‘In Nederland heerst een aversie tegen religie’

 

Manuela Kalsky (54) is theoloog en directeur van het Dominicaans Studiecentrum. Ze doet onderzoek naar religieuze binding.

Waarde

„De familie van mijn vader is gevlucht uit Oost-Pruisen voor het Rode Leger. Dat heb ik lang niet geweten. Zonder dat er een woord over werd gezegd leerde ik dat je moet opkomen voor mensen die het moeilijk hebben. Mijn ouders hadden een kruidenierszaak. Met Kerst mocht ik pakjes maken met chocolade en andere lekkere dingen en langsbrengen bij mensen die het minder hadden dan wij. Ze waren zo blij – ik kwam er helemaal vol van thuis. Van geven kun je heel gelukkig worden. Deze les is inherent aan een vluchtelingengeschiedenis. Het kan iedereen overkomen dat je op de ander bent aangewezen.”

Bezieling

„Omdat mijn ouders de winkel hadden, ben ik grotendeels opgevoed door twee vriendinnen van mijn oma. Tante Meta en tante Else. Zij geloofden dat God je opvangt als het leven tegenzit. Geloven werd daarmee voor mij iets van waarde. Toen ik een jaar of zestien was kwam er een jonge dominee, Helmut Liersch, met zijn gezin in het dorp wonen. Hij zocht jonge mensen om te helpen bij de kindernevendienst. Met drie anderen gaf ik me op. We hadden discussies over religie en politiek, over hoe je de Bijbel moest lezen, en zijn alle vier theologie gaan studeren. Ik heb er nooit spijt van gehad.”

Frustratie

„In Nederland heerst een aversie tegen religie. Volgens mij is de verzuiling daar mede debet aan. Veel mensen hadden het gevoel dat het geloof hen onderdrukte. Ze hebben zich ervan moeten bevrijden. Veel seculieren zetten zich nu zo af tegen religie dat ze in mijn ogen zelf fundamentalistische trekken vertonen. Ik vind het ongezond om zo’n grote maatschappelijke kracht te negeren. In Duitsland zit ik als theoloog aan tafel met politici en andere wetenschappers om maatschappelijke problemen te bespreken. In Nederland voeren filosofen de boventoon. Ooit een theoloog aan tafel gezien bij Pauw?”

Begrip

„Het was een misvatting dat de wereld seculier zou worden. Integendeel: religie is booming . Grote Europese steden worden, mede door migratie, steeds multireligieuzer. Een kwart van de Nederlanders combineert elementen uit verschillende godsdiensten. Levensbeschouwing is vloeibaar geworden, mensen passen niet meer in hokjes. We hebben kennis nodig om die complexiteit te kunnen vatten. Met mijn onderzoek en via nieuwwij.nl probeer ik helder te krijgen waaraan mensen zich wel willen verbinden. Niet aan instituten, dus waar zit dat ‘wij’? Welke waarden verbinden?”

Zelfbeeld

„Zelfkritisch kijken hoe je omgaat met de ander, dat was het leidmotief in Duitsland na de oorlog. Op school werd besproken wat het betekent als je zegt: Nooit meer Auschwitz? Als je vandaag Merkel hoort, weet je wat deze opvoeding heeft gedaan. Ze houdt vast aan solidariteit en naastenliefde. Toen ik op mijn 23ste naar Nederland kwam ging het nog vaak over ‘de moffen’. Ik ging niet meer naar de 4 mei herdenking omdat ik me de vijand voelde. Ik keek ernaar op televisie – in tranen. Maar door mijn reflectieve opvoeding kon ik denken: hoe kan ik dit beeld ontkrachten? Het heeft me niet verlamd, maar uitgedaagd.”

Acceptatie

„Ik was drieëndertig en met mijn proefschrift bezig toen mijn relatie werd verbroken. Daarna kreeg ik medische problemen, myomen in mijn baarmoeder. Soms vind ik het wel jammer dat ik geen kinderen heb, maar ik kan me goed neerleggen bij dingen. Op dat moment dacht ik: het is voor mij niet weggelegd. Tante Meta heb ik misschien wel meer liefgehad dan mijn moeder. Dat sterkte me in de gedachte dat het nodig is een biologische moeder te zijn. Bij Nieuwwij heb ik veel jonge mensen om me heen, ik geniet ervan, help ze op weg. Zo is er in mijn leven ook vaak voor mij gezorgd.”

Overtuiging

„Ik ben bicultureel. Ik kan met Nederlandse ogen naar Duitsland kijken en omgekeerd. Dat is geen probleem, dat is een meerwaarde. Tot nu toe hebben we meervoudige culturele en religieuze bindingen als een probleem gezien, maar dat hoeft het niet te zijn. Juist door mijn achtergrond kan ik zaken vanuit verschillende perspectieven begrijpen. Ook de vluchtelingen die nu hierheen komen kunnen onze samenleving sterker maken. Laat ze werken en hun talenten inbrengen en maak ze niet depressief door ze buiten te sluiten. We moeten verbindend leren denken. Niet óf óf, maar én én.”