Lobbybrieven van Ben Bot voor cliënt uit Gaddafi-clan openbaar gemaakt

Oud-minister verliest kort geding. Pleitbrieven bieden een inkijkje in het werk van een betaald lobbyist.

Oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot heeft niet kunnen voorkomen dat de brieven waarin hij bij het Openbaar Ministerie lobbyde voor een verdachte Libische zakenman uit de clan rond Gaddafi, openbaar zijn geworden. Via een kort geding tegen minister Van der Steur (Veiligheid & Justitie, VVD) had hij willen voorkomen dat NRC, met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur, de brieven zou krijgen. De rechtbank in Den Haag wees zijn bezwaar gisteren af.

De brieven bieden een inkijkje in de activiteiten van de oud-minister (78), werkzaam voor lobbykantoor Meines Holla & partners. In de brieven valt op dat Bot zich bij het OM niet bekendmaakt als betaald lobbyist, hoe hij zijn reputatie als oud-minister benut en hoe hij de onderzoeksresultaten van het Openbaar Ministerie (OM) in twijfel trekt.

In 2013 legde het OM beslag op 28,5 miljoen aan bezittingen van de Libiër Ismael A. en de Amsterdamse vermogensbeheerder Palladyne, waarvan hij directeur is. Het OM verdenkt Ismael A. en Palladyne van het wegsluizen van Libische staatsfondsen. Ook in de VS, Noorwegen en Zwitserland lopen onderzoeken.

In de drie brieven die Bot tussen oktober 2014 en maart dit jaar aan hoofdofficier Marianne Bloos schreef, vraagt hij telkens om opheffing van het beslag. Dit omdat „vier gerenommeerde advocatenkantoren” hebben geconcludeerd dat van „misdrijven zoals witwassen, valsheid in geschrifte, overtreding UN-sanctieregeling, verduistering of oplichting” niets is „gebleken”.

Bot maakt zich hierbij niet bekend als betaald belangenbehartiger van Ismael A. Hij schrijft de brieven ook niet uit naam van Meines Holla & partners, maar uit zijn eigen naam.

Bloos meldt Bot in haar drie antwoorden, die ook zijn gepubliceerd, dat zij de zaak niet inhoudelijk met hem kan bespreken; Bot is weliswaar „pleitbezorger” van Ismael A., maar niet diens advocaat. Bot ontkent dat hij als pleitbezorger optreedt. „Mij is gevraagd mijn invloed aan te wenden om het proces vlot te trekken.”

Toch bepleit Bot in zijn brieven de zaak van de Libiër. Zo schrijft hij dat hij „niet heeft kunnen ontdekken waarop een eventuele aanklacht gebaseerd zou kunnen zijn”. Hij verzoekt de FIOD tot meer spoed te manen bij het recherchewerk, werpt zich op als bemiddelaar en dringt aan op „een informele bijeenkomst” met hem, de advocaat van Ismael A. en hoofdofficier Bloos om een „uitweg” te vinden en „onwenselijke consequenties” te voorkomen.

In dat gesprek wil hij een „regeling” treffen waardoor zijn cliënt zijn werk kan voortzetten. Het is volgens de oud-minister „in ieders belang” dat Ismael A. „handelingsbevoegd” blijft, omdat anders de 700 miljoen dollar aan Libisch staatsgeld dat Palladyne beheert „in verkeerde handen” kunnen vallen.

Bot doelt hier op de internationaal niet-erkende regering in Tripoli, die volgens hem is gelieerd aan Al-Qaeda en IS. Hij voorziet dat die regering het geld zal onttrekken aan de VN-sancties, en er wapens van koopt. Bloos wijst de door Bot voorgestelde „informele bijeenkomst” af.

Bekijk de brieven.