‘Als samenleving zijn we vergeten wat delen is’

Via crowdfunding werd 12.000 euro opgehaald om te experimenteren met het basisinkomen. De Groninger Frans Kerver (54) werd uitgekozen om dit als eerste Nederlander uit te proberen. Wat doet dat met je – als je niet meer hoeft te werken voor je geld?

Foto's Kees van de Veen

Drie, twee, één... „Gas! Gas! Frans! Gassen!” Dikke vlokken modder vliegen in het rond. De achterkant van het bestelbusje glijdt vervaarlijk heen en weer, maar vooruit gaat het niet. De motor giert, gromt, en verzuipt weer. „Fuck.” Vermoeid leunen de duwers tegen de motorkap. Frans Kerver steekt zijn hoofd uit het autoraam, de sigaret die hij stevig tussen zijn tanden geklemd houdt, verzwaart zijn accent. „Jongens, dit wérkt toch niet.”

De blubber is te diep, het busje te zwaar – al die kerstbomen in de laadruimte. Schoenen lopen langzaam vol met ijskoud modderwater.

Kerver zucht. Hij draait de motor uit, de lichten doven. Stikdonker is het intussen, op deze verlaten Drentse bosweg. „Hoe komen we hier in godsnaam weg?”

Frans Kerver (54) is een sociaal-economisch experiment. Hij is de eerste Nederlander met een basisinkomen. Duizend euro per maand wordt er op zijn rekening gestort, zomaar, no strings attached. In juli ging dat in voor de duur van een jaar.

Het totaalbedrag, 12.000 euro dus, werd via crowdfunding opgehaald door Onsbasisinkomen.nl. Dat is een initiatief van de stichting MIES (Maatschappij voor Innovatie van Economie en Samenleving), die alternatieve manieren onderzoekt om onze maatschappij in te richten. Zij kozen de Groninger als proefpersoon. „Frans vervult een belangrijke sociale rol in Groningen, maar slaagt er niet in die waarde economisch te maken”, zegt voorzitter Joop Roebroek, socioloog. „Een ideale casus.”

Dit is Frans Kerver: grijze stoppelbaard, gouden ring in zijn oor, een permanente grijns en een niet te stoppen stroom aan sigaretten die hij verlekkerd naar zijn mond brengt.

Dit doet Frans Kerver: hij runt Tuin in de Stad, een agrarische vrijplaats in hart van Groningen. Hij geeft een rondleiding over het terrein, tussen de kassen om planten in te verbouwen, omgeharkte tuintjes en een uit hout opgetrokken clubhuis met een enorme keuken. Iedereen is welkom. Twee keer per week wordt een gratis maaltijd aangeboden aan wie maar wil. Zie het als een kruising tussen Intratuin en een kunstenaarscommune.

En dit doet Frans Kerver vandaag: kerstbomen halen, een provincie verderop, die je bij hem kunt ‘adopteren’. Biologisch. Hij heeft ze zelf geplant.

Wat gebeurt er met een mens als hij niet meer hoeft te werken om in zijn basisbehoeften te voorzien? „Rijd anders even mee”, zegt hij, „dan vertel ik je alles”.

Het is geen uitkering

Het idee achter het basisinkomen: het is expliciet géén uitkering. Arm of rijk, iedereen ontvangt hetzelfde bedrag. Je hoeft er niet bij te solliciteren, geen vrijwilligerswerk te doen, niets. Het zou een radicale hervorming van de verzorgingsstaat zijn, waar bijvoorbeeld historicus en schrijver Rutger Bregman al jaren om roept. Hij schreef er een boek over, Gratis geld voor iedereen. Een basisinkomen zou mensen productiever én gezonder maken.

Critici vrezen dat zo’n basisinkomen ervoor zorgt dat mensen lui worden, dat ze stoppen met werken. Want, nou ja, waarom zouden ze?

