Open, overtuigend, arrogant

NRC publiceerde de afgelopen weken interviews met tien Nederlandse bestuursvoorzitters van buitenlandse ondernemingen. Waarin lijken ze op elkaar? Maakt het in hun werk wat uit dat ze Nederlander zijn?

Wouter van Kempen, ceo van energiebedrijf DCP Midstream in Denver, zet zijn mes in zijn steak en begint te vertellen hoe hij kan verlangen naar patat met mayonaise en pindasaus. Of een broodje filet americain. „Geen idee waarom dat zo heet, want hier kun je het helaas niet vinden.”

„In juli zijn we allemaal jarig”, zegt Yolanda, zijn vrouw, in het Engels. „Dan geven we voor onze vrienden een grote Nederlandse party.”

„We serveren ze alle karikaturale Nederlandse stuff”, zegt Wouter van Kempen. „Bitterballen, haring, Heineken, Amstel, Ketel One.”

„En borrel eh…”, zegt Ella, zijn oudste dochter, in een soort van Nederlands.

„Borrelnootjes”, zegt Wouter van Kempen.

„Borrelnootjes!” Ella lacht alsof ze een vies woord heeft gezegd.

Van alle Hollandse Bazen met die de afgelopen tien weken een interview met NRC hadden, is Wouter van Kempen het meest on-Hollands geworden. Amerikaanse vrouw, Amerikaanse kinderen, Amerikaanse manieren. Zijn dochters plagen hem met zijn Nederlandse accent maar voor Nederlandse oren heeft hij een vet Amerikaans accent. Zijn stopwoordje is stuff.

Lees het interview met Wouter van Kempen: Het stopt hier nooit, voor mij niet, voor niemand niet

Hij is de enige die echt vertrokken is en van wie de kleinkinderen zich vaag zullen herinneren dat granddaddy a Dutchman was.

Dit zijn de topmannen die NRC sprak:

De anderen zijn in hun hoofd en manier van doen gewoon nog Nederlander. Zelfs Onne van der Weijde, die nu ceo van Dangote Cement in Nigeria is en daarvoor met zijn vrouw en hun twee zoons in Australië, Indonesië en India woonde. „Ik heb alles op alles gezet om naar het buitenland te kunnen gaan”, zegt hij. Maar hij is elke maand wel een paar dagen in zijn Rotterdamse appartement. En zijn zoons studeren hier.

Lees het interview met Onno van der Weijde: Ik denk wel dat ik een groot ego heb

Zonder bagage reizen

Tom de Swaan van de Zwitserse verzekeraar Zurich woont in Amsterdam-Zuid. Iedere maandag neemt hij het eerste vliegtuig naar Zürich. Waarom heeft hij daar geen appartement? „Ik zie er tegenop om ’s avonds laat zelf het licht aan te doen en ’s morgens zelf ontbijt te maken. Dus woon ik in een hotel, twee nachten per week, soms drie.”

Lees het interview met Tom de Swaan: Nederlanders slaan elkaar op de schouder. Zwitsers niet

Derk Haank van de Duitse uitgever SpringerNature woont afwisselend in Amsterdam en Doetinchem. „We hebben 60 vestigingen, over de hele wereld, en als ik op een van die vestigingen ga zitten, denkt iedereen: dat is het hoofdkantoor. De mensen daar gaan denken dat ze belangrijker zijn dan de rest. Ik kwam Derk nog tegen in de lift en die zei… Dat moet ik niet hebben. Vooral niet omdat ik dat nooit gezegd heb.”

Lees het interview met Derk Haank: Het blijft lekker als mensen gewoon doen wat je zegt

Frans Muller van de Belgische supermarktketen Delhaize woont in Düsseldorf en Brussel, maar heeft ook een appartement in Amsterdam-Zuid. Hij verheugt zich er nu al op om daar vaker te zijn, na de fusie met Ahold. „Mijn vrouw zei laatst dat kinderen in Amsterdam gelukkiger zijn omdat ze er kunnen fietsen. In welke wereldstad kun je nou fietsen? De vrijheid die kinderen hier hebben, hebben ze nergens.”

Lees het interview met Frans Muller: Voor deze baas geen spotlights

Maar al zijn de Hollandse Bazen in hun hoofd Nederlander, in hun werk zijn ze Global. Ze zijn de representanten van een economie die zich weinig meer van grenzen aantrekt. Ze praten over een reis naar Boston via Dubai en dan door naar San Francisco zoals een ander het heeft over een ritje Roermond-Rosendaal. Ze vinden het volkomen logisch om zo dicht mogelijk bij Schiphol te wonen terwijl het hoofdkantoor van hun onderneming in Kaapstad staat. Bob van Dijk van het Zuid-Afrikaanse mediaconglomeraat Naspers: „Heel onhandig om vandaar uit naar China te vliegen.” Hij woont ook in Amsterdam-Zuid.

