Krimpende kinderaantallen: omwenteling die je ziet komen

Voor de een geldt: kinderen zijn hinderen. Anderen ervaren het juist als een onrechtvaardigheid dat zij geen kinderen kunnen krijgen. En ondertussen is ‘het gezin’ dan wel het huishouden met kinderen al lang niet meer de dominante levensvorm. Van de ruim 7,6 miljoen huishoudens is 37 procent een eenpersoonshuishouden, blijkt uit de meest recente Sociale staat van Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Nog ‘maar’ 34 procent is een huishouden met kind(eren).

Kinderen krijgen is een van de intiemste particuliere beslissingen, maar de uitkomsten daarvan zijn voor de samenleving als geheel van het grootste belang. De trend is krimp. De leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen stijgt nog steeds en is nu ruim 29 jaar. Het gemiddeld aantal kinderen per vrouw ligt op 1,7 en dat is te weinig om de bevolking in stand te houden. De groei zit ’m in de immigratie, met name uit niet-westerse landen.

Het saaie van demografische trends is dat zij relatief gemakkelijk te voorspellen zijn, in tegenstelling tot de migratiestromen. De twee trends die de Nederlandse samenleving domineren zijn al jaren dezelfde en zúllen ook nog jaren dezelfde blijven: vergrijzing en verkleuring.

Het verbijsterende is dat de overheid niet steeds bij machte is om de gevolgen van de vergrijzing te onderkennen. Neem de noodzakelijke verhoging van de AOW-leeftijd van 65 jaar. Je kon al decennia zien aankomen dat langer doorwerken economisch en maatschappelijk onvermijdelijk was. Een gelegenheidscoalitie koos in een bijna-begrotingscrisis voor de verhoging.

D e langzame, maar gestage demografische verschuivingen hebben gevolgen voor een breed scala van het publieke beleid. De gezondheidszorg én de gemeenten zullen zich moeten instellen op steeds meer ouderen die thuis (willen) blijven wonen, maar die ook in toenemende mate alleen zijn. In de raming van het CBS verdubbelt het aantal alleenstaande 80-plussers tot 2040 bijvoorbeeld tot 750.000.

In de woningbouw zullen projectontwikkelaars, woningcorporaties en gemeenten met meer fantasie moeten nadenken over de huizen die zij bouwen. Er blijft genoeg vraag van gezinnen, maar flexibele kleinere, levensloopbestendige woningen zullen eveneens gevraagd zijn. Wie nog een lagere school erbij wil bouwen, moet zich daarentegen afvragen of zijn veronderstellingen over de toeloop wel kloppen. Steden, zeker studentensteden, zullen blijven groeien. Ook omdat daar het werk is. Dat zal tevens de immigranten aantrekken die nu met zo veel pijn en moeite over Nederland worden gespreid.

De meest intense verandering is van cultureel-politiek karakter. Iedereen, van burgers tot politici, is ingesteld op groei, met name economische groei. Dat zal merkbaar minder worden. Of stagneren. Economische groei is het ideale smeermiddel om complexe keuzes niet te hoeven maken: iedereen krijgt er wat bij. Het wegvallen van de groei speelt zeker een rol in de zorg van Nederlanders voor de toekomst, die het SCP en het buurtonderzoek van NRC hebben gepeild.

Minder (bevolkings)groei is geen reden voor paniekerige reacties. Overbevolking en milieuschade gaan hand in hand. In een arm land zijn kinderen de enige pensioenvoorziening die burgers zich ‘kunnen’ permitteren. De dalende kinderaantallen in de westelijke wereld weerspiegelen ons hoge welvaartsniveau. Less is more.