Frans Kerver gelooft niet dat de mens zo in elkaar zit. „Het basisinkomen gaat over vertrouwen”, zegt hij. „Thuis verzamelen we mensen om ons heen die we vertrouwen, dat is onze aard. Maar de maatschappij predikt wantrouwen. Het gaat om controle, we stellen voorwaarden, doe dit, want anders... Daarom vinden we dit zo’n gek idee, dat je gewoon iets krijgt.”

Een hoopvolle denkrichting, zegt Rutger Bregman. „Frans Kerver is natuurlijk een sympathiek experiment. Maar wetenschappelijk gezien zegt het weinig, met één proefpersoon. N=1. Je moet met het basisinkomen op veel massievere schaal experimenteren, en dan niet als burgerinitiatief, maar vanuit de overheid.”

Er zijn in Nederland ook grotere experimenten in voorbereiding. In zo’n twintig gemeenten worden plannen gemaakt voor proeven met een basisinkomen, in samenwerking met de universiteiten. Het gaat hier vooral om een verwaterde variant, bedoeld voor mensen die nu in de bijstand zitten.

Stichting MIES is ook nog niet klaar. Deze maand nog krijgt de volgende in de rij een basisinkomen en er moeten er snel meer volgen. Die andere ontvangers kunnen anoniem blijven. „Ze hadden één gezicht nodig, en dat ben ik geworden”, zegt Kerver. „Mister Basisinkomen.”

Theo, Indrik en Max

Kerstbomen halen dus. Het bestelbusje slingert over de Groningse wegen. Kerver moet nog flink doortrappen als hij voor het donker terug wil zijn. Rijden doet hij niet graag, daarvoor gaan zijn gedachten te veel alle kanten op. Maar ja, de bijrijders... Theo heeft een halve liter bier in zijn hand, van de Estse kok Indrik (21) is net het rijbewijs afgepakt en student Max (24) heeft er geen. Ze zijn een greep uit de bonte stoet die Kerver om zich heen verzamelt.

Boer Lambert Sijens staat Kerver op te wachten in Veenhuizen, op een modderig akkerveld vol jonge kerstboompjes. Met geweld krijgt Kerver zijn bestelbus vol, zeker veertig stuks bovenop elkaar gepropt.

Met praten stopt hij geen moment: „We hebben als samenleving een standaard ingericht, afgeleid van het ideaal. Daar moeten mensen aan voldoen, anders zijn er gevolgen.” Hij gooit er grommend nog een stel boompjes achteraan, zijn gezicht raakt besmeurd met aarde. „Dat geldt zelfs voor kerstbomen. Ze moeten allemaal recht en vol groeien, anders willen we ze niet.”

Op de terugweg begint Kerver steeds bevlogener te spreken. Zijn handen vliegen alle kanten op. Een basisinkomen, zegt hij, is het omarmen van diversiteit – juist omdat iedereen daardoor gelijk is.

En dan valt hij stil. „Uh. Waar zijn we?”

Verkeerde afslag. Geruisloos is de verharde weg overgegaan in een onverlicht bospad. Het busje schuift over de natte ondergrond. Prrrrt. En loopt dan vast.

Experimenteren in India

Dat het basisinkomen mensen lui zou maken? De Britse econoom Guy Standing, levenslang pleitbezorger, haalt graag een proef aan die werd gedaan in een arm dorp in India dat een tijdlang van ‘gratis geld’ werd voorzien. Wat bleek: mensen werden gezonder en, opvallender, gingen zich economisch meer ontwikkelen, niet ondanks, maar dankzij dat basisinkomen. Ze begonnen bedrijfjes, vonden sneller een betere baan. Het welvaartsniveau nam toe.

Standing moedigt organisaties van over de hele wereld aan om te beginnen met dit soort kleine ‘pilots’. Hij kwam begin dit jaar nog naar Groningen voor een lezing.