Hier werken de Nederlandse topmannen die NRC de afgelopen maanden sprak:

Toch doet de Nederlander in hen er wel toe in hun werk. Bob van Dijk zegt over de man die hem aannam, Koos Bekkers: „Hij houdt van Nederland en van Nederlanders. Hij vindt Nederland mooi. En hij vindt dat we een open blik op de wereld hebben. We nemen onszelf niet al te serieus. En zeker in het verleden hebben we ons altijd redelijk ambitieus getoond.” En Tom de Swaan van Zurich zegt: „Bij de Zwitsers hebben Nederlanders een streepje voor, voornamelijk omdat we dezelfde grote buurman hebben, die altijd alles overheerst.”

Lees het interview met Bob van Dijk: Niets zo gevaarlijk als tevredenheid

Derk Haank wist dat de werknemers bij SpringerNature hem bij zijn benoeming zagen als de zetbaas van de Engelse sprinkhanen die het bedrijf gekocht hadden om er snel veel mee te verdienen. „Dat werd zeer bedreigend gevonden. Maar ik had het voordeel dat ik Nederlander ben. Duitsers hebben veel waardering voor ons en de manier waarop we Duits spreken. Of ik dan. Dat vinden ze wel süß.”

Olaf Swantee van het Britse telecombedrijf EE: „Nederlanders zijn heel direct, hè. Snel je mening geven, open en overtuigend zijn. Daar moet je in Engeland niet mee aankomen. Je moet mensen tijd geven om met je mee te gaan. Anders vinden ze je arrogant.”

Lees het interview met Olaf Swantee: Wij zijn de nieuwe wereld, de winnaars

Nederlanders, zegt hij, zijn weinig geneigd tot hiërarchie. Dat is in de rest van de wereld wel anders, en er zijn Hollandse bazen die daaraan hebben moeten wennen. Nog een keer Derk Haank: „Toen ik voor Elsevier naar Engeland ging, wist ik niet wat me overkwam. Als ik ‘linksaf’ zei, ging iedereen al voor ik was uitgesproken linksaf. In Nederland wil iedereen overal over meepraten en een opdracht wordt gezien als een suggestie.” Heel lekker, vindt hij, als iedereen gewoon doet wat hij zegt. „Maar de consequentie is wel: als linksaf een doodlopende straat blijkt te zijn, kun je niet zeggen: waarom zei niemand wat?”

Lees het interview met Rolf Habben Jansen van Hapag-Lloyd: Zo nuchter, zo droog, zo niet ijdel

Opvallend zijn de overeenkomsten in hun achtergrond. De Hollandse bazen komen veelal uit harmonieuze gezinnen, met ouders die bij elkaar gebleven zijn. Tom de Swaan had op zijn elfde jaar het ongeluk dat zijn vader overleed. Het bedrijf van zijn vader, handel in jute zakken, begon te kwijnen en de familie was een aantal jaren minder welvarend. Ook bij Onne van der Weijde was het een beetje anders. Hij verzette zich zo tegen zijn orthodox-gereformeerde ouders dat hij op zijn zeventiende al de deur uit was. Zijn ouders hadden ook geen zin meer in hem, want hij ging met een katholiek meisje. Maar later, toen hij getrouwd was, kwam het wel weer goed.

De anderen: een jeugd vol liefde en steun. Hardwerkende vaders en moeders die hun baan hadden opgezegd om bij de kinderen te kunnen zijn. En luister hoe ze over die moeders praten. Derk Haank: „Ze was intelligenter dan mijn vader [een boer]. Zij deed de boekhouding.” Bob van Dijk: „Mijn moeder was zeer intelligent. Intuïtief, snel. Je vangt meer vliegen met honing, dat heb ik van haar geleerd. Ze was ook zeer ambitieus voor haar kinderen.”

Lees het interview met Peter Terium van RWE: Ik ben lui, maar zeer volhardend

 Ineke Bussemaker van de National Microfinance Bank in Tanzania vertelt over haar tante die medisch analiste was in het Academisch Ziekenhuis in Leiden. „Zeer geïnteresseerd in de wetenschap, maar geen arts. En ongetrouwd.” De tante zou nu waarschijnlijk wel een titel hebben gehad, en een gezin, maar voor Ineke Bussemaker was ze ook zo al een voorbeeld. Bussemakers moeder was verpleegster geweest en begon een peuterschool toen haar jongste kind vier was.

Bedrijfskunde, economie, een enkeling wiskunde of econometrie – dat zijn de studies die ze hebben gedaan. Zelden met veel passie, het studentenleven was ook belangrijk. Sommigen werkten al en allen hadden de ambitie om naar het buitenland te gaan. En de nieuwsgierigheid. Het zelfvertrouwen.

Lees het interview met Ineke Bussemaker: Vreemd dat dit zo'n machowereld is

Ineke Bussemaker had in Kopenhagen en Londen gewerkt. In Nederland leidde ze bij Rabobank de overgang van naar de IBAN-nummers. Daarna wilde ze wel eens wat anders. „De personeelsdirecteur zei: Tanzania?” Ach, waarom niet. Of het was gewoon de zucht naar avontuur. Onne van der Weijde: „Afrika! The last frontier, grotendeels onontgonnen. Voor de cementindustrie heel interessant. Uitvinden, bouwen, pionieren. Daar hou ik van: nieuwe dingen doen als er nog helemaal niks is.”