7 weetjes ter bestrijding van paniek in het asieldebat

De meeste asielzoekers zijn juist op de vlucht voor jihadisten. Plus nog zes eenvoudige weetjes die Leo Lucassen verzamelde, om de angst weg te nemen bij burgers die hun oren laten hangen naar populistische stemmingmakerij.

Foto ANP

Nederland ontvangt dit jaar waarschijnlijk zo’n 60.000 asielzoekers, waarmee het record uit 1994 (52.575) is gebroken. Althans als we de een miljoen Belgen uit 1914 niet meetellen. Die verdubbeling van de aantallen in 2015 heeft tot een gepolariseerd debat geleid. Niet alleen de oproep tot „verzet” van PVV-leider Geert Wilders gooide olie op het vuur, maar ook allerlei apocalyptische uitspraken van andere politici, zoals VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra die meent dat vluchtelingen onze welvaart bedreigen. Aan de andere kant van het politieke spectrum verklaarde Jan Marijnissen op 21 november in deze krant dat Syriërs helemaal geen vluchtelingen zijn, maar geprivilegieerde gelukszoekers. Hoe het nu werkelijk zit, daar moeten bezorgd geworden burgers maar naar raden.

Met name onze minister-president schitterde door afwezigheid en liet zijn staatssecretaris Klaas Dijkhoff de kastanjes uit het vuur halen. Door de stilte in het Torentje konden allerlei spookbeelden zich snel verspreiden. Maar het is nog niet te laat.

Mark Rutte, doe hier iets mee:

1. Het zijn er toch nog nooit zoveel geweest?

Onwaar. In de jaren negentig arriveerden jaarlijks gemiddeld 35.000 asielzoekers, tegen 27.000 gemiddeld in de afgelopen vijf jaar. Willen we het laatste decennium van de twintigste eeuw evenaren, dan zouden er de komende vijf jaar jaarlijks gemiddeld 43.000 asielzoekers de Nederlandse grens moeten overschrijden. Bovendien is vast te stellen dat de 2,7 miljoen asielzoekers die de afgelopen vijf jaar de grenzen van de EU-28 overschreden slechts een half procent van de Europese bevolking uitmaken.

2. In de jaren ’90 ging het toch niet om moslims?

Met de gruwelen uit het voormalig Joegoslavië en Srebrenica nog op het netvlies, is dat een begrijpelijk beeld. Maar als je de CBS-cijfers erbij pakt, dan blijkt in de jaren negentig slechts één op de vier asielzoekers uit de Balkan te komen. Ook toen al waren het Midden-Oosten (Iran, Irak en Afghanistan) en de Hoorn van Afrika (Somalië) de belangrijkste ‘leveranciers’. Bovendien vormen voor de EU als geheel vluchtelingen uit Europa zelf (met name uit de Balkan) nog steeds een kwart van het totaal.

3. Bedreigen moslims onze centrale waarden?

Met de beelden van IS en Boko Haram op het netvlies is dit een voorstelbare gedachte. Maar de meeste asielzoekers uit het Midden-Oosten en Afrika ontvluchtten juist het gewelddadige islamisme. En uit onderzoek uit 2011 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar de integratie van Iraniërs, Irakezen, Afghanen en Somaliërs uit de jaren negentig, blijkt dat deze zich in hoge mate met Nederland identificeren en juist erg te spreken zijn over onze democratie en ons rechtstelsel. Ook hebben de eerste drie groepen relatief veel autochtone vrienden en kennissen en speelt godsdienst geen dominante rol in hun leven. En de huidige vluchtelingen uit Syrië lijken in veel opzichten sterk op hun voorgangers van twintig jaar geleden.

4. Is dit nog maar het begin van een ‘tsunami’?

Regelmatig waarschuwen journalisten en opiniemakers, en ook sommige wetenschappers (zoals de Engelse ontwikkelingseconoom Paul Collier in zijn recente boek Exodus) voor een enorme migratie uit het Midden-Oosten en Afrika naar de vleespotten van Europa. Zij wijzen dan op de bevolkingsexplosie die in die delen van de wereld gaande is, met als gevolg een zeer jonge bevolking met nauwelijks toekomstperspectief.

