Zwemmen voor je leven

Rafael Martínez en María Pallol overleefden maar net een schipbreuk in Indonesië. Daarna wilden ze alle twee hetzelfde: een kind.
Rafael Martínez,María Pallol en dochterMalena, thuis in Pozuelo even buiten Madrid. Foto James Rajotte

Volledig uitgeput op het strand van het vulkaaneilandje Pulau Sangeang kijken Rafael Martínez (32) en María Pallol (34) elkaar na een gevecht van acht uur tegen de ondergang in de ogen en weten één ding zeker: ze willen hun leven doorgeven. Nog geen jaar later wordt in Madrid op 9 juli 2015 Malena geboren. „Ze symboliseert alles voor ons”, zegt de trotse vader Rafael. „Malena is een geschenk nadat we een gevecht tegen de dood hebben gewonnen. Het is misschien vreemd om te zeggen, maar de bootramp in Indonesië heeft ons eigenlijk alleen maar goede dingen gebracht. We weten als geen ander dat het leven zomaar voorbij kan zijn. Samen met onze dochter willen we van ieder moment genieten.”

Rafael en María zijn voor hun gevoel 16 augustus 2014 aan hun tweede leven begonnen. Op die dag zetten ze een streep onder de tijd dat ze als vriend en vriendin vrijwel bij de dag leefden. Zonder een helder toekomstperspectief genoten ze daarvoor als vrijbuiters van hun bestaan. Rafael als verslaggever van persbureau EFE en María als revalidatietherapeut. „Aan kinderen dachten we helemaal niet. Daar waren we niet mee bezig. Op ieder vrij moment trokken we samen de natuur in om bergen te beklimmen of te duiken in zee. Tijdens een trip naar Maleisië wezen veel Nederlanders ons op Indonesië, dat zou het summum zijn. Een waar paradijs voor klimmers en duikers”, zegt Rafael, die het woord namens beiden voert. María houdt zich liever met Malena en de Franse buldog Tam Tam op de achtergrond in hun appartement even buiten Madrid.

Koraalrif

Het kost Rafael geen moeite terug te gaan naar 14 augustus 2014, toen hij samen met María, achttien andere toeristen, vier bemanningsleden en een gids in Lombok aan boord stapte van de Versace Amara voor een zeiltocht van vier dagen. Op de eerste dag vaart de gammele toeristenboot tegen een koraalrif, maar er lijkt niets aan de hand. Rafael: „Achteraf bezien hadden we ons misschien toen al moeten bedenken. Schippers die hun vak kennen gebeurt zoiets niet. Die weten waar de gevaren zitten.” Maar goed, de boot voer door. „De volgende dag sloeg het weer om. De golven werden hoger en hoger. Maar van paniek was geen sprake. Ik ben zonder zorgen gaan slapen.”

Het is María die Rafael midden in de nacht wakker schudt. De boot vaart op de volle oceaan ergens tussen Lombok en Komodo. „De angst die ik toen in de ogen van María zag, zal ik nooit vergeten. Zo kende ik haar totaal niet. Het was mis. Er was door de botsing met het koraal toch een gat in de boot geslagen. We maakten water. Ik ben direct naar beneden gegaan om te praten met de bemanning. Die wisten zich geen raad met de situatie. Er was geen apparatuur om alarm te slaan. Al snel werd duidelijk dat er geen redden aan was. De boot ging langzaam ten onder. Er was een reddingsbootje waar hooguit zes mensen in konden. Anderen moesten zich in reddingsvesten vastklampen aan een deel van de boot dat nog boven water uitstak. Zo hebben we talloze uren doorgebracht. We probeerden van alles. Alleen de bemanning deed niets. Die werkte eerder tegen. Ik werd op een gegeven moment zo kwaad dat ik één van hen een klap heb gegeven.”

Naarmate de tijd verstrijkt loopt de spanning midden in de oceaan steeds verder op. Als er in het ochtendgloren aan de horizon een eilandje opdoemt raakt de groep toeristen – onder wie ook vijf Nederlanders – verdeeld. Sommigen willen gaan zwemmen, maar anderen zien daar niets in. „Er was een stewardess van KLM bij. Van haar had ik een duikbril gekregen. Toen ik die opzette om de situatie van onder water te bekijken zag ik opeens hoe al onze rugzakken los kwamen en langzaam uit het zicht de diepe donkere zee in verdwenen. Een surrealistisch beeld. Het was net alsof ik naar de Titanic zat te kijken. Toen was voor mij duidelijk dat alles zou vergaan. Eén ding stond vast. Ik wilde niet doodgaan door de schuld van die bemanning. We moesten zelf initiatief nemen.”

Landgenoten

Als Rafael en María opeens zien dat twee andere groepjes al in de verte richting het eiland zwemmen, is hun keuze snel gemaakt. Ze kiezen voor een risicovolle tocht, maar niet voordat ze hun landgenoten Jorge de Miguel en Víctor García hebben gevraagd mee te gaan. „Als Spanjaarden blijk je toch meer met elkaar gemeen te hebben dan je denkt. In die dagen ervoor hadden we tot diep in de nacht bier gedronken met elkaar en gesproken over onze reis. Het bleek dat we precies dezelfde dingen hadden gedaan. Maar nu stonden we voor een cruciale beslissing. Gaan we zwemmen? Ze waren misschien wel het fitst van de hele groep, maar ze durfden het niet aan. Ze kozen ervoor bij de boot te blijven. We namen afscheid. Ik zal de gezichten van Jorge en Víctor nooit vergeten. Die staan op mijn netvlies gebrand.”

