Column

Zij zong tot de Heer

Vlak voor Kerst werd de klassiekemuziekwereld opgeschrikt door een drietal klassiekemuziekdoden. Donderdag overleed de Belgische componist Luc Brewaeys, 56 pas, aan de gevolgen van kanker. Brewaeys was een klankkunstenaar die er steeds in slaagde ‘nieuwe’ kleuren uit het orkest naar boven te halen, al moesten de klarinetten ervoor tegen paukenvellen blazen.

Meer aandacht was er voor de dood van Kurt Masur (88), de boomlange dirigent die in 1989 een beslissende rol speelde in de Wende in Oost-Duitsland. Als internationaal geroemd dirigent had hij een status aparte in de DDR, waar hij niet tot de Trabant veroordeeld was, maar een Mercedes reed. In Leipzig had hij het Gewandhausorchester onder zijn hoede, en toen in die stad werd geprotesteerd voor democratie, kon hij zich de rol van bemiddelaar permitteren. Hij organiseerde ontmoetingen in het Gewandhaus (de concertzaal) tussen de protesterende burgers en de officieren die de opstand neer wilden slaan. Masur riep op geen geweld te gebruiken. Het leverde hem de eervolle bijnaam ‘Dirigent der Wende’ op. Het is zo’n mooi verhaal dat je bijna zou vergeten dat hij ook een meester was in het kneden van orkesten.

Maar het was een andere dode die, in Nederland dan, de meeste herinneringen zal hebben opgeroepen. De alt Aafje Heynis overleed vorige week woensdag. Ze werd 91 jaar.

Aafje Heynis was een van de meest geliefde Nederlandse zangeressen van de vorige eeuw, toch was ze wel de laatste van wie ik verwachtte dat ze nog eens trending op Twitter zou worden. Lang zag ik Heynis als een zangeres voor de generatie van mijn grootvader – ouderwets. Ze was diepgelovig en de zang was nu eenmaal haar roeping: ze had haar stem „niet gekregen voor huis-, tuin- en keukengebruik”, zei ze in een interview met Vrij Nederland. Dat ze veel christelijk repertoire zong, droeg bij aan haar vrome imago – het maakte haar extra geliefd bij het protestantse volksdeel. Later werd ze overigens katholiek.

Ik heb haar nooit live horen zingen: ze beëindigde haar carrière abrupt in 1983. Als ik vroeger een van haar opnames langs hoorde komen op Radio 4, deed ik het als gedateerd af, maar de laatste jaren groeide mijn bewondering. Toen vrijdag het nieuws bekend werd, draaide ik haar grootste hit, het waarschijnlijk ten onrechte aan Händel toegeschreven ‘Dank sei dir, Herr’. Ik werd gegrepen door de puurheid van haar interpretatie en de warmte van haar stem. Ja, het is wat stoffig, niemand die het nu nog zo zou doen, maar juist dat is zo verfrissend. Haar zang is zo karaktervol. En het allerbelangrijkste: ze is geloofwaardig.

NRC-criticus Kasper Jansen zei ooit over Aafje Heynis: ze zingt tot de Heer en wij mogen meeluisteren. Laten we dat blijven doen.