Op zichzelf een voorstelbare vrees, maar alleen wordt die niet gestaafd door de feiten. De bulk van de asielzoekers komt namelijk uit evidente conflicthaarden, zoals Syrië, Afghanistan en Eritrea, en niet uit Egypte, Libië of Sub-Sahara-Afrika. Dat is ook niet zo vreemd wanneer we bedenken dat met name arbeidsmigranten rationele afwegingen maken en afhankelijk zijn van geld en netwerken. Migranten zijn mensen en geen lemmingen. Voor zover mensen primair komen om geld te verdienen, doen ze dat omdat er in bepaalde sectoren vraag is naar arbeid en die informatie zijn weg naar andere delen van de wereld vindt.

5. Vormen azc’s een bedreiging voor omwonenden?

Dit is een veelgehoorde angst, die ook in de jaren zeventig (Surinamers) en negentig bestond. In de praktijk blijkt ook nu weer dat mensen veel minder overlast ervaren dan werd gevreesd. Ook de met name door de PVV voorspelde verkrachtingen blijven uit.

6. Vergroten asielzoekers de kans op terreur?

Zeker sinds de gruwelijke aanslagen in Parijs is de verleiding groot om vluchtelingen uit het Midden-Oosten met terrorisme te verbinden. Hoewel die zich uiteraard gemakkelijk schuil kunnen houden onder de honderdduizenden asielzoekers, moeten we vooralsnog constateren dat de terroristen doorgaans ‘home grown’ zijn en dat er nauwelijks aanwijzingen zijn dat IS de vluchtelingenstroom gebruikt om hier aanslagen te plegen. Het verbinden van asielzoekers met terrorisme is met name in het belang van terreurorganisaties zoals IS, wie er alles aan gelegen is om hun strijd als een ‘clash of civilizations’ voor te stellen. Een wereldbeeld dat opvallend genoeg nauwelijks afwijkt van dat van islamofobische populistische partijen, zoals de PVV en het Front National. Verreweg de meeste asielzoekers zijn intussen juist op de vlucht voor extremistisch jihadistisch geweld.

7. Er zijn toch helemaal geen huizen en banen voor die vluchtelingen?

Op de korte termijn klopt dat. Door het beleid om het aantal sociale huurwoningen in te krimpen kampt het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) met grote tekorten. De oplossing, ook voor autochtone Nederlanders, is eenvoudig: bouw meer sociale huurwoningen. Wat de arbeidsmarkt betreft, ligt het probleem ingewikkelder. Asielzoekers moeten eerst de taal leren, vaak bijgeschoold worden en ontberen vaak netwerken om aan een baan te komen. Bovendien steekt Nederland ongunstig af bij de buurlanden door nodeloos ingewikkelde bureaucratische regels, bijvoorbeeld om werk en een uitkering te combineren. Ook is de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt (130.000 vacatures) minder groot dan bijvoorbeeld in Duitsland. Vluchtelingen zijn echter geen ‘business model’ en komen niet altijd op een economisch gunstig moment. Het is dus zaak hen zo snel mogelijk te integreren, met name op de arbeidsmarkt. En dus niet de fouten uit de jaren negentig te herhalen toen deze integratie veel te lang op zich liet wachten.

Dit zijn de zeven eenvoudige boodschappen die Mark Rutte namens de regering zou moeten uitdragen. Het zal de verstokte tegenstanders niet overtuigen, maar wel veel angst en onzekerheid wegnemen bij de groep Nederlanders die voor hun informatie grotendeels afhankelijk zijn van eenzijdige of onjuiste berichtgeving en populistische stemmingmakerij.

Leo Lucassen is directeur onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar aan de Universiteit van Leiden.