Column

Raspaardjes

Met een joekel van een pleister onder het oog stond Sepp Blatter voor de camera. Een trotse Zwitser met geschonden gelaat: het had de treurigheid van de paus in zwembroek. Jarenlang gesprekspartner van koningen en presidenten, van tycoons en bankiers en nu geheel ontpluimd voor de spiegel, met achter zich het silhouet van zijn gevallen kompaan Michel Platini. Twee mystieke lichamen van het internationale voetbal afgeserveerd als maffiosi.

Het deed niet eens meer pijn: de hele FIFA en UEFA was het hele jaar al een feuilleton van scandalitis. De verontwaardiging van ‘gelovigen’ lamgeslagen, de schaamte opgebruikt. Er is geen verwantschap meer met institutionele machten. Dat geldt ook voor de UCI en de IAAF. Implosie van macht en gezag alom. De schijn van eenheid en structuur is er alleen nog omdat sport populisten buiten de deur houdt. Voetballers, wielrenners en atleten laten zich niet gauw verleiden door gebral en demagogie – daarvoor is hun leven te hard.

Het Nederlands elftal bevond zich in 2015 eveneens in staat van onttakeling. Een rampjaar in de regie van onverantwoordelijke leiders die nog steeds geen schuld hebben bekend. Een onbetrouwbare directeur, een respectloze bondscoach en een stel paladijnen (Michael van Praag cs.) onverminderd vastgeschroefd in het pluche van hun ijdelheid. De kapitaalsvernietiging van Oranje is enorm, de hypocrisie navenant.

Sommige wonden etteren na. Dat Danny Blind een icoon als Robin van Persie naar de slachtbank leidde als gebaar van demonstratief leiderschap was bijna boosaardig. Het tekende de zieligheid van deze bondscoach die eerder al betrapt was op huichelarij en kleine rancune. Deftig van aanschijn, gecoiffeerd zelfs, maar een man met veel prikkeldraad, deze Danny Blind.

Op het kerkhof van Oranje danste een nieuwe sterrenhemel. Met Dafne Schippers die als een hinde over de 100 en 200 meter vloog. Met Max Verstappen die met ongekende bravoure de nagedachtenis van Ayrton Senna vleugels gaf. Met Tom Dumoulin die een historische Vuelta reed. En met veldrijder Mathieu van der Poel in de regenboogtrui.

De hysterie van Oranje werd ingeruild voor ontroering in eigen naam. Door jonge twintigers die nog een heel sportleven voor de boeg hebben. De polder ineens toch weer een etalage van raspaardjes. In 2016 ligt in Rio voor individuele Nederlandse atleten een handvol medailles voor het oprapen. Idem dito voor handbalsters in ploegverband.

De zomer van 2016 zal pijn doen als de Müllers en Ronaldo’s over Franse voetbalvelden dartelen, maar in Rio kan veel balsem loskomen. Wie weet zelfs een blije natie in geborgenheid, want sportprestaties breken de boeien van angst en cynisme waaraan burgers gekluisterd zijn.

Een land met een huilende Foppe de Haan voor de reveil van Heerenveen is niet versteend. Een land met de troostende handen van PSV voor Maxime Lestienne is niet verblind door hardvochtig casinokapitalisme.

Als straks op de Coolsingel massale jubel over Feyenoord neervalt, is alle pijn geleden.

En weten we weer wat ongeremde vreugde is.