Twee vrouwen van 26 en 28. 'Je bent nog zo jong' - wat als we écht geen kinderen willen?

Kinderen niet zo leuk vinden, baby’s een beetje vies en zeggen dat het je heerlijk lijkt om je vrijheid te houden – het zijn geen populaire standpunten. Maar Anna Vossers en Anouk van Kampen denken écht niet dat ze kinderen willen.

2004: ouders poseerden bij paleis Het Loo in Apeldoorn met hun baby die net als prinses Amalia op 7 december 2003 geboren zijn. Foto ANP / Vincent Jannink

‘Hoe oud ben je? Oh, dan komt het nog wel.” Wij zijn 26 en 28. En we weten niet of we later kinderen willen. Maar onze omgeving weet het zeker: die kinderwens komt er. Als we dan toch voorzichtig onze twijfels uitspreken, zijn de reacties meestal aardig: een meewarige blik, nog net geen aai over de bol. En: „Je bent nog zo jong”. Een collega, vijftiger met twee kinderen, plaagt: als op hun carrière gerichte mensen zoals jullie allemaal geen kinderen nemen en lageropgeleiden wel, in wat voor samenleving laten jullie ons over vijftig jaar dan leven? En wie gaat je verzorgen als je oud bent?

Op een verjaardagsborrel een kleine week later vertelt een vriend, wallen onder zijn ogen, een half uur over zijn zo gemiste vrijheid sinds hij kinderen heeft. Hij vraagt zich af of hij wel de goede beslissing heeft genomen. En hij bevestigt dat hij ongelukkiger is geworden sinds hij vader is. Een ander begint over zijn zoontje, dat elke keer krijsend in het gangpad van de supermarkt gaat liggen. Hij moet trouwens zo weg, de kinderen ophalen van de crèche.

Dáárom weten wij dus niet of wij ooit een kind willen, zeggen we. De twee wuiven onze bezwaren weg. „Wacht maar.”

Om ons heen zien we collega’s en vrienden als vanzelfsprekend stappen nemen. Met bewonderenswaardige planningsdrift kiezen ze een partner, wonen ze eerst samen in een huurhuis, dan in een koophuis. Dat koophuis heeft een of twee kamers extra, het vaste contract met vast salaris is binnen en dan is het wachten op het moment dat zij ineens geen biertje meer drinkt.

Kinderen niet zo leuk vinden, baby’s een beetje vies en zeggen dat het ons heerlijk lijkt om onze vrijheid te houden – het zijn niet echt populaire standpunten. Dus zeggen we meestal niks, als een conversatie over dat je net bent gaan samenwonen weer eindigt met een verwachtingsvolle blik, als een bezoek aan het nieuwe huis weer gepaard gaat met de onvermijdelijke grap over de kinderkamer.

Bijval voor onze twijfels krijgen we zelden. Terwijl we niet alleen zijn. Er worden minder kinderen geboren: in 2000 204.000, dertien jaar later nog maar bijna 169.000, een laagterecord. Dertig jaar geleden kregen zeven op de tien vrouwen voor hun dertigste een kind, nu is dat nog maar een derde. Niet alleen zijn gezinnen kleiner geworden, steeds meer vrouwen blijven – gekozen of niet – kinderloos, blijkt uit tellingen van het CBS. Zeker hoogopgeleide vrouwen, zoals onze collega fijntjes benadrukte, maken vaak de keuze voor geen kinderen.

Waar wij als twijfelaars door onze vrienden nog lief worden aangepakt, gaat het niet iedereen zo makkelijk af. Een vrouw die vorige maand met de BBC sprak over haar beslissing geen kinderen te hebben en over haar wens gesteriliseerd te worden – wat overigens niet lukt – besloot een dag later haar Twitter te blokkeren.

Het begon met tweets over dat ze wel van mening zou veranderen, maar ging al snel over in „egoïstisch”, „je hebt psychologische hulp nodig”, „het is maar goed dat jij je nog niet hebt voortgeplant” en een minder beleefde versie van „ik zou geen seks met je willen hebben”. En dat alles werd ook nog eens vergezeld door beledigingen over haar moeder.

Psychoanalist en schrijver Jeanne Safer verwoordt het mooi in Shallow, Selfish and Self-Absorbed, een essaybundel over het niet-hebben van kinderen. Na vijf jaar wikken en wegen concludeerde zij (nu 67) als dertiger: „I don’t really want to have a baby, I want to want to have a baby.” Ze wilde zich hetzelfde als alle anderen voelen, maar moest accepteren dat dat niet zo was. Wil je kinderen, dan ben je normaal. Wil je ze niet, of weet je het nog niet, dan niet. En draait het er meestal op uit dat je je voor je keuze moet verdedigen. Of dat je op z’n minst als jong en onervaren wordt gezien.

Toegegeven, we kunnen de keuze nog uitstellen. We kunnen kijken hoe ons leven loopt, of de eierstokken gaan rammelen, of kinderen een uitvlucht worden uit een stagnerende carrière of sleur. Of vrijheden (avonden lang lezen, intercontinentale vliegreizen, stilte, een opgeruimd huis) saai worden.

Maar liever zouden we van onze toekomstige ik horen of dat zo is. Of we, als het niet meer kan, spijt krijgen. Of we in ons zestigste levensjaar nog steeds gelukkig Kerst zonder kinderen op een tropisch eiland vieren of ons dan eenzaam voelen. Want dat is het grootste struikelblok: straks krijgen we spijt, maar is het te laat. Juist deze jaren, waarin we volgens sommigen vanzelfsprekend gaan concluderen dat kinderen écht leuk zijn, gaan bepalend zijn.

Helaas, een advies van onze 38-jarige, 46-jarige of 88-jarige zelf zit er helaas niet in. En erop vertrouwen „dat het nog wel komt” en dat we er „zoveel voor terug krijgen”, zonder te weten wanneer en waarom – dáár nemen we geen genoegen mee. Laat degenen met kinderen zich eens verdedigen en beargumenteren: waarom moeten wij een kind willen? Wat krijgen we ervoor terug? En laten alle eind-dertigers, veertigers en iedereen daarboven die kinderloos zijn gebleven ons vertellen: hoe weet je of het de goede beslissing is? Wat heb jij dat volwassenen met kinderen niet hebben? Wat geeft het kinderloze bestaan je terug? En wat mis je van het ouderschap?

Special #geenkind
Christiaan Weijts: beslissing tot voortplanting is ongrijpbaar, vooral voor mannen

Hoofdcommentaar: 1,7 kinderen per vrouw is te weinig

Een vrouw van 38. Misschien nog wel, of toch niet meer

Een vrouw van 47. Ik weet niet wat ik mis, dus mis ik niks

Een man van 34. Steriliseren toch?

Een vrouw van 63. Af en toe vind ik het ergens wel jammer