Frans Kerver is ook copywriter; van 1.000 euro per maand leef je niet. Maar tot 3.00 uur ’s nachts werken om daarnaast ook Tuin in de Stad draaiende te houden? Dat hoeft hij nu niet meer. „Dit is geen bedrijf, hè, winst wordt niet gemaakt. Subsidies krijgen we ook niet.” Maar ja, het is wel zijn roeping, zegt hij. Hij begon de stadstuin in 2009, samen met zijn vrouw. Door het basisinkomen heeft hij ineens alle tijd voor zijn grote liefde, en dat vindt hij bewijs dat het basisinkomen wérkt.

Hij wil maar zeggen: waar heeft de maatschappij nou meer aan? Frans Kerver die stukjes voor bedrijven tikt of Frans Kerver die een plek in stand houdt waar iedereen welkom is, welke positie ze ook hebben in de maatschappij?

„Ik heb nu inkomenszekerheid”, zegt Kerver. „Daardoor kan ik me concentreren op wat ik écht belangrijk vind. Theo hier leeft van 40 euro per week – hoe kan hij zich dan ooit uit zijn situatie verheffen?” Twee keer per week eet Theo bij Tuin in de Stad. Waarom hij elk uur even wegglipt van het terrein? Hij is verslaafd, en gebruiken mag niet bij Tuin in de Stad. Dan maar snel even thuis. „Dankzij Frans kom ik een beetje de deur uit.”

De sfeer rond het busje wordt intussen steeds gespannener. We staan al zeker drie kwartier vast. Hoe krijgen we tractie? Een kerstboom gebruiken? „Nee!”

Met takken uit het bos weet Indrik de banden ondergrond te geven. Max graaft met zijn handen modder voor de banden weg. Nog een keer duwen dan. En nog een keer. En nog een keer. Nog eens.

Vroem. „Ja! Daar gaan we! Daar gaan we! Iedereen erin.” De bus staat al gauw blauw van de overwinningssigaretten. Grijnzend leunt Kerver achterover: „Vertellen jullie niets aan mijn vrouw?”

Onderweg oefent hij het verhaal dat hij wil houden voor de Groningse gemeenteraad. Die komt over een paar uur bijeen om te beslissen over het lot van Tuin in de Stad. Met name de VVD wil de boel zo snel mogelijk opgedoekt zien, dan kunnen er appartementen op het terrein komen.

Kerver mag zijn stadstuin nog een keer verdedigen. Hij wil het hebben over naastenliefde. Over delen. Vertrouwen. Over hoe Frans Kerver de maatschappij voor zich ziet. Daarom neemt hij een klein kerstboompje mee. „Participatie is nu vooral bonzai: klein houden. Geef burgers ruimte en vertrouwen, dan groeit zo’n boom sneller en beter.”

Is hij hoopvol?

„Eigenlijk niet. Maar ik moet iets.”

Dan draait hij, eindelijk, het met modder besmeurde busje de stadstuin op. In de kou laadt hij de bomen uit. Het vormt een bijzonder gezicht: een parkeerplaats bezaaid met tientallen kerstboompjes, geroezemoes op de achtergrond, in het clubhuis in de verte brand licht. De stadstuin is volgelopen in Kervers afwezigheid.

In het clubhuis zit zeker zestig man te eten. Studenten, verslaafden, werklozen, yuppen, hippies, bejaarden – op de grond, op banken, iedereen door elkaar. Ze eten gratis eten, gekookt door vrijwilligers met elders weggegooide etenswaren.„Een soort kerstmaal”, zegt iemand met volle mond. Kerver grijnst.

Maar noem het géén liefdadigheid. „Liefdadigheid draait om het geweten van de gever”, zegt Kerver. Wat dit dan wel is? „Dit is délen. Dat moeten wij weer leren als samenleving, dat zijn we vergeten. Dát is het basisinkomen.”

Die avond nog krijgt hij slecht nieuws. De stadstuin moet wijken. Maar Frans Kerver zou Frans Kerver niet zijn als hij zich daardoor zou laten kisten. „Uithuilen en opnieuw beginnen.”