de foto van Alan Kurdi, het Syrische bootvluchtelingetje dat dood aanspoelde in Turkije. Hij bleek familie in Canada te hebben. Volgens Trudeau, die razend populair is sinds zijn klinkende verkiezingszege in oktober, is het initiatief een kans voor Canada om zich weer van zijn zorgzame kant te laten zien, na tien jaar conservatief beleid van zijn voorganger, Stephen Harper.

„We hebben de kans om te laten zien waar Canada voor staat”, zei Trudeau half december bij aankomst van het eerste vliegtuig met vluchtelingen in Toronto. De 44-jarige premier overhandigde een gezin met een dochtertje een roze donsjasje voor de strenge Canadese winter. Een foto hiervan ging de hele wereld over.

De Canadese overheid heeft in anderhalve maand een infrastructuur opgetuigd om de komst van 25.000 vluchtelingen in goede banen te leiden. Het doel is om ze voor 1 maart naar Canada te halen (ruim 2.000 zijn inmiddels in het land). Vooral na de aanslagen in Parijs wil men het selectie- en inspectieproces, dat normaal maanden of zelfs jaren kan duren, niet al te zeer te overhaasten.

Canada selecteert zijn vluchtelingen onder de Syriërs die zijn ingeschreven bij de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, in Libanon en Jordanië. Om de selectie te maken zijn ongeveer 500 medewerkers van de Canadese immigratiedienst naar kampen in die landen gestuurd. Zij gaan de identiteit en papieren van vluchtelingen na, om zo goed mogelijk uit te sluiten dat er IS-infiltranten tussen zitten. De vluchtelingen krijgen een medisch onderzoek en moeten biometrische gegevens laten afnemen, zoals irisscans. Ook wordt met alle kandidaten een gesprek gevoerd. Canada wil vooral ‘veilige’ gevallen, zoals gezinnen met kinderen.

Dezelfde rechten

Vluchtelingen die zijn geaccepteerd – en die naar het verre Canada willen, want sommige Syriërs hebben aangegeven liever dichter bij huis te willen blijven – worden overgevlogen naar Toronto en Montreal. Soms met legervliegtuigen, maar Air Canada en andere maatschappijen hebben hulp aangeboden. Op de vliegvelden zijn aparte douanevoorzieningen ingericht. Direct na aankomst krijgen de vluchtelingen een permanente verblijfsvergunning, een pas voor het stelsel van gezondheidszorg en een sofinummer. Hiermee hebben ze dezelfde rechten als Canadezen: op werk, op zorg, op onderwijs. Alleen stemmen mogen ze pas als ze staatsburger zijn (wat na vier jaar kan worden aangevraagd).

In ‘welkomstcentra’ voorziet het Rode Kruis de vluchtelingen van winterjassen, mutsen en laarzen. Daarna kunnen ze mee met mensen die hen verder opvangen, zoals familieleden of vertegenwoordigers van hulporganisaties en kerken. De vluchtelingen worden verspreid over de tien provincies, min of meer proportioneel naar het bevolkingsaantal per provincie. Een groot deel van de vluchtelingen wordt ondergebracht bij mensen of organisaties die accommodatie hebben aangeboden. Wie geen direct contact heeft, wordt door de overheid ondergebracht. Sommigen krijgen tijdelijk onderdak op militaire bases.

Duizenden mensen hebben zich gemeld als vrijwilliger om Syriërs in huis te nemen of hen met kleding en spullen te helpen. Een vrouw uit de provincie Quebec nam een initiatief om wintermutsen te breien, wat uitgroeide tot een collectief project om er 25.000 te maken. Sociale media staan bol van uitingen van barmhartigheid en nationale trots.

Contrast VS

In Canada kan bijna iedereen zich identificeren met immigratie. Volgens Paul Clarke van de hulporganisatie Action Refugiés Montréal doet de komst van de Syriërs Canadezen denken aan de bootvluchtelingen uit Vietnam in 1979 en 1980.

„De regering toont leiderschap, en de bevolking gaat er graag in mee. Mensen waren de bekrompenheid van de vorige regering zat.”

Het Canadese enthousiasme staat in contrast met de Verenigde Staten, waar President Obama komend jaar 10.000 Syrische vluchtelingen wil opvangen. Ruim de helft van de gouverneurs heeft verklaard geen Syriërs in hun staat te willen toelaten. De Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump heeft na de aanslag in San Bernardino voorgesteld alle moslims toegang tot de VS te weigeren.

Trudeau, zoon van voormalig premier Pierre Trudeau die in de jaren ’70 een officieel beleid van multiculturalisme invoerde, pleit juist voor diversiteit en openheid. „Een Canadees definiëren we niet op basis van huidskleur of taal of godsdienst of achtergrond, maar op basis van waarden, aspiraties, wensen en dromen.”