Dan begint de zwaarste beproeving uit het leven van Rafael en María. In het verleden zijn ze als klimmers en duikers altijd voorbereid geweest op gevaarlijke situaties, maar dit is anders. Dit is een gevecht om te overleven. „We hadden alleen elkaar nog”, legt Rafael uit. „We probeerden zo dicht mogelijk bij elkaar te blijven zwemmen. Maar door de hoge golven en de vele kwallen waar we langs moesten laveren, ging dat bijna niet. We bleven constant naar elkaar roepen om het contact niet te verliezen. Op een gegeven moment raakten we elkaar toch kwijt. De stroming had ons uiteen gedreven. Dat was het moeilijkste kwartier van mijn leven. Ik koesterde op dat moment zulke diepe gevoelens voor María. Het was heel intens. Ik wilde haar niet kwijt. Boven alles voelde ik me verantwoordelijk voor María. Ik was bereid mijn leven te geven.”

De opluchting is enorm als Rafael zijn María even later weer ziet zwemmen. „Ik zag zo’n sterke vrouw. Zo had ik María nog nooit gezien. Geen moment was ze in paniek. En ik was zelf ook heel kalm. Het leek wel alsof ik over het water vloog. Ik voelde geen pijn, geen kou en geen vermoeidheid. Pure adrenaline. Steeds maar weer pepten we elkaar op. We gaven elkaar een kus en vochten weer door. Er mocht geen plaats zijn voor negatieve gedachten. Op dat moment bleek dat wij lichamelijk tot veel meer in staat waren dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Dit was vooral een mentaal gevecht tegen een zeer onvoorspelbare vijand als de zee.”

Het is alweer donker als er uit het niets twee lampjes boven de deinende zee verschijnen. Een bootje. Uit alle macht schreeuwen Rafael en María om hulp. De lichtjes komen dichterbij. „Het waren drie Indonesische vissers. Die wisten niet wat ze zagen. Ze hadden nooit mensen verwacht. Het eilandje was vlakbij, maar door de sterke stroming konden we het strand niet bereiken. Na acht uur zwemmen was de hel voorbij. De vissers trokken ons en drie anderen toeristen, die even verderop in zee lagen, aan boord. Ze beseften opeens dat ze het leven van vijf mensen aan het redden waren. Ze trokken al hun droge kleren uit en gaven die aan ons. Een heel emotioneel moment. Tien minuten later ploften we uitgewoond neer op het zand van een vulkaaneilandje. ‘Nu geloof ik in God’, was het eerste wat María zei. We keken elkaar aan en dachten allebei hetzelfde: ‘We nemen een kind’.”

Sterrenhemel

De opvarenden slapen die nacht tegen elkaar aan op het strand onder een stralende sterrenhemel van het onbewoonde vulkaaneilandje Pulau Sangeang. De volgende dag worden de toeristen door de vissers in hun bootje naar een groter eiland gebracht. Daar is een nederzetting. „Die mensen hadden geen idee waar wij vandaan kwamen. Ze hadden daar nog nooit blanken gezien. De gastvrijheid was enorm. Het weinige eten en drinken dat voorhanden was ging naar ons. Wij zijn die mensen zo dankbaar. Toen ze begrepen wat er aan de hand was sloegen ze alarm. Kort daarna ging het nieuws over de gezonken Indonesische boot met twintig toeristen de hele wereld over. Een grote zoekactie werd op touw gezet.”

Al snel blijkt dat dertien andere toeristen, de bemanning en de gids nog in leven zijn. Ze zijn opgepikt door verschillende andere boten. Maar van de Spanjaarden Jorge en Víctor is niets meer vernomen. Vermist. Tot op de dag vandaag. „Er is nooit een afscheidsdienst voor ze geweest. Sommige van hun familieleden blijven hoop houden dat ze nog in leven zijn. Daar gaan María en ik niet vanuit. De stoelen van Jorge en Víctor blijven weer leeg deze Kerst, terwijl wij er juist een nieuw leven bij heben. Dat contrast is enorm. Als er een God is die ons heeft gered, dan heeft diezelfde God Jorge en Víctor weggenomen. Dat is heel moeilijk te begrijpen. Op 16 augustus hebben we aan de Spaanse kust bij Benicasim een hommage aan hen gebracht. María en ik zijn allebei driehonderd meter de zee in gegaan en hebben al zwemmend aan hen gedacht. Dat willen we ieder jaar doen.”

Rafael en Mariá staan sinds de bootramp anders in het leven. „Het voelt alsof we een tweede kans hebben gekregen en die willen we pakken. Iedere dag. Er is geen tijd te verliezen. Nog steeds trekken we de natuur in. De zee is geen vijand voor ons geworden. María en ik hebben alweer gedoken in zee bij het Italiaanse Napels. Dat voelde goed. Het ongeluk heeft ons geen trauma bezorgd.”

In het begin konden ze het maar niet eens worden over een naam voor hun dochter. „Pas toen de verpleegster ons kind al in haar handen had en vroeg hoe ze heette namen we een besluit. ‘Malena’, zeiden we vrijwel tegelijk. Met haar geboorte is het alsof de cirkel rond is. Ik kan me niet voorstellen dat de band tussen María en mij breekt. Als ze groot genoeg is zullen we met Malena teruggaan naar Indonesië. Naar het strand van Pulau Sangeang. Daar komt ze vandaan.”