Russische bommen op burgers Syrië

Rusland schetst het beeld van ‘schone’ luchtaanvallen op Syrische rebellen. Maar daarbij vallen vermoedelijk honderden burgerdoden.

Bij een bombardement op Idlib vielen zondag veel burgerdoden. Volgens Amnesty werd het uitgevoerd door de Russen. Foto Omar Haj Kadhour/AFP

Je kunt het rustig aan staatszender Russia Today overlaten: een flitsende reportage vanaf de Syrische vliegbasis Hmeimin. De verslaggever doet zijn stand-up in de schaduw van een enorme Su-34, Ruslands modernste jachtbommenwerper. Hij besteedt veel aandacht aan de lasergeleide bommen aan de vleugels – precisiewapens die hun doel met grote nauwkeurigheid kunnen treffen. „Rusland heeft duidelijk gemaakt dat het er alles aan zal doen om burgerslachtoffers te voorkomen”, zegt de reporter in de voice-over. „Dit wordt een snelle, schone en klinische operatie.”

Maar oorlog is niet schoon en klinisch. Op 30 september – de eerste dag van het Russische luchtoffensief – hoort een inwoner van de Syrische stad Talbiseh het gedonder van straaljagers. Een paar minuten later slaan er bommen in op woonhuizen „met een geweldige ontploffing zoals ik nog nooit had gezien”. Meerdere huizen worden met de grond gelijkgemaakt, zeventien burgers komen om, zegt de getuige. „Overal zag ik de lichamen liggen. Er waren geen bases of strijders in de stad.”

Deze week publiceerde zowel Amnesty International als Human Rights Watch rapporten over de gevolgen van het Russische luchtoffensief in Syrië. De mensenrechtenorganisaties schetsen een schokkend beeld. Volgens Amnesty zijn er honderden – de hoogste schatting is 635 – burgers omgekomen.

Mogelijk oorlogsmisdaden

Uit onderzoek van Amnesty blijkt dat Russische toestellen hun bommen hebben laten vallen op dichtbevolkte woonwijken – zoals in Talbiseh. „Dit doet vermoeden dat de aanvallen doelbewust zijn gericht op burgers of burgerdoelen”, zo schrijft Amnesty, „of dat nagelaten is om voorzorgsmaatregelen te nemen om letsel en schade voor burgers te voorkomen of te beperken. Dit levert een schending van het humanitair oorlogsrecht op, en in sommige gevallen misschien een oorlogsmisdaad.”

Moskou heeft tot nu toe ontkend dat er burgerslachtoffers zijn gevallen bij de luchtaanvallen. De dag na de aanval op Talbiseh liet een woordvoerder van het Russische ministerie van Defensie weten dat „wapensystemen van Russische vliegtuigen niet zijn ingezet tegen of nabij civiele infrastructuur”. Maria Zacharova, de woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft de berichten over burgerslachtoffers tot nu toe afgedaan als een „informatieoorlog” tegen Rusland.

Maar de Russische claim van een ‘schone’ luchtoorlog is niet geloofwaardig. Collateral damage – het militaire eufemisme voor burgerslachtoffers – is nu eenmaal niet te voorkomen. Ook de VS en hun bondgenoten (waaronder Nederland) doden burgers bij hun luchtaanvallen in Irak en Syrië. Airwars.org, een onderzoeksproject van voormalig BBC-producer Chris Woods, schat dat de internationale coalitie tot augustus 2015 honderden onschuldige burgers het leven had gekost. In de periode die daaraan vooraf ging voerde de coalitie ruim drieduizend missies uit.

Het ‘operationele tempo’ van de Russen ligt waarschijnlijk hoger. Alleen al tussen 26 november en 4 december, een periode van nog geen twee weken, vlogen Russische gevechtsvliegtuigen 431 sorties, zo blijkt uit een bekendmaking van het Russische ministerie van Defensie. En daarbij worden niet alleen precisiewapens, maar ook ongeleide bommen ingezet. Ondanks enorme defensie-investeringen heeft Rusland nog een achterstand op dit gebied. „Ze gebruiken nog steeds domme bommen zonder te letten op burgers”, zei een anonieme Amerikaanse militair tegen The Wall Street Journal.

Dat Moskou zich niet al te druk maakt om burgerslachtoffers blijkt ook uit het feit dat er bewijs is voor het gebruik van clusterwapens: munitie die uiteenvalt in een groot aantal kleine bommetjes. Clusterwapens vergroten het risico op ongewenste slachtoffers. Een groot aantal landen heeft een internationaal verdrag tegen het gebruik ervan ondertekend. Rusland en de Verenigde Staten zijn geen partij bij het verdrag.

En deze week meldde Human Rights Watch dat in Syrië Russische clustermunitie wordt ingezet: vliegtuigbommen en artillerie. Volgens HRW is dit een schending van VN-resolutie 2139, die de strijdende partijen oproept af te zien van „de willekeurige inzet van wapens in dichtbevolkte gebieden”.

In het Westen gaan voorzichtig stemmen op om samen te werken met de Russen in de strijd tegen Islamitische Staat (IS). De Franse president François Hollande was na de aanslagen in Parijs in Moskou om te praten over een grande coalition. En ook de Amerikaanse regering overweegt om Russische voorstellen voor militaire samenwerking te accepteren.

Grote coalitie is problematisch

Zo’n ‘grote coalitie’ stuit echter op grote strategische én praktische problemen. De Russen hebben zich niet in de Syrische oorlog gemengd om IS te verslaan, maar om het regime van Assad te stutten. Nog altijd is zeker 80 procent van de Russische aanvallen gericht tegen allerhande rebellengroepen die een bedreiging vormen voor het regime, ook degene die worden gesteund door het Westen.

Vorige week meldde persbureau Bloomberg dat de internationale coalitie haar vluchten boven Noord-Syrië, waar ze een offensief van rebellen tegen IS ondersteunde, had opgeschort. De reden: haar gevechtsvliegtuigen werden constant in het vizier genomen door Russische luchtafweer. Na het neerhalen van een Russische Su-24 door F-16’s van de Turkse luchtmacht stationeerden de Russen ultramoderne S-400-luchtdoelraketten op hun basis in Hmeimin. Tegen de Turken, zei Moskou, maar de coalitie besloot geen risico te nemen.

Het Russische luchtoffensief heeft president Bashar al-Assad bovendien weinig terreinwinst opgeleverd. Daarvoor zijn het leger en zijn milities te zwak en gedemoraliseerd. De bevolking betaalt de prijs. „Bashar heeft ons nooit gebombardeerd zoals de Russen nu”, zei een Syrische arts tegen de Britse krant The Guardian.