Column

Vreemd

Als je goed bent in het maken van een vreemde eerste indruk, moet je eigenlijk niet naar kerstborrels gaan. Maar als je tegelijkertijd slecht bent in nee zeggen, heb je geen keuze. Zo belandde ik afgelopen vrijdag zowel ongewild als met eigen instemming op de borrel van mijn uitgever. Bij binnenkomst was ik bloednerveus, want uit ervaring weet ik dat de meeste mensen me binnen vijf minuten vreemd vinden. Pas na anderhalf jaar vinden ze niet meer dat ik raar, maar mezelf ben.

De eerste paar minuten met een onbekende kom ik nog enigszins normaal over. Dan bevind je je nog in het korset van de gespreksetiquette: aangenaam kennis te maken, wat voor werk doe je, dat is de grootste kerststol die ik ooit heb gezien. Na een minuut of vier begint de vrije ruimte. Terwijl de gesprekspartner conversationeel gaat freestylen over zijn hypotheek, neemt mijn nervositeit toe. Ik voel me zo slecht op mijn gemak bij vreemden, dat ik uit het niets opeens heel rare uitspraken kan doen.

Zo vertelde een onbekende me eens dat zijn vrouw van hem wilde scheiden. Ik vroeg of hij al een Tinderaccount had (dat was echt oprechte belangstelling). Hij keek geschokt. Om mijn onhandigheid te maskeren, probeerde ik vervolgens grappen te maken, maar de ellende is dat mijn gevoel voor timing nog slechter is dan mijn gevoel voor humor, waardoor ik de ander om de paar woorden onderbreek om een grap te maken die alleen ik leuk vind.

Op zo’n borrel probeer ik mezelf meestal binnen vijf minuten uit een gesprek te verwijderen (zo van: excuseer ik ben mijn fret kwijt), zodat ik even op krachten kan komen om het nog een half uurtje vol te houden en dan naar huis kan (want nog eerder een borrel verlaten is al helemaal raar).

Afgelopen vrijdag sloot ik mezelf na een kwartier al op in het toilet. Ik belde een vriend die de ene na de andere sociale gelegenheid cum laude aflegt. „Hoe doe jij dat, normaal zijn op borrels?” vroeg ik. Hij lachte. „Borrels zijn er juist om heel raar te doen. Zodat alles wat je de rest van het jaar flikt, weer meevalt. Ik heb na twee uur kerstborrel alleen nog een stropdas en onderbroek aan en weet dat ik daardoor de rest van het jaar door de zaak op handen word gedragen.”

Zo had ik het nog niet bekeken. Terug in de feestruimte was een aantal schrijvers aan het overgeven in de plantenbakken. Wat attent van hen, dacht ik. Ik voelde me meteen minder vreemd. Eindelijk niet meer mezelf. Het voelde verdomd goed.